Nieuwe attractie in de Big Apple

Mijn buitenissige dicteehobby – althans, in veler ogen – bracht mij de afgelopen, pakweg, kwarteeuw van Antwerpen tot Zutphen, van Leeuwarden tot Zottegem en van Houthalen tot Middelstum, maar nimmer verliet ik het Europese continent voor een dicteetje. Tót maandag 22 oktober.

New York 2018

Bert Jansen en Randy van Halen genieten een lichte maaltijd voorafgaand aan het dictee.

door Bert Jansen

Op22 oktober vloog ik in acht uur met de KL645 van Amsterdam Schiphol naar JFK Airport New York teneinde deel te nemen aan het door The Netherland Club, een vereniging voor Nederlandse expats, die – zo staat op haar website te lezen – Dutch art, culture and ideas tot haar werkterrein rekent, georganiseerde dictee. Uit frustratie over de teloorgang van het Groot Dictee der Nederlandse Taal had het genootschap besloten zijn eigen groot dictee te organiseren. En dat deed het voortreffelijk. Lees maar door.

In maart van dit jaar zocht de club daartoe de gelauwerde, in New York wonende schrijver Merijn de Boer – die wij (hopelijk) allen kennen van zijn tragikomische roman Jagthuis – aan om het dictee te schrijven. Niet altijd staat een succesvol schrijverschap garant voor het componeren van een doorwrocht dictee; Merijn echter kweet zich uitstekend van zijn taak, maar daarover later meer.

Stendhalsyndroom

Naar het westen vliegend, heeft de jetlag minder vat op het slaap-waakritme, en na een verkwikkende nachtrust bij mijn New Yorkse vrienden, treinde ik de volgende dag dan ook uitgerust naar het op een uur reizen van Bayside gelegen Manhattan.
Het 9/11 Memorial & Museum was mijn eerste reisdoel. De twee waterbakken die het Memorial vormen, markeren precies de plek waar vroeger de torens stonden. Op de koperen reling langs de kant zijn de namen van alle 2700 slachtoffers gegraveerd. De vrijwilligers in het museum geven gedetailleerd, gedreven en gedegen uitleg bij de geëxposeerde attributen. Ik hield er de ogen niet steeds droog bij.
Dat deed ik ook niet in de Frick Collection, mijn favoriete museum in New York, zij het dat díé emotie voortkwam uit het stendhalsyndroom; het intieme museum aan de Upper East Side – een eeuw geleden het optrekje van de industrieel en kunstverzamelaar Henry Clay Frick – staat en hangt namelijk vol met de mooiste kunstwerken. In zijn testament had de mecenas bepaald dat zijn residentie na zijn dood voor het publiek moest worden opengesteld.

New York 2018

De deelnemers zitten klaar in het Warwick Hotel

Elvis Presley en Randy van Halen

Tegen vieren moest ik mij losscheuren uit de koesterende muzische armen; om vijf uur had ik immers een afspraak in het Warwick Hotel, een klein uur wandelen vanaf het museum. Lopend over Fifth Avenue werd ik andermaal getroffen door een emotioneel moment. Een zwerver staat diep voorovergebogen boven een vuilnisbak op zoek naar iets eetbaars, terwijl even verderop een Bentley stopt en een geüniformeerde portier naar buiten snelt om de aktetas van meneer aan te nemen. Een schrijnend beeld van de keerzijde van de zegeningen van deze wereldstad.
In de lobby van het chique, bijna honderd jaar oude Warwick Hotel, dat er prat op gaat ooit James Dean, Elizabeth Taylor en Elvis Presley tot zijn gasten te hebben mogen rekenen, trof ik Randy van Halen, de immer goedlachse benjamin uit het dicteecircuit. Toen ik in 1994 mijn eerste dictees schreef, stiet hij in zijn wiegje nog slechts ongearticuleerde klanken uit; nu is hij de angstgegner van menige doorgewinterde dicteetijger. ’t Kan verkeren …

Vlaams bezoek

Na een lichte maaltijd spoedden we ons weer naar de lounge, waar ik mijn al jaren in New York wonende vriend Arnold Brakenhoff ontmoette. Het kostte mij enige weken geleden niet héél veel overredingskracht om hem te bewegen mee te schrijven. Hij is weliswaar bioloog, maar een met grote affiniteit met taal in het algemeen en Nederlands in het bijzonder.

Het Warwick Hotel in hartje New York: wat een ambiance voor een dictee!

Juist toen wij gedrieën, niet gespeend van enige zelfoverschatting, bespiegelden wie er op de derde plaats zou eindigen, stapte onze Gentse dictee-collega Frans van Besien de lobby binnen. Hij keek als een snoek op zolder toen hij er Randy en mij ontwaarde. Onze Vlaamse vriend was er vast van overtuigd geweest de enige gek te zijn die voor het neerpennen van een paar zinnen de plas was overgestoken.
Kort na zevenen begon de Warwickzaal op de eerste etage langzaam maar zeker vol te lopen met expats. Wat een ambiance! Gracieus tapis-plain, imposante kroonluchter aan een fraai gestuukt plafond en doorvoelde kunst aan de muur. Wat een contrast met de tl-verlichte schoollokalen of bibliotheekzaaltjes met systeemplafonnetjes waar wij normaliter onze pennenstrijd voeren!

De jonge held

Klokke halfacht opende Hein-Jan Keijzer, general manager van de Netherland Club, de avond. Hij bespeelde zijn vijfenveertigkoppig publiek met vrolijk, ontwapenend gemak, met een flux de paroles waar menig stand-upcomedian met nauwverholen afgunst naar geluisterd zou hebben. Hij had genoeg kwinkslagen in huis om zijn gehoor geregeld lachsalvo’s te ontlokken. Als besluit van zijn inleiding bemoedigde hij zijn publiek met een tegeltjeswijsheid: ‘Wie geen fouten maakt, maakt meestal niets.’
Er bleek één persoon in het publiek te zitten die weleens had meegeschreven met het Groot Dictee der Nederlandse Taal in de Eerste Kamer. Even was alle aandacht voor hem, maar toen vervolgens bekend werd dat er een heuse winnaar van dat prestigieuze dictee in de zaal zat, was de aandacht plotseling verschoven; zij ging naar de blondgelokte Dordrechtenaar, die stante pede, maar ietwat voorbarig, werd uitgeroepen tot de te kloppen man. Vier expatbeauty’s met geacheveerde frisuren, voor de gelegenheid zorgvuldig gekleed en opgemaakt, flankeerden pijlsnel de jonge held voor een fotomomentje.

Celloconcert in A-majeur

Daarna werden de gebruikelijke spelregels geprojecteerd en geadstrueerd. Nee, dat van die ‘gebruikelijke spelregels’ moet ik terugnemen, want punt 5 was verre van ‘gebruikelijk’: als scheidsrechter werd daar het Witte Boekje genoemd. Bij ten minste drie aanwezigen sloeg de schrik om het hart. Dát is vloeken in de kerk van dicteeland. Kathaars als de dicteenomaden zijn, kennen zij slechts één gnomon, en dat is het Gróéne Boekje!
Enfin, do in New York as the New Yorkers do, zo luidt een oud gezegde, dus er zat niets anders op dan ons te conformeren.

