20 reacties

  1. Woorden als: beriberi, couscous, bobo, agaragar, tamtam etc. worden altijd aaneengeschreven. Waarom bij vraag 4 dan los?

  2. Riet, al jouw voorbeelden gaan over één ding, één zaak, het gaat hier om 2 lepeltjes …

  3. Tja … In de eerste plaats is appeltje-eitje geen znw. maar een predicatief bnw. En als je het al als znw. zou gebruiken, zou het niet een appeltje en een eitje zijn maar ook één ding, nl. iets gemakkelijks (en bij de samenstelling treedt klinkerbotsing op, vandaar het koppelteken). Verder heeft de vraag naar appeltje-eitje geen enkel verband met waar de discussie feitelijk over ging, nl. over (bijna-)reduplicatie(s). Zie GB 79: gogogirl, byebye. Het begrip reduplicatie staat gedefinieerd op GB 1047. Overigens bekt het aaneenschrijven van lepeltje en lepeltje ook niet (als je het al zou overwegen): ik denk dat het principe vooral voor ‘korte’ woorden gebruikt wordt. In tegenstelling tot het min of meer figuurlijke appeltje-eitje worden de lepeltjes symbolisch maar zeker wel concreet bedoeld.

  4. Een te flauw argument is natuurlijk: het staat zo in VD onder het lemma lepeltje: mensen kunnen lepeltje liggen, ze liggen dan lepeltje lepeltje (VD noemt dit een uitdrukking).

  5. Lepeltje lepeltje is al moeilijk correct te schrijven, maar wat te denken van balletje-balletje? Dit staat als zelfstandig naamwoord zowel in VD als GB mét een koppelteken en ook hier is uiteraard geen sprake van klinkerbotsing. In dit gokspel op straat gaat het maar om één balletje, zoals bij de omschrijving in VD na te gaan is.

  6. Die Zeeuw kan alleen nog opmerken dat het bij balletje-balletje om slechts 1 balletje gaat en bij lepeltje lepeltje om 2 lepeltjes. Etymologisch valt er waarschijnlijk niks over te zeggen, omdat ‘balletje’ en ‘lepeltje’ zulke gewone woorden zijn. Kennelijk moeten we balletje-balletje en lepeltje lepeltje maar als historische schrijfwijzen zien die zich onttrekken aan de gewone regels voor reduplicatie. Noem het maar ‘versteende uitdrukkingen’ zoals apezuur. In Alkmaar kunnen we ook al niet te rade gaan, want daar schreven ze heel inventief immers ook cha-cha-cha (en misschien is dan cha cha cha ook wel goed?)

  7. Dank je wel, Rein, Bob, Johan en Jeroen. Duidelijk dacht ik, toen ik het eerste antwoord van Rein zag. En ook het appeltje-eitje kon ik nog volgen. Maar op de vraag waarom het lepeltje lepeltje en balletje-balletje is, mag de Taalunie mij antwoord geven. Ik onthoud wel dat het zo is, maar ik vind dat regels duidelijk moeten zijn. Hun antwoord zal ik hier t.z.t. plaatsen.
    PS In VD zag ik ook nog lepels-en-vorken, maar dat is weer iets anders. ☺

  8. Riet, Om het nog moeilijker te maken: klikklak, zigzag, koeskoes, couscous aaneen, maar via via los…. Nog erger: tik tik is los (VD), tiktak aaneen…

  9. En dan het dictee van vorige week: hocus pocus. Is ook bijna-reduplicatie. Of zijn het twee verschillende dingen, en is een hocus iets heel anders dan een pocus?

  10. In mijn overzicht van 6 maart in het forum kwamen al lepeltje lepeltje en balletje-balletje voor. Helemaal uitputtend was dat overzicht echter niet. Zo nu en dan ontdek ik nog een nieuw reduplicatiewoord, zoals:
    baba, bébé, caracara, coco, dada, huilie huilie (doen), klok klok, tata.

    pangpang Opvallend, deze onomatopee komt niet in GB en VD voor. Was alleen kinder-, maar is sinds kort ook soldatentaal.

    puntje, puntje, puntje Zie bij trefwoord puntje 1.5 in VD. Drie puntjes met twee komma’s.

  11. Om grammaticaal niet buiten de boot te vallen, zullen onze soldaten moeten leren ‘piefpafpoef’ te scanderen. Dat staat wel in Van Dale. Taalkundig anders georiënteerden mogen ‘piefpoefpaf’ roepen. Klinkt raar, maar blijkt wel correct.