Punt vijf van het reglement: het Witte Boekje als scheidsrechter …

Terwijl buiten op Sixth Avenue hevig strijd wordt gevoerd om elke vierkante centimeter asfalt, klinkt in de Warwickzaal het derde deel uit het celloconcert in A-majeur, de compositie van Carl Philipp Emanuel Bach die voor eeuwig verbonden zal blijven met het bij de vuilbak gezette winterse evenement. Een plechtig moment.

New York 2018

Hein-Jan Keijzer, de voorzitter van de Netherland Club New York

Appeltje-eitje

‘Geen jip-en-janneketaal maar appeltje-eitje voor slimmeriken’, zo luidde de titel van het door de auteur zelf voorgelezen dictee. Deze zette de grijze cellen van de expats al meteen op volle toeren aan het werk. Trouwens, de correctoren ook, zoals later zou blijken. Het argeloze publiek werd immers geconfronteerd met diverse orthografische voetangels en klemmen. Want ga maar na: om deze titel foutloos op papier te krijgen is er kennis vereist van de regels van samenstellingen met een woordgroep, van samenkoppelingen, van namen die ‘gewone’ woorden geworden zijn en van het niet-verdubbelen van consonanten bij onbeklemtoonde woordeinden. Voorwaar geen klein bier!
In zijn slechts vier alinea’s tellende vignet droeg De Boer vervolgens een oplossing aan voor het chronischevermoeidheidssyndroom. En waar is deze welvaartsziekte beter mee te bestrijden dan met spijs en drank in een à-la-carterestaurant – al is dat dan achenebbisj – zo vroeg hij zich af. De successchrijver serveerde er geen jambalaya met ras el hanout, ook geen afingi, laat staan anyumara. Nee, in het Warwick werd gewone Hollandse kost geserveerd, zoals een in bearnaisesaus gedrenkt sukadelapje, dat weggespoeld werd met goudgeel gerstenat. Als toetje serveerde de gevierde auteur geen croquembouche, maar een cappuccino en een oud-Hollands advocaatje. Alantswijn of châteauneuf-du-pape stond niet op het menu.
Alinea 3 eiste, óók bij nader inzien, wel enige filologische vaardigheid om de portee ervan te doorgronden. Ik citeer het tweede deel van deze passage: ‘Bij een tête-à-tête op westers territorium van drie neerlandici werd er verbaal getirailleerd op ouwehoerende nouveaux riches die Engelse woorden gebruiken in ge-sms’te kattebelletjes.

Basisregels

Summa summarum kan ik zeggen dat De Boer erin is geslaagd de uitgeweken yuppies in New York een mooi dictee te serveren, waarin hij niet de nadruk legde op de przewalskipaarden of tseetseevliegen in onze taal, maar op de basisregels van onze spelling, zoals de apostrof in afleidingen, het koppelteken in samenstellingen, het ontbreken van het accent aigu in de eerste lettergreep in van oorsprong Franse woorden, de klinkerbotsing, de tussen-n en de conjugatie. Maar dat bleek al moeilijk genoeg, want de auteur gaf vrijwel iedereen van jonge jan en van lange jan met zijn linguïstische samoerai. In het dictee zaten wel aardig wat Franse woorden vervlochten, zoals déjà-vugevoeljoie de vivre en tête-à-tête, maar een Franse slag was er niet in te herkennen.

Voordat de dictees ter correctie werden opgehaald, werd de deelnemers nog gevraagd in te schatten hoeveel fouten eenieder gemaakt dacht te hebben. Een aardige noviteit!
Tijdens de pauze was er ongelimiteerd drank en onderhoudende kout, onder anderen met Neelam Melwani, die ons land als ambassadeur vertegenwoordigt in New York. Het zal wel aan mij liggen, maar mijn associatie met het hoge ambt van ambassadeur is – nee, wás – in eerste instantie die van man en grijs; Neelam echter is in alles het tegenovergestelde: vrouw en jong (bovendien innemend en eloquent).
De jury, die voorgezeten werd door De Boer, bestond verder uit Wijnie de Groot, docente Nederlands aan de Columbia University in New York, en Carla Schoor, promovendus. Zij hoopt volgend jaar te kunnen promoveren op een studie naar het overdrachtelijke taalgebruik in de politiek en gaf nadere toelichting op veelvuldig fout gespelde woorden. Over ‘geüpdatet’ zei ze: ‘die schrijfwijze moet je echt opzoeken’. Ik houd dat maar op een lapsus linguae, want er is geen regel zo glashelder en zonder uitzonderingen als die van de vervoeging. Dus nee, dát hoef je nu juist níét op te zoeken.

New York 2018

Winnaar Randy van Halen werd direct omringd door vrouwelijk schoon.

Ajax tegen IJsselmeervogels

Dan het verdict. Het gemiddelde aantal fouten lag op ruim 42. De beste expat maakte 29 fouten. Vriend Arnold maakte er slechts zes meer. Niet onverdienstelijk voor een bèta.
Er is een stelregel dat degene die het verst gereisd heeft ook de hoogste ogen gooit. Welnu, die standaard is opnieuw juist gebleken. Maar niet één van de drie dicteenomaden wist een foutloos dictee af te leveren.  Uw djoeroetoelis kreeg zijn werk terug met zes rode strepen (toch door de jetlag …?), Frans met vier. De fortuin was wederom geen stiefmoeder voor Randy, want met slechts twee fouten was hij de glorieuze winnaar van het Eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal van New York. Een formulering die impliceert dat ik ervan uitga – in ieder geval hóóp – dat er met dit dictee een traditie geboren is. In dat geval suggereer ik twee categorieën in te stellen, te weten die van liefhebbers en die van ‘professionals’. Op die manier hebben ook de expats kans op een podiumplaats. Nu was het het eerste van Ajax tegen het tweede van IJsselmeervogels.

En, o ja, Frans won ook nog een prijs; hij had, modest als hij is, zijn aantal fouten op vijf geschat, één meer dan zijn werkelijke aantal. Er was geen prijs voor diegene die het meest bescheiden was, anders was die zeker gegaan naar de deelnemer die zijn foutenlast op honderd geschat had. Ik informeerde ook nog even bij de man die mij in de pauze vertelde er vermoedelijk vijf gemaakt te hebben. Het waren er uiteindelijk 39. Optimisme en realisme lopen elkaar soms aardig voor de voeten …

Een man moet rijk leven, dacht ik, en daarom vroeg ik bij de receptie naar de prijs van een kamer voor een nacht. Ik was wel bereid er tweeënhalfhonderd bucks voor neer te tellen, maar de receptionist sprak zonder blikken of blozen: ‘That will be 775 dollar’. Ik dankte hem beleefd en spoedde mij naar de dichtstbijzijnde subway. Terug naar Bayside.

Deel dit artikel:

Dansend door de dicteewereld

Op zaterdag 20 oktober 2018 werden twee dictees georganiseerd in de zogenoemde BeNeDicteecompetitie. Negen deelnemers vatten de pen op, ditmaal in het Vlaamse Heist-op-den-Berg ten huize van de gastvrije Marlies Vervloet.

Heist 2018

Tableau de la troupe

door Rien Wisse

Wis- en dicteekundige Rein Leentfaar verwerkte in zijn Wereldreisverhaal met zestig invulplaatsen minstens twintig hoofdletter-of-kleineletterkwesties. Bijvoorbeeld the great Unknown, Arabische Lente, Mezzogiorno, openbaar lichaam, het land van de rijzende zon en de laars (Italië). Ook doceerde hij kawaii, de Ja­panse le­vens­stijl van on­schuld en kinderlijkheid; het woord staat pas een jaar in de onlineversie van Van Dale. De deelnemers leerden dat chakchouka een groenteomelet is, en shakshuka een ander eiergerecht. Nee, Reins dictee was geen eitje.

Heist 2018

Rien Wisse probeert de jeugd te interesseren voor spelling

Frank Zappa

Toppunt van dicteesubtiliteit was het verschil tussen debris en débris, tussen ruimteafval en puin, tussen wel of geen accent, tussen de klemtonen ‘dee-brie’ en ‘dee-brie’. Pas nu weten we dat Frank Zappa het verkeerd uitsprak in de song Cosmik Debris van het ‘taalalbum’ Apostrophe (‘) (1974). Maar goed, de top drie: Rien Wisse (7 fouten), Herman Killens (12) en Gertjan Roels (23).

Vegan

Tussen de middag genoten de spellers van een heerlijke veganistische lunch, verzorgd door Marlies – hulde. Ook de tweeënhalfjarige tweeling des huizes wist er wel weg mee, zo na het inspannend werken aan een kleurrijke legpuzzel. Trouwens, het (Engelse) woord vegan heeft volgens Van Dale sinds april 2018 een tweede betekenis: niet alleen het zelfstandig naamwoord veganist, maar ook het bijvoeglijk naamwoord veganistisch. Zegt het voort, opdat duurzaamheid terrein wint.

Heist 2018

Marlies Vervloet bereidt de vegalunch voor

Niet met de bruid

’s Middags vroeg taalkundige Bert Jansen de deelnemers ten dans in zijn dictee Men kan wel dansen, … Wie het beletselteken correct kon vervangen, kreeg een bonuspunt. Dat lukte alleen Rein: al is het niet met de bruid. Bert deed het op z’n Frans. Meer dan een derde van zijn 67 invulplaatsen tellende petite histoire was Gallo-Romaans. Neem nou dos-à-dos, gigue, de ‘valse vrienden’ merengue en meringue (dans en gebak, met dezelfde uitspraak), flux de paroles en demi-vierge.

Japans theater

De auteur voegde er een portie Japans aan toe, zoals netsuke (uitspraak: ‘netskuh’), chado, butoh, kabuki- en notheater, betaald met nakfa’s en birrs. Rein had er al voor gewaarschuwd dat hij een hele week had gestudeerd om dit dictee te kunnen winnen – doet ie anders nooit, hij houdt zich liever met spelling bezig – en dat was te merken ook: hij won met 8 minus 1 (die bruidsschat, zullen we maar zeggen) oftewel 7 fouten van Rien (10) en Herman (14).

Heist 2018

Bert Jansen schrijft mee met Jozef Lamberts

Het is spannend in deze competitie. Op 17 november valt de beslissing in Aalsmeer. Maar meedoen is belangrijker dan winnen, toch? Dus meld je aan.

Deel dit artikel:

Verbale acrobatiek van Vlaamse virtuoos

Herman Killens noemde – in zijn bescheidenheid – zijn tekst voor de BeNeDicteecompetitie een ‘petit moment de gloire’. Recensent Bert Jansen spreekt liever van een ‘grand moment de gloire’.

Opwijk 2018

De deelnemers voelden zich direct welkom in Opwijk.

door Bert Jansen  |  foto’s: Mireille Camps

Opwijk heeft nooit op mijn bucketlist gestaan. Zaterdag 9 mei was ik er dan ook voor het eerst. Je kunt niet zeggen dat deze vlek in de provincie bezwijkt onder de cultuurtoeristen, en ook het voorzieningenniveau gaf geen aanleiding tot applaus; zelfs een eenvoudige bloemisterij ontbrak in de Vlaams-Brabantse negorij, waar ik voor mijn gastvrouw een royale ruiker wilde aanschaffen. Noodgedrongen stelde ik mij dan ook maar tevreden met een paar cornetjes bonbons van de lokale Spar. Ondermaats, gezien de traktaties die mij later ten deel zouden vallen.

Aan de brievenbus van nummer 46 van Grootveld – de plaats van handeling – hing een briefje waarin de bezoekers aan het BeNeDictee (in alfabetische volgorde) welkom werden geheten. In de tuin met nauwgezet gemanicuurd gazon hadden de ambulante lexicofielen zich verenigd rond de uitnodigende ontbijttafel.

Opwijk 2018

De Zeeuwse afgevaardigde maakte er het beste van.

Reprise
Aan de ongedwongen kout maakte Herman alras een eind door ons uit te nodigen in zijn tot dictee(r)kamer getransformeerde salon. Eenieder van ons herinnerde zich nog het verbale geweld dat de Opwijkse woordacrobaat verleden jaar over zijn publiek uitstortte. Stond de dicteetijgers een reprise van die massacre te wachten? Met deze brandende vraag op de lippen liep menigeen de huiskamer binnen.
Herman, soeverein gezeten achter zijn lezenaar, declameerde zijn verhaal beschaafd, maar met licht regionale tongval die de Hollanders een enkele keer op het verkeerde been zette. Maar ja, de tijd dat de Vlamingen zich spiegelden aan de taal van het Noorden ligt definitief in het verleden. De strakke uitspraaknormen van weleer, toen Nederlanders ontboden werden om de Vlamingen te onderwijzen, zijn voltooid verleden tijd. Gelukkig maar. Nu hoeft men zijn afkomst niet meer te maskeren en mag men zijn taal kruiden met zijn eigen regiolect.

Opwijk 2018

De gezusters Ribbens (wit en blauw), Lizi van Vollenhoven en Herman Killens

Buitenaards
Evenals vorig jaar was ook dit jaar weer een buitenaards wezen de protagonist in zijn verhaal. En opnieuw vond hij inspiratie in zijn eigen streek. Was het verleden jaar Xavier die de hoofdrol speelde, deze keer was die rol weggelegd voor Antonius Rochus, een djinn uit het rijke geslacht van Spiritus.
‘Een geestige vertelling’, zoals Hermans verhaal luidde, voert ons naar de maïslanderijen in Droeshout, waar wij kennismaken met de verstokte vrijgezel Marcel. Verrassend genoeg hunkert Marcel – hoe verstokt hij ook is in zijn celibataire bestaan – er wél naar zijn metaforische postzegelverzameling te laten zien aan een schaars geklede schoonheid.  Hermans ongebreidelde fantasie laat daarop een geest (de eerdergenoemde djinn) uit een fles wijn ontsnappen. Deze staat Marcel toe drie wensen uit te spreken, geheel volgens artikel 72 van de Universele Geestenwet. De djinn had er een verre reis voor over gehad: eerst met de Vliegende Hollander, en vervolgens tjoeketjoeke met de couponnetjestrein naar het Groothertogdom Luxemburg. En dan nog à cheval op een kribbebijter. Een geheimzinnige truc met het getal van Avogrado was wel een conditio sine qua non om deze reis te volbrengen.
Voordat Marcel to the point kan komen, weidt de djinn nog uit over zijn familie: ‘Zo was mijn betovergrootvader een bekende ghostwriter, was mijn grammeer een parttimewicca (inderdaad een echte heks) en heeft mijn tante nu nog steeds een bloeiende toverstokjesshop-in-shop in Tadzjikistan. En o ja, mijn broer is percussionist in de skiffleband The Ghostbusters.’

Opwijk 2018

Smullen in de riante tuin te Opwijk.

Smakelijk en elegant
Daarmee was er een eind gekomen aan het eerste deel van de geestige vertelling. Een heuse cliffhanger! Tijd voor de lekkernijen uit de keuken van Mireille. Het was natuurlijk al wijd en zijd bekend: Mireille weet niet alleen haar plaats achter de camera, maar ook achter het fornuis. Zij had haar dicteegasten prachtige quiches, salades en toetjes voorgetoverd. Alles even smakelijk en elegant. Ook met vege-, pesco-, flexi- en andere tariërs was rekening gehouden. Zelfs de glutenvrijen kwamen in huize Camps aan hun culinaire trekken. Alles licht en vrolijk als een menuet van Boccherini. Gecorseerde wijnen en spannende lokale biertjes accompagneerden het gastmaal. Niets verbindt meer dan een dicteetje en de gezamenlijke maaltijd!

Na de lunch aan de rand van het zwembad werden ons dan eindelijk de drie wensen van Marcel gereveleerd. Zijn primaire wens – verstokte vrijgezel of niet – is een moordgriet. Natuurlijk geen nextdoor meisje of flapmadam. Zij verschijnt (bijna) subiet na een magische spreuk. Een paar van haar fysieke kwaliteiten: bevallige gazelleogen, blonde lokken, mollige wangen, een poederzachte huid, perfecte curvelijnen, superdecolleté, lange slanke antilopebenen. Voorwaar een beeld waarvan zelfs een rasgynofoob van zijn geloof zou vallen! Helaas blijkt Birgitte – haar naam, zoals de djinn verduidelijkt – ook wat minder fraaie trekjes in huis te hebben: ze blijkt een moeial, een dikke zaag en een bazig être. Ze wil dat Marcel zijn interieur – de hele sitsenwinkel, bric-à-brac en santepetie – duchtig onder handen neemt. Zelfs het gyproc plafond moet eraan geloven! Vervolgens dreigt ze ook nog dat haar moeder – een echte helleveeg – een week komt logeren.

Opwijk 2018

Elsie-Leen Ribbens, eerste helft

Via de E40
Nadat Birgitte ook nog zijn kredietkaart en autosleutels van tafel gegrist had, is voor Marcel de maat vol: hij wil van ‘dat serpent, d-d-die karonje’ verlost worden. Ook die tweede wens ging in vervulling. Misschien niet geheel volgens het boekje, maar toch … Nadat alle QL-lampen tegelijk aan- en weer uitgefloept waren, was Birgitte van de aardbodem verdwenen.

Zijn derde wens is klip-en-klaar: hij wil een grote schat met goud, zilver, briljanten, robijnen en smaragden. Zijn wens wordt weer zonder mankeren verhoord. Helaas echter niet zoals hem voor ogen stond. Nee, Marcels cyberbabe keert terug, behangen met gouden en zilveren sieraden, briljanten, robijnen en smaragden. De geest verdwijnt direct daarop met een niet-meetbare snelheid via Leireken en de E40 richting kust … Op weg naar een volgende tevreden klant.

Pastophoria
Om ex aequo’s uit te sluiten had Herman al op voorhand twee shoot-outzinnen voorgelezen, voor elk onderdeel een. Ze luidden als volgt: In de Byzantijnse absidiool, onder de apsiskalot en de imposante pantocrator en naast de pastophoria (die – dat is algemeen bekend – uit de prothesis en het diakonion bestaat), tekende Kepler een wiskundige abscis die de apsiden, de uiteinden van de planeetbaan, ap- en perihelium, approximatief weergaf. En: Chips!, tjiepte de met blue chips rijk geworden chief whip naar zijn hiphopchickie toen hij vanaf de teepeg een makkelijke chipshot miste tijdens de pitch-and-putt. Het lijkt mij niet al te boud te veronderstellen dat een toevallige passant direct een psychiater met spanlaken naar Hermans woonst zou ontbieden als hij deze zinnen had horen ventileren.

Opwijk 2018

Joost Verheijen en Gertjan Roels

Grand moment de gloire
De vraag stellen of Hermans dictee de reis waard was, is van dezelfde orde als de vraag ‘is de paus katholiek?’ Hebben we met Herman immers niet te doen met een gebrevetteerd schrijver, die nog maar zeer onlangs de Schrijfdag in Gent gewonnen heeft? Hijzelf noemde – in zijn bescheidenheid – zijn pennenvrucht een ‘petit moment de gloire’, maar wat mij betreft, beleefde hij met het tweede door hem geschreven BeNeDictee zijn ‘grand moment de gloire’.
Bij eerste lezing leek het een kinderlijk eenvoudig dictee. Maar – corpo di bacco! – wat zat het vol met wolfijzers en schietgeweren! Het begon al in de eerste alinea, waar gerept wordt van een boerderetje. Bij menige dicteetijger doemde direct de fermette op … en de twijfel sloeg toe. Zelfs een oud-winnares van het Groot Dictee der Nederlandse Taal ging hier in de fout en schreef boerderetteje. Mijn tienjarige buurmeisje schreef het later desgevraagd in één keer goed, terwijl zij triomfantelijk ‘makkie’ riep. Datzelfde gebeurde met flapmadam. De muizenissen die eraan voorafgingen voordat – doemetoch! – … flabmadam op papier kwam. Opnieuw typische bewijzen dat een surplus aan kennis je parten kan spelen.

Opwijk 2018

Dicteebabe Annemarie Braakman-Ven

Doemetoch
Herman had in zijn dictee niet de ‘moeilijke’ woorden de hoofdrol laten spelen (alhoewel je woorden als wagyubief, kuffiyyah, oenochoë en encheridion niet zo gauw in een middelbareschoolopstel zult aantreffen), maar had het meer gezocht in het moeilijkste aspect van de Nederlandse spelling, te weten het al dan niet aaneenschrijven. Ik telde er meer dan tien, zoals schaars geklede, zwaaralcoholische, fairy land, wijdverspreide, neverending, rood aangelopen en doemetoch, dat zelfs bij menige Vlaamse (Vlaming) als doeme toch geschreven werd. Overigens was niet alleen doemetoch van Belgisch-Nederlandse huize. Ik noem, onder andere: marcelleke, in een wip en een gauw, kine, nijg santepetie, gesjareld, gejost en camion. Maar nog geen begin van een klacht komt hierover over de lippen van deze Hollander. Integendeel, ik zal ze zo frequent mogelijk gebruiken en aldus trachten deze mooie woorden ingang te doen vinden in onze rijke – gemeenschappelijke! – taal.

De mooiste vondst? Ongetwijfeld deze op het eerste oog eenvoudige zinsnede: ‘… met schepen als – daar wil ik vanaf zijn – de Oost-, West-, noord- of Straatvaarder …’

Opwijk 2018

Tableau de la troupe

Van jonge jan en lange jan
Het wordt nu tijd de balans op te maken. De schade bleef in zoverre beperkt dat iedereen, de hekkensluiter incluis, erin geslaagd was meer dan de helft van de in te vullen woorden foutloos op papier te krijgen. Nochtans kregen de meesten van ons flink van jonge jan en van lange jan.
De eerste vijf plaatsen werden ingenomen door: Joost Verheyen (16 fouten), Rien Wisse (24 fouten), Elsie Ribbens (27 fouten), Rein Leentfaar (29 fouten) en Leen Ribbens (30 fouten). Gertjan Roels verraste met 40 fouten, waarmee hij een verdienstelijke middenpositie innam. Annemarie Braakman en ondergetekende eindigden met 52 fouten op een gedeelde zevende plaats. De rode lantaarns waren voor Lizi van Vollenhoven (53 fouten), Jozef Lamberts (56 fouten) en Dian van Gelder (59 fouten).
Winnaar Joost – in dicteekringen bekend onder zijn epitheton ornans ‘de kannibaal uit Paal’ – bleek nog niets van zijn vroegere glans verloren te hebben. De facile princeps nam minzaam lachend, als een boer die een hoefijzer vindt, zijn prijs in ontvangst.

Het Opwijkse BeNeDictee was het laatste dictee van het seizoen 2017-2018. Met recht een apotheose. Mocht de dicteeluwe periode heftige onthoudingsverschijnselen oproepen, dan raad ik aan contact te zoeken met de Stichting Korrelatie voor opvang en nazorg.

Deel dit artikel:

Krobiya’s en rowti’s in Sluis

De danteske waarschuwing ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt’ zou zaterdag 7 april 2018 niet misstaan hebben boven de ingang van het belfort van het Zeeuwse Sluis. Daar vond het eerste J.H. van Dale Dictee plaats.

Sluis 2018

Het beeld van Johan Hendrik van Dale in Sluis.

door Bert Jansen

Lasciate ogne speranza, voi ch’entrate’ ofwel ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt’, het opschrift dat de toegang tot de hel siert in Dante Alighieri’s Divina Commedia, zou zaterdag 7 april 2018 niet misstaan hebben boven de ingang van het belfort van het Zeeuwse Sluis; daar werd die middag namelijk het eerste Johan Hendrik van Dale Dictee gehouden en de auteur van het dictee was Johans provinciegenoot, de kathaarse Rein Leentfaar.

Op de terrasjes van Sluis miegelde het van de toeristen en het was verleidelijk te pogen daar ook een plaatsje te vinden, maar ik had mij nu eenmaal gecommitteerd aan het bezoek aan Reins feestje. Ondanks die concurrentie met de zonovergoten schabelletjes kon Rein toch nog 35 bezoekers verwelkomen, onder wie negen usual suspects, van wie zes uit Vlaanderen en drie uit Nederland. Er stapte ook nog een verdwaalde toerist het oudeeuwse raadhuis binnen, en wel met de intentie de toren te beklimmen, maar toen hem gevraagd werd of hij met het dictee mee wilde doen, keek hij verschrikt op en keerde hij schielijk op zijn schreden terug. Hij ontsnapte ternauwernood aan een veertiental bizarre zinnen.

Sluis 2018

Wim Eggermont trad op als Johan Hendrik van Dale, mét woordenboek.

Stand-in
Hoewel Johan Hendrik van Dale, onze betreurde held die zijn naam gaf aan het dictee, al vanaf 1872 de tuin op zijn buik heeft, was hij tóch aanwezig, en wel in de gedaante van Wim Eggermont, die voor de gelegenheid als zijn stand-in fungeerde. Het dictee werd voorgelezen door Marga Vermue, de burgemeester van Sluis. Zij had zich laten strikken de veertien onmogelijke zinnen voor te lezen. Niemand zal het haar dan ook euvel geduid hebben dat ze er af en toe haar tong over brak.
Welnu, na deze opmaat zijn we wel voorbereid op een paar zinnen en woorden die de zwervende Zeeuw uit zijn woordentas had opgediept.

Knock-out
De eerste zin was direct raak en betekende voor menig liefhebber een technisch knock-out: men ging weliswaar nog niet tegen het canvas – eeuwenoude plavuizen, in dit geval – maar was wel al dermate groggy dat men de volgende zinnen slechts enigszins afwezig aanhoorde. Hij luidde: ‘Beeld u eens in: u bent lexicograaf en u mag een dictionaire samenstellen: een statig in boxcalfs gebonden goud op snee boek.’ Het oog van de oplettende lezer zal hier direct blijven haken achter de eerste zinsnede: inderdaad, ‘zich inbeelden’ is een zogenaamd ‘verplicht wederkerend werkwoord’, wat impliceert dat het niet zonder het wederkerend voornaamwoord kan. De auteur had zijn faux pastje op de valreep ook al gezien, maar het laten staan opdat men zou zien dat ‘u’ hier níét het onderwerp van de zin is. Het bleek menigeen inderdaad te zijn ontgaan. Toch een leermoment dus …
Na de tweede zin zakte bij menigeen de moed volledig in de schoenen: ‘Voor u de kans om achterhaalde archaïsche woorden als ‘desniettegenstaande’ en ‘archeopteryx’, de jurassische vogelsoort, in de vergetelheid te doen geraken!’ Als ík lexicograaf was, zou ik dergelijke woorden echter opnemen om ze juist niet in de vergetelheid te doen geraken, maar dit terzijde. Daarna volgden er nog acht van dergelijke zinnen, met woorden als vélocipède, per pedes apostolorum, graue Eminenz, gillesdelatourettesyndroom en bechterew.

Even ingedut
De vier laatste zinnen waren voor de dicteetijgers, maar moesten ook door de liefhebbers geschreven worden om in geval van ex aequo’s de rangorde te kunnen bepalen. Een paar woorden uit het laatste blokje mogen in dit verslag niet ontbreken: krobiya, markusa, rowti, baithak gana, adhan, woedoe, dhuhr, fajr en maghrib. In de laatste zin ontwaarde ik een heuse ‘dubbelopper’: ‘In scherp contrast daarmee stonden de wiegendrukincunabelen’ – een typisch voorbeeld van Homerus die even was ingedut.

Ik weet het niet zeker, hoor, maar zou onze held zich op die zonnige aprilmiddag niet een paar keer in zijn graf hebben omgedraaid? Zou hij niet vermoeden naar Verweggistan te zijn gekatapulteerd?

Sluis 2018

Auteur Rein Leentfaar

Elementaire deeltjes
Dankzij taalwetenschapster (moet dat niet taalwetenschapper zijn?) Soeke Teenzuyt (zie het artikel van Rien Wisse, redacteur van De Spelt, op deze site) heeft Sluis, het embryonale stadium nog maar nauwelijks ontgroeid, al direct geschiedenis geschreven: er werden immers de lang gezochte dicteedeeltjes ontdekt! Die elementaire deeltjes – vooralsnog teenzuytdeeltjes genoemd – als en en waren in het Sluise dictee ruim voorhanden.

De meesten van de 35 schrijvers in het belfort bleken een paar maten te klein voor Reins verbale capriolen. Dat gold niet alleen voor de liefhebbers; ook doorgefourneerde Groene Boekjeadepten moesten in Sluis de witte vlag hijsen. De ongenaakbare lion du jour was Robert Joosen. Hij haalde de eindstreep met het onmogelijk geringe aantal van twee fouten! Wij kennen hem als de meest eerbare man van Vlaanderen en omstreken, maar bij anderen, die niet het geluk hebben regelmatig in zijn schaduw te mogen opereren, hem van haar noch pluim kennen, kan licht de gedachte postvatten dat de brave industrieel ingenieur in ruste een vernuftige device in zijn frontale kwab heeft laten implanteren waarmee hij ongezien door de Dikke kan bladeren. Hij en Herman Killens – die slechts acht fouten maakte – degradeerden namelijk het peloton tot zebedeussen. Christiane Adams wist, met 13 fouten, de afstand tot de koplopers nog enigszins te beperken, wat ook Felix Heymans (16 fouten) nog aardig lukte, maar meine Wenigkeit (19 fouten) al een stuk minder.

Sluis 2018

Matthias de Vries, geschilderd door J. H. Neuman

Vaderlandsch karakter
De absolute klasse van onze immer bescheiden en minzaam lachende Kalmthoutse vriend is in Sluis in beton gebeiteld. Zonder echter iets aan zijn jaloersmakende prestatie af te doen, zou ik graag de vraag opwerpen: moeten wij al die wonderlijke woorden ook opnemen in ons Nederlandse woordenboek? Is het toelatingsbeleid niet al te ruimhartig? Glad ijs natuurlijk, want hier komt ook de politiek om de hoek kijken.
Matthias de Vries (een van de auteurs van het Woordenboek der Nederlandsche Taal) noemde taal de ‘afspiegeling van ons vaderlandsch karakter, het merkteken van ons volksbestaan, band en pand onzer nationaliteit’. Nu weet ik wel dat dit een typisch negentiende-eeuwse opvatting is – en dat we de taalkundige luiken al lang geleden naar de wereld hebben opengezet –, maar de vraag blijft nochtans knellen.

Niemand die mij ook maar even kent, zal mij van taalpurisme beschuldigen, maar naar mijn mening dienen woorden, alvorens opgenomen te worden in het woordenboek, enigszins geworteld te zijn in ons taalgebruik. Ik vraag mij in gemoede af of dat met woorden als krobiya (een vis), rowti (een vogeltje), dhuhr en fajr (gebeden waarnaar God niet, maar Allah wél schijnt te luisteren) wel het geval is. Zoals ik mij ook afvraag via welk transliteratiesysteem de Arabische woorden zijn omgezet naar ons Latijnse alfabet. Hoe komen we aan die bizarre spellingen? Die zijn toch volledig losgezongen van de uitspraak? En een van de eisen die aan een transliteratie worden gesteld is toch dat een woord als vanzelf correct wordt uitgesproken?

En nu maar hopen dat deze nabrander niet uitgelegd wordt als de kritiek van een slechte verliezer. En, o ja, Sluis verdient een Tweede Johan Hendrik van Dale Dictee!

Deel dit artikel:

Taalvoutjes – Tabee, coryfee

Op de avond van 16 december zou het Groot Dictee der Nederlandse Taal uitgezonden zijn. Precies op deze avond organiseerde Taalvoutjes het eerste dictee. “We gaan het even helemaal anders doen!”

Annemarie Braakman is blij met haar tweede prijs. Links presentator Tom Lash. Foto: Ella Elisabeth.

Taalvoutjes 2017

De oprichtsters van Taalvoutjes, Inger Hollebeek en Vellah Bogle, zien zich geconfronteerd met het potentieel beste jongetje van de klas op de voorste rij.

door Dian van Gelder | Foto’s © Ella Elisabeth

Op de avond van 16 december zou het Groot Dictee der Nederlandse Taal uitgezonden zijn. Precies op deze avond organiseerde Taalvoutjes het eerste dictee. “We gaan het even helemaal anders doen!” De lezers  van dit verslag worden tevens uitgenodigd hun visie op de dicteeontwikkelingen te geven.

Dicteeavond
De presentatie van de avond was in handen van stand-upcomedian Tom Lash. Het dictee was geschreven door spellingexpert Wouter van Wingerden. Aangezien hij op hetzelfde moment als jurylid in Utrecht optrad, was hij fysiek niet aanwezig in Amsterdam. Later op de avond echter wel in de vorm van filmpjes met uitleg bij de uitwerking van het dictee. De twee oprichtsters van Taalvoutjes Vellah Bogle en Inger Hollebeek lazen het dictee voor. Zij verdienen een compliment voor de wijze van voorlezen en de wijze waarop zij reageerden op vragen om bepaalde gedeelten te herhalen. Twee vervaarlijk uitziende surveillanten zagen toe op een faire competitie. Het is nog maar de vraag in hoeverre hun nog te ontvangen controlerapport nog van invloed kan zijn op de einduitslag.

Taalvoutjes 2017

De twijfel slaat toe bij een deelneemster aan het dictee.

Het dictee
Het dictee op de Taalvoutjesmanier: in het teken van het afscheid van het Groot Dictee en tevens moderner, informeler en humoristischer. Dit laat onverlet dat in de eerste zin de przewalskipaarden kwamen binnenstappen en de tseetseevliegen kwamen aangevlogen. Moderner door woorden die vooruitlopen op toevoeging in de Dikke Van Dale, zoals geïnstaad (instaën; vergelijk instagrammen) en gesnapt (snappen; vergelijk snapchatten). Vermelding zou in de onlineversie toch mogelijk moeten zijn. Het woord Parijs in een Parijs 3 Michelinsterrenrestaurant (of drie-Michelinsterrenrestaurant) wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en dus zijn de regels voor de bezits-s niet van toepassing.

Taalvoutjes 2017

Het Vossius Gymnasium had gezorgd voor authentieke, strenge surveillanten.

Andrés, Janny’s en Robèrts sidekick leverde de nodige misbaksels. Het los dan wel aaneenschrijven zorgde voor hoofdbrekens bij zich tegoed doet, dan wel en het er … van afbrengen. Het woord millennials is toch veel eenvoudiger dan dat je je moet vergewissen van het juiste gebruik van weglatings- en koppeltekens in jarentachtig- of –negentigkinderen of jaren 80- of 90-kinderen of jaren 80- of -90-kinderen, waarbij er dus zelfs dus drie mogelijkheden zijn om deze woordgroep op de juiste wijze te schrijven. De Green Happinesschickies zijn nog onvoldoende ingeburgerd, dus met hoofdletters. Net zoals bij de introductie zorgden ook hier de iPhone X’s voor chaotische taferelen.

De ayahuascaceremoniën lieten hun geestverruimende werking niet onbetuigd.

Taalvoutjes 2017

Het erepodium: Jeroen van Heemskerck Düker (3), Bert Jansen (1) en Annemarie Braakman (2).

Prijzen
De prijzen gingen naar het sterrenspecialistentrio: Bert Jansen (11 fout), Annemarie Braakman-Ven (13 fout) en Jeroen van Heemkerck Düker (14 fout). Voor Rein Leentfaar was het dit keer: tabee, trofee! Bij de prijsuitreiking kwam het przewalskipaard opnieuw opdraven. Dat was voor diegene die zich vergaloppeerd had en zo de Przewalskiprijs voor het meest originele dicteewoord ‘eyephone’ ontving.

Wandschildering
Dan nu nog even iets van geheel andere orde. De wandschildering boven het podium intrigeerde mij. Dus besloot ik de betekenis van de wandschildering op te vragen. Mijn dank aan Ingrid Tieri van het Vossius Gymnasium voor het document: Amstelodanum 82 (1995), Richter Roegholt: “De laatste school van Nico Lansdorp: het Vossiusgymnasium.” In onderstaande passage de beschrijving en betekenis van de wandschildering. Aan de lezers van dit verslag de vraag om gelijkenissen en verschillen tussen dicteeontwikkelingen en de wandschildering te benoemen!

Taalvoutjes 2017

De wandschildering in de aula van het Vossius Gymnasium. (foto: Dian van Gelder)

“In de aula heeft Leo Visser (1880–1950), een bekend tekenaar, schilder en lithograaf, boven het podium een wandschildering aangebracht, die een scène voorstelt uit de strijd tussen de Grieken en Trojanen uit de Ilias van Homerus. Links liggen de holle schepen van de Grieken, rechts verheffen zich de transen van het ommuurde Troje. Van beide kanten trekken tweewielige strijdwagens op. Centraal staat een boom, waartegen een bruine gestalte leunt, de schim van Patroclus en aan weerskanten staan twee lanszwaaiende krijgers, Hektor en Achilles. Op de Trojaanse strijdwagen staat een zekere Alexandros, waarmee Paris wordt bedoeld. In de boom zitten twee vervaarlijke roofvogels, Athene, die de Grieken steunde en Apollo, die uit haat tegen de Grieken de partij van Troje koos. Patroclus bezoekt zijn boezemvriend Achilles en wekt hem op zijn wrok te laten varen en zijn volk te komen helpen: ‘Zo’n wrok als jij koestert, ik hoop niet dat die mij ooit te pakken krijgt, jij ongeluksheld! Wat zal een ander, wat zal het nageslacht aan jou hebben, als je nu de Grieken niet voor de ondergang behoedt!’ Vergeleken bij het mozaïek en het glas-in-loodraam is deze wandschildering veel moderner met een knipoog gestileerd heroïsch.”

Deel dit artikel:

Fake news uit Gent

Het nieuwe Verkeerscirculatieplan ten spijt wist de Hollander Bert Jansen toch in de binnenstad van Gent te geraken, om deel te nemen aan het befaamde Klein Dictee van dichterscollectief De wolven van La Mancha.

Gent 2017

Café Hotsy Totsy in afwachting van de dicteeschrijvers.

door Bert Jansen

Gent heeft enige tijd geleden een nieuw zogeheten Verkeerscirculatieplan geïntroduceerd, dat beoogt de binnenstad leefbaarder te maken en de veiligheid van fietser en voetganger te vergroten. Prijzenswaard! Maar er is ook een – waarschijnlijk onbedoelde – keerzijde aan deze gulden medaille: dicteenomaden weten café Hotsy Totsy niet meer te bereiken. Dat causaal verband tussen de verkeersbelemmerende maatregelen en de opkomst bij Het Klein Dictee is natuurlijk niet met zekerheid vast te stellen, maar feit blijft dat de belangstelling buitengewoon pover was: niet meer dan pakweg twintig personen, een derde minder dan bij de vorige editie, hadden de weg naar de Gentse staminee weten te vinden. Zelfs de usual suspects, zoals daar zijn Christiane Adams, Birgit Kuppens, Trui Gonnissen en de Zottegemse tweeling Elsie en Leen Ribbens, ontbraken op het appel. Ikzelf liet, op weg naar Hotsy Totsy, mijn navigatiesysteem prevaleren boven de verbodsborden. De eerste GAS-boete van 55 euro is inmiddels bezorgd, maar ik verwacht er nog wel meer …

Dat roept de vraag op: was het de moeite waard? Een volmondig ‘ja’ is daarop mijn antwoord! In de middag vergaapte ik mij in het MSK (Museum voor de Schone Kunsten) aan de overweldigende kunst en de restauratie van de aanbidding van het Lam, het centrale deel van de polyptiek van de gebroeders Van Eyck, die al meer dan een half millennium de Sint-Baafskapitaal siert. In de vooravond pleisterde ik aan de mooiste lei van de hele wereld: domweg gelukkig aan de Korenlei.

Gent 2017

Herman Killens (links) en Frans Van Besien ontvangen hun prijzen uit handen van Jan De Lille.

Gents halfuurtje
Toen ik café Hotsy Totsy om kwart voor acht binnenstapte, zat er nog maar een handjevol dicteeadepten. Om acht uur was de start van het dictee voorzien; geheel volgens de traditie echter respecteerde men ook dit jaar een ‘Gents halfuurtje’. Maar kort na halfnegen opende Philippe Marmenout, de voorzitter van het dichterscollectief De Wolven van La Mancha, dan toch het bal. Hij schetste het geprogrammeerde verloop van de avond en stelde de man voor die aangezocht was om het dictee te declameren: Rudy Coddens, schepen en voorzitter OCMW én kandidaat-burgemeester van de stad van Jacob van Artevelde. Het kan niet ontkend worden: Rudy deed zijn best, maar het ruime palet aan exotische instinkers stelde de, overigens niet voor een kleintje vervaarde aspirant-burgemeester, af en toe voor onoverkomelijke uitspraakproblemen. Maar allee, wie zou er zijn tong níét breken over uitheemse woorden als za’atar, Cauchies en caravaggisme?

Al direct na die eerste lezing was het duidelijk dat de Wolven van La Mancha er weer in geslaagd waren een verbaal mijnenveld te leggen waaruit niet alleen de argeloze dilettant, maar ook de door de wol geverfde dicteetijger niet zonder kleerscheuren kon ontsnappen.
Het dictee met de titel ‘Niets dan de waarheid’ behandelde een actueel onderwerp: fake news.  Alleen dát woord al leidde bij menigeen tot gefronste wenkbrauwen: is het al goed ingeburgerd en moet het dus aaneen of is het een gelegenheidsontlening en moet het dus los? Het kwam welgeteld driemaal in het dictee voor en bij een verkeerde keuze zou dat – de van-dik-hout-zaagt-men-plankencorrectiemethode van de Wolven kennende – al meteen tot drie strafpunten kunnen leiden.
Wie overigens mocht denken dat het fenomeen nepnieuws van Amerikaanse bodem en recente datum is, weet na dit Gents dictee wel beter: ook in de no-goarea Homs en in de tijd van de Zeven Provinciën, ja zelfs in de oudheid werd de goegemeente al bewust op het verkeerde been gezet. En niet alleen smombies en naïevelingen zijn er het slachtoffer van, ook de online-ingezondenbrievenschrijvers, zoveel werd wel duidelijk. De vraag werd geponeerd of fake news de ondergang van het avondland inluidde, maar die was retorisch bedoeld; een antwoord werd in ieder geval niet gegeven.

Gent 2017

Het beruchte correctieteam in Gent.

Menistenleugentjes
Na de integrale lezing zat Coddens’ taak erop. Hij groette vriendelijk en poetste de plaat, waarna het de beurt was aan de schrijver van het dictee, Peter Catrie. In een goed tempo en duidelijk, zonder tot spellinguitspraak te vervallen, las hij het dictee in hapklare brokken voor. Nochtans vormt de Vlaamse tongval voor het Noord-Nederlandse oor toch altijd een extra handicap. In ieder geval voor uw verslaggever. In de zinsnede: ‘… ik spreek niet over menistenleugentjes ofte leugentjes om bestwil’ zou bij Nederlandse lezing vermoedelijk niet: ‘… of de leugentjes om bestwil’ op mijn papier verschenen zijn. Overigens vind ik het gebruik van ofte hier dubieus; dit voegwoord wordt normaliter alleen nog in de verbinding nooit ofte nimmer gebruikt. Felix Heyman tekende protest aan tegen de zijns inziens te radde lezing van Catrie, maar zijn verzoek om de zoveelste herhaling werd niet gehonoreerd. Terecht, dunkt mij; te vaak worden woorden en zinnen tot vervelens toe herhaald. Ook tempo is onderdeel van het dictee.

Gent 2017

Rein Leentfaar oreert tegen de organisatoren; achter hem houden de overige prijswinnaars zich kalm.

Dabben
In de eerste zin ging ik al meteen in de fout met dabben. Dit kan ik volledig op conto van een licht slijtend geheugen schrijven; minder dan een jaar geleden immers beeldden de scholieren bij het Soester Dictee uit hoe je moest dabben! Ik schreef ‘debben’, volgens het in dicteekringen algemeen geldende adagium: bij onbekendheid spel je fonologisch. Onbekendheid met het (Belgisch-Nederlandse!) woord nobiljons was aanleiding tot twee rode strepen. In de zin: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommige nobiljons uitpakken’ vatte ik nobiljons als lijdend voorwerp op; Ik schreef: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommigen nobillions uitpakken’.

Ook dit jaar zat er weer een flinke riedel eigennamen in het dictee. Verleden jaar waren het de (Rode) Duivels en de Azzurri, dit jaar Barça en Cauchie die mij als verklaard sporthater opbraken. Ik wil niet graag in het kamp van de linguïstische prinzipienreiters ingedeeld woorden, maar kan men écht in redelijkheid van de dicteeschrijver verwachten bekend te zijn met de bijnaam van een voetbalclub of met een kunstenaar-architect van het tweede garnituur die al meer dan zestig jaar de tuin op zijn buik heeft? En moet ik ook weten dat Het Liegebeest een tv-programma is? Ik heb niet eens een tv! Het gebruik van eigennamen in dictees is – naar mijn bescheiden mening – een algemeen probleem, maar het Gents dictee lijkt er patent op te hebben.

Byzantijns
Ook een paar discutabele kwesties wil ik hier niet onvermeld laten. Als het gaat over het achterelkaar concipiëren van malicieuze leugens kan mijns inziens ook een lans gebroken worden voor achter elkaar. Het gaat immers om een reeks en dan is ‘de ene leugen na de andere’ toch te verdedigen? En moet een Byzantijns complot dwingend verwijzen naar het oude Byzantium? Is in dit verband niet met evenveel kracht de betekenis slaafs, kruipend te verdedigen? En dat za’atar een kruidenmengsel is, weet ik nu door Wikipedia, maar in de gehomologeerde bronnen zoek ik het tevergeefs.  

Evidente fouten lijken mij: tiki-taka (vanwaar dat koppelteken?), avondland (hier wordt duidelijk gerefereerd aan de Occident; overigens kan ik geen context bedenken waarin onderkast te verdedigen is) en Octavanius (hier zal Octavianus bedoeld zijn).

Gent 2017

Herman Killens (2e), rodelantaarndrager Bob Claeys, Frans Van Besien (3e) en Rein Leentfaar (1e).

Peloton vol fouten
Het correctieteam nam ruim de tijd voor het zetten van de rode strepen, maar het ging dan ook niet om een gering aantal. Net als verleden jaar mocht – met 17 fouten – Frans Van Besien de derde prijs mee naar huis nemen. Herman Killens, twee jaar op rij goed voor goud, kon met 16 fouten geen kunstje uit zijn hoed toveren; hij moest in reizende Rein Leentfaar, die slechts 14 fouten maakte, zijn meerdere erkennen. Alle drie de winnaars gingen met een stapel boeken naar huis. Na de drie koplopers volgde het peloton: Frank Denys en ondergetekende (22), Raf Coppens (23) en hekkensluiter Felix Heyman (40).

Het was al na elven toen ik, op weg naar Philippine, Gent uitreed – opnieuw de verbodsborden negerend. Er was geen hond op straat, maar ik vrees dat de camera’s niet sliepen. Afwachten maar weer wat voor verrassingen de Vlaamse hermandad nog voor mij in petto heeft.

Deel dit artikel: