Eureka! Het dictee heruitgevonden!

Het wiel, dat wel ja. En het warm water. En heel misschien zelfs het zwarte garen. Maar voor zover mij bekend was het begrip ‘dictee’ in onze recente geschiedenis nog niet opnieuw uitgevonden. Tot vorig jaar in Mechelen tijdens een spetterende sessie ‘Het Groot Dictee Heruitgevonden’. En dat initiatief kreeg nu vorige vrijdag navolging in meer dan zestig Vlaamse bibliotheken. Met maar liefst tweeduizend deelnemers! Een megasucces in Dicteeland.

door Herman Killens

Tijdens het Conclaaf van Mortsel werden er enkele weken geleden geheime afspraken gemaakt: we gaan onze troepen verspreiden, zodat we allemáál een prijs kunnen veroveren. Met de plechtige belofte om mekaar niet voor de voeten te lopen namen we met een knipoog afscheid: ‘Omerta!’

Het ‘Groot Dictee Heruitgevonden’ dus. Echt catchy vind ik die benaming wel niet. Opwijk doet niet mee en bijgevolg wijk ik noodgedwongen uit naar het twaalf kilometer verder gelegen Meise. Eenhoog in de plaatselijke bib zitten dertien andere dicteeliefhebbers elk met pen, een flesje water en twee boekensteunen (echt, ik vind het niet uit) klaar voor het dictee. Tot mijn stomme verbazing zie ik op een stoel vlak voor mij … dicteecrack en arts Jan Deroover. Tuurlijk!! Die was er niet bij in Mortsel. Doemetoch, operatie mislukt. Jan heeft zich trouwens door een collega laten meetronen naar Meise, om dan daarna vast te stellen dat er in zijn thuisstad Vilvoorde ook gewoon zo’n editie plaatsvond. Ik denk dat Jan beter incognito kan terugkeren, of dat worden pek en veren in Vilvoorde. En hij vindt het trouwens achteraf beschouwd ook een gemiste kans om ter plaatse reclame te kunnen maken voor zijn onvolprezen Portaelsdictee.

Schot in de roos

Even terugspoelen naar Mechelen, 8 december 2017. Als reactie op het stopzetten van het Groot Dictee der Nederlandse Taal in Den Haag besloot de Mechelse bibliotheek om ‘deze vaste waarde terug op te pikken, zij het in een wat minder archaïsche en speelsere vorm’. Ludo Permentier, bekend van onder andere het Groene Boekje en sinds 2006 een van de vaste juryleden van dat tv-dictee, werd als regelmatige bibliotheekbezoeker in Mechelen bereid gevonden om mee de schouders onder het ‘heruitgevonden’ dictee te zetten. En het werd een schot in de roos. Veel volk, en ook de creatieve formule viel in de smaak. Ik citeer Brien Coppens, publieksmedewerker van de Mechelse bibliotheek (bron: De Standaard 7/12/2018): ‘Het laatste onderdeel is een Spelling-Bee (sic), waarbij de winnaars van het vorige onderdeel om beurt snel woorden moeten spellen, tot er iemand over een woord struikelt. Vorig jaar deden ook enkele ex-winnaars van het Groot Dictee der Nederlandse Taal mee, maar het was uiteindelijk een ‘gewone Mechelaar’ die won. Dat deed me stiekem wel plezier.’ (*)
En de maneblussers lieten het er niet bij. Ze namen het prijzenswaardige initiatief om hun idee te slijten bij andere bibs in Vlaanderen en Brussel. Zo nodigden ze op 20 april van dit jaar alle bibliotheekverantwoordelijken uit in Mechelen voor een collectieve spelsessie waarbij ze het uitgewerkte format en het draaiboek voorstelden. En meer dan zestig bibliotheken hapten uiteindelijk toe.

Overal in het land zijn BV’s opgetrommeld om het dictee te presenteren en voor te lezen. Guy Mortier hier, Sigrid Spruyt daar, Phara de Aguirre ginder. Welke lokale grootheid zou het in Meise zijn? Eddy Merckx heeft volgens mij niet zo’n goede dictie en weerman Frank Deboosere is al ingepikt door Mechelen. Het blijft voor mij een volkomen raadsel tot de twee podiumdames zich eindelijk voorstellen. Presentatrice Monika Macken blijkt de weduwe van de gevierde schrijver Ward Ruyslinck te zijn. Maar wat voorleesster Luce Lemmens op haar palmares heeft om zéér bekend en gekend te zijn in Meise gaat voor mij evenwel in het geroezemoes verloren. Maar Luce doet haar dicteersessie prima.

Poepsimpel

Vorig jaar was ik er niet bij in Mechelen en dus is het voor mij een allereerste kennismaking met de ‘speelse’ aanpak. De tekst van het dictee is geschreven door jong talent Ans De Bremme. Het werd in de media aangekondigd als een grappig verhaal, maar dat valt dan toch wel stevig tegen. Ik vind ‘Gesprek met een filosoof’ zelfs nogal saai en langdradig. De eerste zowat 160 woorden tellen als een gewoon klassiek dictee. Het stond in de pers: ‘Dit dictee zit niet volgepropt met de meest ongebruikelijke woorden die mijlenver afstaan van het dagelijkse taalgebruik’. Maar het is uiteindelijk zelfs een poepsimpele tekst geworden, met als enige mogelijke struikelblokken (nu ja) tig, johnlennonbrilletje, oosterse filosofie, tenminste (althans), ten slotte (tot slot), hups en seduisante.

Nu een woord vormen met die twintig letters. Hoera, ik heb mij grondig voorbereid!

Daarna volgt deel twee, een reeks meerkeuzevragen. De organisatoren projecteren van twintig woorden in de rest van de tekst twee of meer mogelijke schrijfwijzen met een letter ernaast. Het loopt al meteen mis. De getoonde slides verdwijnen telkens al na één seconde (ik hoor achteraf dat het vijf seconden moesten zijn). Gelukkig grijpt de jury in om het beeld elke keer even manueel terug te spoelen. Deze keer passeren woorden en woordgroepen de revue zoals moelleux, iets ad rems, schlemielig en televisiekijken. Ook weer doenbaar, die twintig letters zijn binnen.
Het vervolg laat zich raden: met de twintig veroverde letters een zo lang mogelijk woord proberen te vormen. Hoera, ik heb mij grondig voorbereid. Ik heb immers vooraf alle combinaties van 20 letters opgezocht met het grondwoord ‘bibliotheek’, het centrale thema. En uit het hoofd geleerd. Een beredeneerde gok. En tot mijn verbazing lukt het nog ook. Ik heb bijgevolg slechts vijf seconden van de voorziene tien minuten nodig om ‘bibliotheekbezoekers’ op mijn opgavenblad te noteren.

Taaie tante

De verzorgde drankpauze is ultrakort; zo snel is de jury klaar met het nakijken. Het gemiddeld aantal fouten ligt op vijf. Ha, ik ben niet de enige met nul fouten. Niet Jan – helaas toch één keer uit de bocht – maar de dame naast mij heeft de tekst foutloos neergepend. Een spellingbee moet uitkomst bieden. De gepensioneerde lerares Nederlands blijkt een bijzonder taaie tante: pas bij haar elfde woord gaat ze overstag. Maar jammer genoeg en tot haar afgrijzen met een dt-fout in het woord gehypet. En dan heb ik voor open doel maar paparazzi in te koppen om de gouden pen en een boekenbon te veroveren.

Het is een sterk deelnemersveld. Drie van de veertien spellingfanaten hebben het twintigletterwoord ontmaskerd. Maar de jury beslist terecht dat ik niet meer mag meedoen aan de eindfase, zodat de twee dames het onderling kunnen uitvechten in een spellingbee voor de zilveren pen + boekenbon. Maar ook de twee verliezers mogen binnenkort wat voor onder de kerstboom gaan uitzoeken in De Standaard Boekhandel.

Geen spek voor de bek van dicteenomaden, maar misschien wel van scrabbletijgers

We nemen afscheid met nog een drankje. Tijd voor wat reflectie. Was dit nu mijn ding? Neuh, niet echt. Het dictee zelf was veel te gemakkelijk, en wat deel twee betreft: ik ben geen crack in scrabbletoestanden (ik heb dat deze keer dus wel nog kunnen omzeilen door mijn ‘bibliotheek’-truc). Maar de andere deelnemers zijn razend enthousiast. En ik hoor en lees dezelfde reacties uit andere bibliotheken. En dan heeft Het Groot Dictee Heruitgevonden toch zijn doel bereikt, namelijk – om een populair N-VA-woord te gebruiken – een laagdrempelig dictee voor een breed publiek in een fris en spannend format aan te bieden. Geen spek voor de bek van dicteenomaden. Maar misschien dan weer wel van scrabbletijgers?

Tweeduizend deelnemers is niet niks. Dat gaat al stevig in de richting van de legendarische Davidsfondsdictees uit de vorige decennia. Er is trouwens nog een gelijkenis. Die Davidsfondsdictees zijn immers ook kleinschalig op 1 plaats (Ieper) begonnen om vervolgens eerst de provincie en dan heel Vlaanderen te veroveren. Maar die dictees waren wel honderdduizend keer moeilijker …

Revival

En er liggen nog grootse plannen klaar. Het blijkt immers vooreerst de bedoeling om nog meer bibliotheken bij het gebeuren te betrekken. En goed nieuws voor onze noorderburen: mogelijk ook in Nederland! Bovendien wordt bekeken of er volgende keer geen finaleronde kan georganiseerd worden waaraan alle lokale winnaars zouden kunnen meedoen. Jawel … bijna net als bij het Davidsfonds.

En zo heeft de stopzetting van het tv-dictee een revival teweeggebracht van het spelletje. Denk maar aan het Hautekietdictee in de Belgische Senaat of het eerste Groot Nederlands Radiodictee dat binnenkort plaatsvindt. O ja, in dezelfde context nog een interessant weetje. We brengen ons jaartotaal aan dicteewedstrijden in Vlaanderen in een klap van zeventien naar meer dan zeventig!

(*) Uiteindelijk blijkt dat niet helemaal accuraat. Rein Leentfaar veroverde immers met een nulfouter de gouden pen, terwijl iemand uit Mechelen de zilveren pen won met de vondst van het twintigletterwoord  ‘jeugdboekenschrijver’.

De winnaars

Hierna een eerste overzicht van de winnaars, voor zover bekend. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt. Aanvullingen en correcties welkom.

  • Aalst: 20 deelnemers
  • Anderlecht: 15 deelnemers – Frank Denys (goud en zilver)
  • Beerse: Nina Degruyter (goud)
  • Berchem: 41 deelnemers – Trui Hendrickx (goud)
  • Bertem – Tervuren: 23 deelnemers – Ingrid Vansteenwegen (goud) – Lieve Brackx (zilver)
  • Beveren-Waas: 15 deelnemers – Jan Smet (goud) – Patricia Vanspeybroeck (zilver)
  • Bierbeek: Lieve Elaerts (goud) – Kris De Ridder (zilver)
  • Duffel: Tinne Lambrechts (goud)
  • Erpe-Mere: 20 deelnemers – Raf Coppens (goud) – Hanneke Brummelkamp (zilver)
  • Evere: Alessandra Bilani (goud)
  • Hamme: 14 deelnemers – Justine Baert (goud) – Kim D’hondt (zilver)
  • Hasselt: 18 deelnemers – Edward Vanhove (goud) – Anneke Salden (zilver) – ook Toon Vandenheede nam deel
  • Heist-op-den-Berg: 23 deelnemers – Nancy Van Herck (goud) – Marlies Vervloet (zilver)
  • Hoeilaart: 19 deelnemers – Greta Peirs (goud) – Mia Daemen (zilver)
  • Kluisbergen: Hilde Callens (goud) – Magda Cambron (zilver)
  • Kortrijk: 33 deelnemers – Hugo Van Malder (goud en zilver) – ook Jacques Verhaeghe nam deel
  • Leuven: 50 deelnemers – Christiane Adams (goud)
  • Lier: 32 deelnemers – Veronique Van Peer (goud) – Matthias Vangenechten (zilver)
  • Lommel: 24 deelnemers – Guy Mangelschots (goud) – Marie-Thérèse Jansen (zilver)
  • Maaseik: afgelast wegens te weinig deelnemers
  • Mechelen: 60 deelnemers – Kris Van Ransbeeck (goud) – Annelies Roosen (zilver) – ook Rein Leentfaar en Jozef Lamberts namen deel
  • Meise: 14 deelnemers – Herman Killens (goud ) – ook Jan Deroover nam deel
  • Mol: 14 deelnemers – Wim Geys (goud) – Gerrie Coomans (zilver)
  • Neteland: Carlien Vermeiren (goud) – Alex Vercammen (zilver)
  • Nijlen: 19 deelnemers – Valerie Druart (goud)
  • Oosterzele – Scheldewindeke: Lut Slembrouck (goud) – Leen De Bock (zilver)
  • Oud-Turnhout: Jurgen Sack (goud)
  • Putte – Bonheiden: 26 deelnemers – Walter Hendrickx (goud)
  • Sint-Gillis-Waas: 25 deelnemers – Evelien Van de Ven (goud) – Kenneth Colleman (zilver)
  • Steenokkerzeel: 40 deelnemers – Petra Haesevoets (goud) – Danny Heyvaert (zilver)
  • Vilvoorde: Laura Buelinckx (goud)
  • Wemmel: Alexander Thierens (goud) – Lieve Verbeeck (finaliste – zilver?)
  • Wijnegem: 20 deelnemers – Mathieu Vincken (goud) – Elien Dierckx (zilver)
  • Wortegem-Petegem: 16 deelnemers – Sofie Dhondt (goud) – Marie-Rose Lefebre (zilver)
  • Zele: Felix Heyman (goud)
  • Zottegem: 10 deelnemers – Veerle Bogaert (goud) – Jeroen Torrekens (zilver) – Elsie en Leen Ribbens zaten in de jury
  • Zulte:15 deelnemers

Twee fouten moeilijker

Op 28 november 2018 werd het twaalfde Groot Castricums Dictee gehouden. Over voeding, het thema van Nederland Leest. Een Worteldictee. Niet dat het over wortels ging, maar de auteur was de in Dicteeland inmiddels goed bekende Eemnesser bard Gerard Wortel.

Castricum 2018

Tableau de la troupe, met geheel rechts uw verslaggever

door Pieter van Diepen  |  Foto’s: Bert Jansen

In 2017 schreef ik: “Het elfde Groot Castricums Dictee in de plaatselijke bibliotheek was weer een feest.” Dat gold voor de twaalfde editie ook. Het was weer een fraaie, echte Worteltekst. De geestelijke vader was er andermaal in geslaagd het dictee verraderlijk eenvoudig te laten lijken, maar er was genoeg moeilijks in verwerkt om geen van de drie naar Castricum afgereisde dicteetijgers – Annemarie Braakman, Bert Jansen en ik moesten DT op ons blaadje zetten, en we deden hors concours mee – met een nulfouter op huis aan te laten gaan. Divergent, godzijdank, onoorbaar, enigermate, lecithine, toe-eigenen, ambetant, om harentwil, dooreenschudden en ammoniakkaramel, daar maken wij toch geen fouten in? Wel dus.

Het lijkt soms zo makkelijk en het is soms zo verraderlijk. Altijd is er in een dictee wel een twijfelgeval met los of aan elkaar schrijven, maar hier waren het er wel zes: open()getrokken, veel()gebruikt, lastig()gevallen, het al genoemde dooreen()schudden, gewaar()worden en minder()draagkrachtigen. En Gerard had ook een mooi aantal ‘stelletjes’ in de tekst verwerkt. Karamel met een k, maar carbonaat met een c, gelogenstraft en onloochenbaar, sint-juttemis met een kleine maar Allerheiligen met een hoofdletter, en het mooist: de boute bewering en verderop in de zin maar het boudst.

Castricum 2018

Gerard Wortel met een bevallige gelegenheidsassistente

Pauzeact

Er waren eigenlijk twee pauzes. Na de eerste drie (van de zes) alinea’s werden de blaadjes opgehaald en kon de nakijkploeg vast beginnen. Dat we daarna eigenlijk meteen door moesten met de rest van de tekst, was niet bekend bij de gelegenheidsvoorlezer – auteur Wortel verving ad hoc de wethouder die het zou doen, maar die niet was komen opdagen – dus hij babbelde wat, en ook de deelnemers onderling babbelden wat. Ook over de laatste drie alinea’s die bij de eerste voorlezing-in-zijn-geheel wel al genoemd waren …

Toen het kwartje viel, ging het voortvarend verder. Voor sommige van de deelnemers té voortvarend, maar gaandeweg vond Gerard het juiste tempo. En na de laatste zin, “of we nu tot sint-juttemis quinoa eten of tot Allerheiligen eens per tweeënhalve week een dozijn vette miniloempia’s van een dubieus A-merk maakt niet uit, als de smaakpapillen het maar als delicieus gewaarworden”, kon de eigenlijke pauze beginnen. Dat is Gerard wel toevertrouwd. Prachtige gedichten, onder andere over iemand die in Toscane met zijn scrotum op de stang van zijn racefiets terecht was gekomen: “voorlopig geen Italië”, en het bekende “Lintjes”, en prachtige liedjes. Het gevoelige “Papa’s”, met de puberzoon en de mooie contaminatie “mijn kop in de wind sloeg”, “Straatterreur”, het wrange lied over senioren op e-bikes, nadat Gerard eerst gevraagd had wie er op zo’n ding reed (de latere tweedeprijswinnaar stak zijn vinger op), en – ik zou bijna zeggen: natúúrlijk – “Heimwee naar Eemnes”. Het refrein, “Koeienstrónt, kóéienstró-hont, de geur van mijn geboortegrond”, werd weer uit volle borst meegezongen.

Castricum 2018

V.l.n.r. juryvoorzitter Jeroen Kant (van de BookSpotliteratuurprijs), Jan Fokkens (2e), Floris van Driessen (1e) en Eelco Poeze (3e)

Thuisblijvers

Nee, de thuisblijvers – inclusief de wethouder – hadden ongelijk. Er waren maar tien lokale deelnemers. Waar zijn de tijden dat een grote groep 55+’ers tegen een even grote groep middelbarescholieren streed, en dat er binnen die laatste groep gezonde rivaliteit was tussen leerlingen van het Jac. P. Thijsse en het Bonhoeffer? Voorbij, o en voorgoed voorbij. De welzijnsorganisatie, die de oudjes ‘leverde’, doet na een ordinaire bezuiniging niet meer mee, en de jongelui krijgen er geen studiepunten meer voor …

Van de plaatselijke diehards eindigde Eelco Poeze op de derde plaats met 19 fouten. Hij was duidelijk blij verrast. Twee fouten minder had Jan Fokkens, de man van de e-bike. Maar de winnaar, met 16 fouten, was deze keer Floris van Driessen. Proficiat!
En de drie buitenpoorters? Annemarie had vijf fouten, Bert had er vier, ik twee – deze keer geen nulfouter! Wat een merkwaardig toeval: in het vorige Castricums dictee deden dezelfde drie DT’s mee, en we hadden nu alle drie twee fouten meer dan toen. En nog toevalliger: ook de nummers 1 en 2 van de Castricummers, Floris en Jan, hadden allebei twee fouten meer dan de winnaar en de runner-up van 2017! Het dictee was dus gewoon twee fouten moeilijker …

De zwartepietendiscussie op z’n dictees

Hoe hoort (hoor je) het op 5 december? Maar vooral: hoe schrijf je het? Bij een doorwrochte analyse hoort een gedegen bronnenonderzoek. En bij dictees zijn die alleen het Groene Boekje en de Van Dale.

Sint-Nicolaas (de echte)

door Rein Leentfaar

Over de correcte spelling van Sinterklaas, Zwarte Piet en alle samenstellingen die ermee samenhangen, bestaat veel twijfel. Daarom gaan we het maar eens grondig uitzoeken. Bij een goed artikel staan de (voet)noten onderaan het verhaal, in dit geval worden het kop- of hoofdnoten (rondgestrooid door de hoofdpiet).

Sint in de Van Dale

In de (online) VD (online-VD), zoeken op *sint*. Dat geeft 275 treffers, maar ik wil absoluut niks missen, dus ga ik ze allemaal na.

  • a) hulpsinterklaas en hulpsint
  • b) sint 1, znw.: heilige 1 (3) = vroom iemand, de goede sint = Sinterklaas, en uitdrukking: het is een afgezette sint = een vroeger invloedrijk iemand, om wie zich thans niemand meer bekommert
  • c) sint 2, voorzetsel = sedert
  • d) Sint- of St. zoals in Sint-Pieter (hoho, niet Zwarte Piet!) of St.-Pieter. Ook: Sinte-Margriet
  • e) sinterklaasaanbieding, -lied, -pak, -optocht en -show
  • f) sinterklaasachtig en sinterklaasavond of sint-nicolaasavond
  • g) sinterklaascadeau en sinterklaasdag (een Sint-Niklazenaar komt uit Sint-Niklaas, bnw. Sint-Niklaas of verbogen: Sint-Niklase)
  • h) sinterklaasgebak en sint-nicolaasgebak
  • i) sinterklaasgedrag, -geschenk, -stoet en -uitmonstering
  • j) sinterkerst = periode waarin sinterklaas- en kerstinkopen worden gedaan
  • k) sinterklaas = de persoon of het feest
  • l) Sinterklaas = heilige met geschenken, Sinterklaas en Zwarte Piet, de zak van Sinterklaas, voor Sinterklaas spelen, Sinterklaas heeft goed gereden, zo droog als Sinterklaas z’n achterste (gezegd van gebak en brood), en Sinterklaas staat metonymisch voor de naam- en feestdag van Sint-Nicolaas (6 december) of de vooravond daarvan
  • m) sinterklaasavond, -feest, -gedicht, -koek, -mutsenkruid, -pop, -prent, -rijm, -tijd, -vermomming, -verrassing, -vers, -viering en -weer
  • n) sinterklazen = voor Sinterklaas spelen, het sinterklaasfeest vieren of erg vrijgevig zijn van andermans geld
  • o) sinterklazerij = vrijgevigheid met andermans geld, m.n. overheidsgeld
  • p) sinterklaasversnapering en -weekend
  • q) Sint-Nicolaas = Sinterklaas
  • r) versinterklazen = onoordeelkundig besteden = verjubelen

Bij de voorbeeldzinnen (55) vinden we nog: Sinterklaas, goedheilig man [GB nu ook: goedheiligman], Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje, Sint-Niklaas (!) is jarig, o wat zijn we blij, lootjes trekken voor sinterklaas [twijfelachtig], Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, met Sinterklaas (!) geef je elkaar surprises, met sinterklaas (?) wordt er gestrooid. Binnen artikelen (371) laat ik even zitten, anders wordt het te gek.

min of meer Zwarte Pieten tijdens de intocht van 2018

Piet in de Van Dale

En dan nu *piet*. Lijkt onbegonnen werk, valt mee. Lemmata (106), waaronder:

  • a) hulppiet (helper van Zwarte Piet)
  • b) kleuren- en regenboogpiet
  • c) bij ‘piet’ niets wat naar het decemberfeest verwijst
  • d) bij ‘Piet’ Zwarte Piet, elk (!) van de zwartgeschminkte helpers van Sinterklaas = Piet (2) = Zwarte Piet, Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, Pieterbaas, vergelijk zwartepiet [dat gaat alleen over een kaartspel en de zondebok]
  • e) pietenpak en pietenpet
  • f) zwartepietenprotest
  • g) regenboogpiet, roetpiet = schoorsteenpiet en veegpiet
  • h) zwartepieten = kaartspel of elkaar de schuld geven = elkaar de zwartepiet toespelen – dat is het zogenaamde zwartepietenspel

Bij de voorbeeldzinnen (72): Zwarte Piet werd in korte tijd ontkleurd en ontkroesd en stoute kinderen gaan in de zak van Zwarte Piet. Binnen artikelen (206) laat ik verder buiten beschouwing.

Sint en Piet in een parkje

Sint in het Groene Boekje

Dan naar GB met *sint*: sint, hulpsinterklaas – verder kom ik niet in het online-GB, in de papieren versie nauwelijks nieuwe gezichtspunten en met alleen sint* nog sintfeest (= sinterklaasfeest) en een sinterklaas is iemand die voor Sinterklaas c.q. Sint-Nicolaas speelt (!) en nog allerlei samenstellingen met sinterklaas- die bij VD al genoemd zijn.

Piet in het Groene Boekje

Vervolgens naar *piet*: piet (is ook bv. een kanariepietje), weinig nieuwe gezichtspunten.

Mijn analyse

Ik vind geen redenen om ‘piet’ in de betekenis van ‘Zwarte Piet’ met een kleine letter te schrijven. Daarvoor geven GB en VD geen handreiking. Wel erken ik ‘Piet’ (met hoofdletter) ook als verkorting van Zwarte Piet. Bij ‘sint’ is dat wat subtieler, maar voor de/een sint in GB zonder betekenisaanduiding kom ik niet verder dan de betekenis in VD: een sint = een heilige. Om tot Sinterklaas gebombardeerd te worden, moet je een goede sint, een goede heilige zijn. Volgens mij moet Sint als verkorting van Sinterklaas dus gewoon met een hoofdletter geschreven worden.

Samenvatting

In december geschiedt dus – voor zolang het nog duurt – het volgende. Op pakjesavond, sinterklaasavond gaat de goedheilig( )man, Sinterklaas, Sint-Nicolaas, de Sint, Sint-Niklaas, in een razend tempo Nederland rond. Hij is vergezeld van Pieterbaas, (Zwarte) Piet [Sint en Piet] – en bij grote drukte ook wel van zijn Pieten [Sinterklaas en zijn Pieten].

Genieten in een galmend godshuis

Er kleeft maar één nadeel aan het jaarlijks Groot Zutphens Dictee: de A1 tussen Naarden-Bussum en de afslag naar Zutphen: al vóór vieren is deze dichtgeslibd. Om ‘aanschuiven’ (zoals mijn Vlaamse vrienden zeggen) te voorkomen, is vroeg vertrekken dan ook het parool.

Het tiende Groot Zutphens Dictee, voor de speciale gelegenheid in de Walburgiskerk

door Bert Jansen  |  Foto’s: Patrick van Gemert

Om de dichtgeslibde wegen te vermijden, gingen Jeroen van Heemskerck Düker en ik op donderdag 15 november al om halfdrie op pad. Eenmaal op de N345 viel een vale herfstzon in lange diagonalen over het veld en zette het uitgedunde bladerkleed in een vrolijk rode gloed. Zutphen naakte.
Na de auto tegenover de Walburgiskerk geparkeerd te hebben, spekten we de lokale middenstand door onze garderobe uit te breiden. Enigszins ongemakkelijk voelden we ons wel, zo samen zoekend in de rekken met jasjes en hemden, maar als Edward III zich in 1344 al niet geneerde toen hij de door zijn danspartner verloren kousenband opraapte en om zijn eigen been bond, waarom wij dan wel? Honi soit qui mal y pense!

Chapeau

Met onze nieuwverworven kleding liepen we goedgemutst naar het vlakbij gelegen ‘Chapoo’ voor de domibo, om maar eens te variëren op de vrijmibo, het was per slot van rekening donderdag. De ambiance was er warm, de bediening charmant en de kaart aantrekkelijk; we besloten dan ook er tevens een vorkje te prikken. Even was er de aanvechting de uitbater opheldering te vragen over de alternatieve spelling van zijn etablissement, maar we besloten die te onderdrukken. Ik vermoed echter zomaar dat onze Middelburgse collega-dicteetijger bij de restauranteigenaar zijn beklag zou hebben gedaan en hem op een lesje over de spelling van leenwoorden zou hebben getrakteerd …

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

Ook vanuit Vlaanderen was een deelnemer afgereisd (uiterst rechts) voor het fameuze dictee.

Voor de ingang van de Walburgiskerk gaf een stadsgids uitleg over de geschiedenis van de kerk. Clandestien luisterden wij mee en leerden dat zich in de bol van de torenspits de bouwtekeningen bevinden – tót we als culturele verstekelingen ontmaskerd werden en schielijk de kerk in verdwenen. Terwijl we de toegangsprijs voor het tiende Groot Zutphens Dictee voldeden, weergalmde melodieus orgelspel van orgelist Klaas Stok tussen de eeuwenoude pilaren. Een geëigend, maar bovenal sfeervol muzikaal behang dat bijdroeg aan de gewijde sfeer.

Galmend godshuis

Terwijl sommige dictees een kwakkelend bestaan lijden, slaagt ‘Zutphen’ er elk jaar weer in meer bezoekers te trekken dan het jaar ervoor. Maar liefst 63 mensen hadden zich voor dit evenement aangemeld! Voor deze tweede bigiyari was de organisatie – opnieuw in vertrouwde handen bij de Lions – erin geslaagd een der meest prestigieuze monumenten van de oude IJsselstad af te huren: de Walburgiskerk, lokaal bekend als Walburgkerk.

Hadden ze voor de installatie van de kacheltjes soms een eskimo ingehuurd?

Helaas echter bleek de akoestiek niet afgestemd op het dicteren van een dictee. Ik vermoed zomaar dat de nagalm bij de epiclese en de verkondiging van Gods Woord minder storend is. Ook de temperatuur in het godshuis was voor iemand die het in de buurt van de koelkast al koud krijgt – zoals schrijver dezes – niet comfortabel. Bovendien ontregelt kou het spellingcentrum in de hersenen, althans bij mij. Er waren weliswaar elektrische verwarmingsinstallaties opgehangen, maar die hingen bijkans in de nok en waren dus niet effectief. Hadden ze voor die klus soms een eskimo ingehuurd?

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

Ridder Bas Steman, de auteur van het jubileumdictee, leest zijn tekst voor

Ridder Bas

Marleen Tebbenhoff Rijnenberg, presidente van de Lionsclub afdeling Zutphen-Kattenhaven, opende de avond en heette de aanwezigen welkom. De meesten van hen kwamen van heinde, maar er waren er ook die uit Zeeland en zelfs Vlaanderen gekomen waren. Het dictee werd dit jaar voorgelezen door Bas Steman. Deze onverschrokken ridder en auteur van, onder andere, de liefdesroman Morgan, beschikt over een goede dictie en toonde weinig last te hebben van plankenkoorts. Bij menigeen sloeg de schrik om het hart toen hij het dictee kwalificeerde als ‘de lastigste geschiedenisles ooit’.
Ook dit jaar kwamen de zinnen weer uit de koker van het viertal dat gevormd wordt door Michel Groothedde, Jody Hagenbeek, Fiona de Heus en Jaap Pott. In hun macedoine werd de schijnwerper gericht op de Zutphense instanties die dit jaar jubileerden.

Accoucheuses

Zo werd het publiek in de eerste alinea meegenomen naar het klooster Spittaal, waar de broeders van de Orde van de Heilige Geest zich in de dagen van olim bekreunden om de verzorging van de zieken. Die broeders van toen zijn nu nog slechts een vage herinnering; heden ten dage zijn het de anesthesistenoto-rino-laryngologen en cardiothoracale chirurgen die de verzorging der zieken op zich nemen. Ook de begijnen van toen zijn vervangen, en wel door de gynaecologen en accoucheuses.
In de tweede alinea werd de zeshonderd jaar geleden uitgebroken furieuze successiestrijd belicht. Dat Reinald de Vierde van Gelre zich na die strijd genoodzaakt zag de verbondsbrieven te accepteren waarin de ridderschap en de principale steden met hun filiatie een alliantie hadden gesloten om in parlementaire congregatie het vorstendom te besturen, was voor menigeen een openbaring vanjewelste.

Opeens belandden we vanuit de middeleeuwen bij de AZC, een volte-face van heb ik jou daar!

In de derde alinea werd de hebraïcus Willem Baudaert, de fervente apologeet van de contraremonstrantie opgevoerd. Hij werd vier eeuwen geleden door het moderamen van de Nederduitse Gereformeerde Kerk tot de vertaler van de oudtestamentische boeken benoemd. In de vierde alinea werd stilgestaan bij het Timpeorgel. Het is inmiddels fraai gerestaureerd, maar naar verluidt is het vaak mishandeld in verwoede pogingen de akoestiek te verbeteren. Zelfs de tractuur zou daarbij beschadigd zijn!

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

Dicteetijgers zwoegen op de tekst van Bas Steman

Jantje-secuur

Na deze vier min of meer solemnele alinea’s kwamen er wat trivialere kwesties aan bod. Zo belandden we ineens bij een jubilerend AZC, een volte-face van heb ik jou daar! De oer-Zutphense amateurvoetballers ambiëren weliswaar tweedeklasser te blijven, maar paren nochtans tikitaka en getruukte een-tweetjes aan een cruijffiaans inzicht. Ook banketbakkerij Jolink – bekend van delicieuze patisserie en exquis ambachtelijk roomijs van pico bello ingrediënten – jubileerde dit jaar en werd door Pott cum suis in het zonnetje gezet. De in de laatste alinea verwoorde voorspelling dat zelfs jantje-secuur lou kans heeft op een foutloos resultaat bleek carrément profetisch!
Er was geen achtste alinea. Die kwam kennelijk niet door de censuur. En zoals een doorgehaalde zin nieuwsgieriger maakt dan de overige tekst, zo geldt dat ook voor de geschrapte achtste alinea. Wellicht dat de schrijversbent daarover nog eens opheldering kan geven.

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

De onvolprezen Jaap Pott licht de valkuilen toe.

Pott versus vingeropsteker

Voordat het verdict van de jury klonk, was, gewoontegetrouw, de microfoon voor Jaap Pott voor zijn onvolprezen explicatie, waarvan zijn etymologische uitstapjes een vast en interessant onderdeel vormen. De eerste zin was echter nog niet geprojecteerd, of er klonk protest vanuit de voorste rij. Pott echter snoerde de interpellant (naam en adres bij de redactie bekend) subiet de mond en zette hem in de figuurlijke hoek, waarmee de oud-schoolmeester verried dat hij zijn oude stiel, ook vijf jaar na zijn pensionering, nog niet verleerd is.

Hoewel dit tiende Groot Zutphens Dictee voornamelijk in gewonemensentaal was geschreven, zaten er toch weer genoeg struikelstenen in. En ook een enkel ietwat archaïsch woord, zoals accoucheuse. Zo kon menigeen niet alleen met meer kennis van de orthografie, maar ook met een grotere woordenschat naar huis. Voorwaar een grote winst. Op gevaar af voor zoïlus te worden versleten, wil ik toch ook even stilstaan bij de constructie ‘pico bello ingrediënten’. ‘Pico bello’ wordt in Van Dale en het Groene Boekje een bijwoord genoemd. Het gebruik als bijvoeglijk naamwoord is echter in opmars. Op ‘de ingrediënten van Jolink zijn pico bello’ lijkt mij dan ook niets aan te merken. Het attributieve gebruik van ‘pico bello’, zoals in het dictee, zou mijns inziens vermeden moeten worden – zeker door Pott, die zich bij menig dictee toch als behorend tot de preciezen heeft leren kennen.

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

Wino Sijm moest wederom genoegen nemen met de tweede prijs. Een week later haalde hij revanche in Rijssen.

Helaas bleken ook weer interpunctiefouten mee te tellen – en voor rode strepen te hebben gezorgd. Ook eigennamen als Spittaal en Timpeorgel resulteerden weer in veel rode strepen. Waarom moet ik eigenlijk weten hoe ik Timpe moet schrijven? Overigens werd mijn Baudaart níét fout gerekend, terwijl de goede man Baudaert heet. Althans volgens het correctievel.

Potjes, alweer

Het twintigkoppige correctieteam had een uur nodig om de 51 dictees na te kijken. Er hadden zich weliswaar 63 mensen aangemeld, maar 12 personen stuurden ofwel hun kat ofwel hadden weinig fiducie in een podiumplaats en hun schrijfsels niet ingeleverd. In totaal werden er 1594 fouten aangestreept, een gemiddelde van ruim 31 fouten.

Zijn glimlach hield het midden tussen suffisantie en minzaamheid

Op de derde plaats eindigde Esther Leising met 20 fouten. Wino Zoetemelk – pardon, Sijm – moest voor de zoveelste keer genoegen nemen met zilver. Heer en meester was opnieuw Marry Potjes uit Baak. Zij misspelde slechts 13 keer. Moet de queen of orthografie zo zoetjesaan niet promoveren naar de ‘tijgercategorie’? Deze vraag is retorisch bedoeld. Zij zal daar een geduchte concurrent zijn voor reizende Rein, die nu met slechts vier fouten de eerste prijs in de wacht sleepte. Om zijn mond speelde een glimlach die het midden hield tussen suffisantie en minzaamheid, toen hij zijn prijs uit handen van Bas Steman in ontvangst nam. De sympathieke habitué Jan Riefel greep dit jaar helaas net naast de prijzen.

Zutphen 2018 - Patrick van Gemert

Rein Leentfaar legt het de organisatie nog één keer uit.

De opbrengst ging dit jaar naar het Praathuis in Zutphen, een wekelijkse ontmoetingsplaats voor mensen die Nederlands willen leren spreken. Deze twee jaar geleden opgerichte organisatie zag haar saldo met € 667,65 toenemen. Ariana Achterkamp wist het hoogste sponsorbedrag, te weten € 112,65, bijeen te brengen.

De Deur

De nazit is een vast onderdeel van ons uitstapje naar Zutphen. Deze keer was dat in ‘De Deur’, ‘waarschijnlijk het gezelligste café van Zutphen’, zoals er op de website te lezen staat. En inderdaad, de kachel brandde, het couragewater vloeide rijkelijk, de gesprekken waren levendig en de tijd vloog. Het was al na enen toen we de keilenwinkel verlieten en door de uitgestorven straten naar de auto liepen en huiswaarts reden. Op donderdag 21 november 2019 komen we terug. Deo, Allah of het Vliegend Spaghettimonster volente, natuurlijk.

Primeurs, hattricks en geluksgetal dertien

Al meer dan de helft van mijn leven wordt het Papendrechts dictee georganiseerd. En al sinds 2016 doe ik fanatiek mee. Lukt het mij om de hattrick vol te maken en voor de derde keer te winnen? Er is maar één manier om daarachter te komen: lees snel verder.

papendrecht 2018

Dicteeveterane Inge Kooijman en Randy van Halen

Tekst en foto’s: Randy van Halen

De locatie van het dertiende Papendrechts Dictee is spiksplinternieuw: in plaats van het zalencentrum waar de afgelopen jaren tientallen mensen zwoegden om de tekst foutloos op papier te zetten, trokken de deelnemers deze keer naar een grote tent op de Markt. In deze tent wordt over enkele weken de schaatsbaan opgebouwd, maar tot die tijd wordt het gebruikt voor verschillende culturele activiteiten onder de naam PUP, oftewel Pop Up Papendrecht: er worden concerten en lezingen gehouden, maar ook een pubquiz, voor die gelegenheid omgedoopt tot PUP-quiz. Maar nu eerst dus het dictee. Voor de derde keer op rij is dat in handen van het dreamteam van schrijfster Bianca Nederlof en voorlezer Bert Lock. Tijd om te gaan schrijven dus, maar niet voordat enkele mensen bedankt worden voor hun deelname.

Twee burgemeesters

Voor het eerst heeft de Culturele Raad Papendrecht voor de organisatie de hulp ingeroepen van de Lions. Zij hebben ervoor gezorgd dat de zaal aardig vol kwam te zitten, want een aantal leden van die club durfde het aan om mee te schrijven. Zodoende zaten er meer dan zestig man klaar in de zaal. Ook was er een bijzonder bedankje aan een wethouder die meedeed, en aan niet één, maar zelfs twee burgemeesters: de burgemeester van Papendrecht deed mee, maar er was ook een andere deelnemer die meneer Burgemeester heette. Hilariteit alom.

papendrecht 2018

Bianca Nederlof, meervoudig winnares en nu schrijfster van het dertiende Papendrechts Dictee

Niet te moeilijk?

Dan door naar de tekst: Bianca heeft verteld dat ze die niet te moeilijk wilde maken. Haar winterse verhaal was voor iedereen goed te volgen. Dat was ook te danken aan Bert, die alles luid en duidelijk en in een perfect dicteetempo voorlas. Ze schreef over Siberische kou, competitieve sneeuwballengevechten en retraitecentra in het Middellandse Zeegebied. Dit dictee was goed te doen, en dat zou later ook blijken uit de foutenaantallen.

Over die fouten gesproken: we moesten het dictee voor het eerst zelf nakijken. Vorige jaren was er altijd een nakijkploeg aanwezig, maar “die lui begonnen schandalige bedragen te vragen, dus nu doen we het lekker zelf”. De dictees werden opgehaald en willekeurig verdeeld onder de deelnemers. Van tevoren dacht men dat het hierdoor erg laat zou worden; Bert zei ook: “Als je had gehoopt vanavond op tijd thuis te zijn om Twan Huys op tv te zien, dan heb je pech.” Dat bleek echter allemaal reuze mee te vallen. Het nakijken verliep vlot, zonder echte discussiepunten. Eén deelnemer liet echter blijken dat hij persoonlijk het niet eens was met de spelling van glühwein. En waarom dan wel niet? “In het Nederlands wordt wijn toch met een lange ij geschreven?” En ja, dat klopt, maar dit leenwoord wordt gewoon gespeld zoals ze het in het Duits ook schrijven. Na een laatste check door de jury kwam al snel de prijzenuitreiking.

papendrecht 2018

Deelnemers in afwachting van het dertiende Papendrechts Dictee

Daarbij hoorden we dat het aantal fouten bij iedereen vrij laag lag, in vergelijking met afgelopen jaren: het gemiddelde lag onder de twintig, en degene met de meeste fouten had er ongeveer veertig. Aan de top was het echter erg close. Hester Verhagen is derde geworden met vier fouten, Marian Naafs tweede met drie. En de winnaar? Tja, dat was dezelfde als de afgelopen twee keer, namelijk schrijver dezes. Geen grote verrassing dus, maar het aantal fouten was voor mij een extra overwinning: ik heb mijn eerste nulfouter gemaakt! De dertiende editie heeft mij dus zeker geen ongeluk gebracht.

Buitenspel

Als drievoudig winnaar ben ik voor de komende editie buitenspel gezet. Ik mag niet meer meedoen. In plaats daarvan hebben ze me gevraagd of ik me “op een andere manier bezig wil houden met het dictee”. Toen Bianca hier lucht van kreeg, was ze de eerste die opsprong om te zeggen dat ik het dan volgend jaar wel mocht schrijven: “Dan kan ik eindelijk ook weer eens meedoen!” En zo zal geschieden. Stiekem ben ik best nieuwsgierig of zij als deelnemer het net zo goed doet als schrijver, en vooral, of ik net zo’n leuk dictee kan schrijven als zij!

Gebiedende wijs: lees dit en word wijzer

Wat is er moeilijk aan de gebiedende wijs? Laat het onderwerp weg en gebruik de ik-vorm, da’s alles. Toch trappen jaarlijks tientallen dicteeliefhebbers in imperatiefvalkuilen. Specialist Johan de Boer zoekt in een doorwrocht essay uit waar de moeilijkheden liggen.

door Johan de Boer

Eigenlijk is het schrijven van de gebiedende wijs heel eenvoudig. Ga uit van het hele werkwoord, bijvoorbeeld lezen. Kies de ik-vorm. Dat is: ik lees. Schrijf daarom lees dit. Hetzelfde bij worden. Ik word. Daarom: word wijzer. Vroeger werd leest dit en wordt wijzer geschreven omdat deze uitspraak was gericht tot meerdere personen. Dat is nu volstrekt achterhaald en bovendien fout. Het maakt nu niks uit of er slechts één of meerdere personen aangesproken worden, steeds wordt de ik-vorm gebruikt bij de gebiedende wijs.

In enkele ouderwetse uitdrukkingen wordt bij de gebiedende wijs nog wel een eind-t toegevoegd, bijvoorbeeld:

  • ‘Hoort, zegt het voort! Dictees.nl is vernieuwd!
  • ‘Komt allen’, ‘Bezint eer ge begint’.
  • Makkers staakt uw wild geraas (uit een bekend sinterklaasliedje).

Er bestaat één uitzondering bij het gebruik van de ik-vorm, oftewel eerste persoon enkelvoud, en die heeft betrekking op het werkwoord zijn. De ik-vorm is ben. Geïrriteerde ouders die naar hun favoriete tv-programma kijken en daarbij worden gehinderd door hun luidruchtige kinderen, worden misschien wel getrakteerd op hoongelach als ze uitroepen: ‘Ben stil’. Nee, wees stil, maakt, hopelijk voor hen, meer indruk, net als misschien makkers staak jullie wild geraas. Zojuist lees ik in het novembernummer van Onze Taal dat het gebruik van ben als gebiedende wijs geregeld voorkomt maar niet behoort tot het verzorgd taalgebruik. 

Verdwenen medeklinkers

Bij de werkwoorden glijden, houden, rijden, snijden en uitscheiden kan de -d in de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs weggelaten worden. In plaats van ik glijd kun je ook schrijven ik glij. Evenzo: ik hou et cetera. Het gaat sneeuwen, dus rij(d) voorzichtig, hou(d) afstand en glij(d) niet uit. Van Dale (VD) kent dan ook naast de gewone vorm de alternatieven glijen, houen, rijen, snijen en uitscheien als trefwoorden.
Je kunt deze werkwoorden uitbreiden met een voorvoegsel. Als voorbeeld neem ik: houden. Ook bij onthouden, verhouden, behouden en voorbehouden kan steeds de -d weggelaten worden bij de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs.

Voorbeeld: onthou dat nou een keer, het Groene Boekje kent drie synoniemen van arafatsjaal en wel: kaffiya, keffiyeh en kufiyyah!
Tot zover over de ik-vorm van de gebiedende wijs. 

Verdwenen onderwerp

Het andere belangrijke kenmerk is dat er in zinnen met gebiedende wijs nooit een taalkundig onderwerp vermeld staat. Dat is heel belangrijk. Kom ik straks op terug.
Wat is er dan zo moeilijk aan de gebiedende wijs? Je hoeft alleen maar de ik-vorm van het werkwoord te gebruiken, zoals in: ga naar die dicteewedstrijd, vermijd onduidelijk schrijven en leid je team naar de overwinning. Ik ga, ik vermijd, ik leid. Of: vind maar eens een goed ezelsbruggetje om soera, surah en surra, die afgezien van de klemtoon, alle drie op dezelfde manier worden uitgesproken [sura], uit elkaar te houden. Ik vind.

Dicteeauteurs proberen het de dicteeschrijvers lastig te maken en dat doen zij vooral door het woordje u te introduceren in dicteezinnen die lijken op de gebiedende wijs maar dat in feite niet zijn. Vaak gebruiken ze dan werkwoorden, al dan niet wederkerend, waarvan de stam eindigt op een -d. Nog getruukter is het gebruik van u als wederkerend voornaamwoord. U kan namelijk een persoonlijk voornaamwoord zijn maar ook – en daar zit hem de kneep – een wederkerend voornaamwoord dat hoort bij een wederkerend werkwoord. Dat zijn werkwoorden die gecombineerd worden met het woordje zich, bijvoorbeeld zich voorbereiden, zich vergissen enzovoort. In u vergist zich of u vergist u (mag allebei) is zich of de tweede u een zogenaamd wederkerend voornaamwoord, zo genoemd omdat het persoonlijk voornaamwoord u in een andere gedaante, namelijk als lijdend voorwerp, terugkeert.

Deze introductie van het woordje u gebeurt in dictees op een drietal manieren. Om het geheel een beetje overzichtelijk te houden zal ik die aanduiden met achtereenvolgens categorie A, B en C. Ik zal die categorieën steeds illustreren met voorbeeldzinnen uit de dicteepraktijk en eigen verzinsels, en – niet onbelangrijk – ook steeds een aantal tips geven waardoor het correct schrijven van zulke zinnen makkelijker wordt.

Categorie A: niet-wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Hierbij wordt gebruikgemaakt van zinnen met u die heel erg lijken op zinnen met de gebiedende wijs maar die dat in feite niet zijn en meer het karakter hebben van een aansporing. Er is sprake van een beleefdheidsvorm. Deze categorie A bevat werkwoorden die niet-wederkerend zijn. Zinnen als: komt u binnen, hangt u daar de jas maar op, gaat u zitten, neemt u de pen ter hand en schrijft u het volgende op . . ., zul je niet vaak zien in dictees. Die zijn te makkelijk. Liever kiezen de dicteeauteurs voor zinnen met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: houdt u rekening met een pittig dictee. Dit lijkt op een gebiedendewijszin maar is dat in feite niet. Er is hier sprake van een aansporing. Het belangrijkste bewijs dat hier geen sprake is van gebiedende wijs is wel het feit dat er hier een taalkundig onderwerp in de zin staat en wel het persoonlijk voornaamwoord u. Zoals we eerder gezien hebben is een van de belangrijkste kenmerken van een zin met gebiedende wijs juist het ontbreken van een onderwerp. 

Andere voorbeeldzinnen:

  • Heeft u commentaar op deze kwestie? Brandt u maar los! (weekdictee op deze site)
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Houdt u dan dit aforisme van Oscar Wilde in gedachten: “Vergeef altijd uw vijanden, niets irriteert ze méér!” (Harderwijk 2015, René Dijkgraaf)

Tips voor het correct schrijven van deze zinnen:
Kijk of u het onderwerp is in deze zinnen. Dat is in deze voorbeeldzinnen inderdaad het geval, dus is er geen sprake van een gebiedendewijszin. De beoordeling wordt makkelijker als je in deze zinnen een werkwoord gebruikt waarvan de stam niet eindigt op een -d.

  • Houdt u rekening met een moeilijk dictee kan dan worden: blijft u rekening houden met . . . (Natuurlijk niet, blijf u rekening houden met . . . U is onderwerp en het is, u blijft).
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Loopt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Een andere truc om te achterhalen of er sprake is van een onderwerps-u is door u te vervangen door je of jou. 

  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Schrijd jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Jij is hier duidelijk onderwerp, vandaar ook het ontbreken van de -t achter schrijd, net als in: loop jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! Schrijd jou of schrijd je is natuurlijk uitgesloten. 

Categorie B: wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Deze categorie is het makkelijkst te schrijven en ligt in het verlengde van categorie A, met dit verschil dat hier, in tegenstelling tot categorie A, steeds sprake is van wederkerende werkwoorden. Die worden dus gecombineerd met het woordje zich dat een wederkerend voornaamwoord genoemd wordt. Net als bij A is er geen sprake van een echte gebiedende wijs, maar van een afgezwakte vorm daarvan, een beleefdheidsvorm. 

Eerst weer een paar voorbeelden:

  • Maar hoedt u zich bovenal voor euphuïstische fabulanten. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)
  • Beeldt u zich eens in dat u nul fouten maakt in een BeNeDictee van Rien Wisse.
  • Windt u zich in godsnaam toch niet zo op over het feit dat u jan-an-de-lat zonder koppeltekens hebt geschreven.

U is hier steeds onderwerp van de zin, gevolgd door het wederkerend voornaamwoord zich dat als lijdend voorwerp fungeert. Omdat u duidelijk het onderwerp is in deze zinnen, is twijfel over het wel of niet schrijven van een -t na de -d eigenlijk niet nodig. Ook hier kan weer het hulpmiddel van een werkwoord waarvan de stam niet eindigt op een -d ingeroepen worden. In plaats van beeldt u zich eens in gebruik je dan bijvoorbeeld stelt u zich eens voor. In plaats van windt u zich in godsnaam toch niet zo op, bedenk je dan bijvoorbeeld, maakt u zich toch niet zo druk.

Categorie C: wederkerende werkwoorden waarbij u geen onderwerp is

Dit is verreweg de moeilijkste en hier worden ongetwijfeld de meeste fouten bij gemaakt. Bij deze categorie wordt uitsluitend gebruikgemaakt van wederkerende werkwoorden, maar of dat zo is moet je wel zelf uitzoeken. In het zinnetje meld u aan moet je zelf bedenken dat het hier gaat om zich aanmelden. Soms is dat knap lastig. Daar kom ik zo dadelijk op terug.

Eerst een paar voorbeelden uit de praktijk:

  • Meld u aan voor de dicteewedstrijd, St.-Jansdalmedewerkers! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Wind u toch niet zo op over die kleine foutjes! (weekdictee op deze site) 
  • Beeld u sybaritische taferelen in als open en bloot te zien op de mozaïeken . . . (Deventer 2012, Joost Verheyen)
  • Hoed u voor pathogene bacteriën als spirocheten. (uit de verzameling van 856 dictees, Rein Leentfaar)
  • Hoe het ook zij, bereid u vanavond voor op een beestenbende. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)

In deze zinnen wordt gebruikgemaakt van u, niet als persoonlijk voornaamwoord, maar als wederkerend voornaamwoord dat hoort bij de wederkerende werkwoorden zich aanmelden, zich opwinden, zich inbeelden, zich hoeden voor en zich voorbereiden. Wederkerende voornaamwoorden vormen nooit het onderwerp van de zin maar fungeren als lijdend voorwerp, zoals eerder opgemerkt. U is hier dus beslist geen onderwerp en daarom is er in deze zinnen sprake van een echte gebiedende wijs. Vandaar ook het gebruik van de ik-vorm van het werkwoord. 

Als we in plaats van u ook uzelf kunnen schrijven dan weten we dat we met een wederkerend voornaamwoord u te maken hebben. Dat is in al deze vijf voorbeelden mogelijk: meld uzelf aan, wind uzelf toch niet zo op, beeld uzelf sybaritische taferelen in, hoed uzelf voor pathogene bacteriën en bereid uzelf vanavond voor.

Populair bij dicteeauteurs zijn natuurlijk de wederkerende werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: zich aanbieden, zich aankleden, zich aanmelden, zich aangorden, zich beraden, zich bewust worden, zich bezighouden, zich bevrijden, zich harden tegen, zich hoeden, zich houden (aan), zich inbeelden, zich melden, zich omkleden, zich opwinden, zich redden, zich rustig houden, zich stilhouden, zich verantwoorden, zich verbeelden, zich verspreiden, zich voeden, zich voorbereiden, zich wenden tot.

Wederkerende werkwoorden

Wederkerende werkwoorden in de gebiedende wijs waarvan de stam niet op een -d eindigt, zullen ongetwijfeld minder vaak fout geschreven worden, zoals in de zin: verslaap u niet, begeef u op tijd naar die dicteewedstrijd, leef u uit in moeilijk te schrijven woorden als wushu, kallipygisch en fyofyo en schaam u niet als u geen eerste wordt. 

Wederkerende werkwoorden kun je in twee groepen indelen: 

  • Werkwoorden die altijd wederkerend zijn, de zogenaamd verplicht wederkerende, zoals: zich bemoeien, zich gedragen, zich schamen, zich vergissen. Ik schaam, hij schaamt, wij schamen zijn natuurlijk uitgesloten. Ik schaam mij (me), hij schaamt zich, wij schamen ons, zijn verplicht.
  • Werkwoorden die toevallig wederkerend zijn, dat wil zeggen in de ene betekenis wel, in de andere niet, bijvoorbeeld voorbereiden. Bij voorbereiden in de betekenis zoals in VD omschreven als vooraf bereiden, van tevoren het nodige verrichten of gereedmaken, met als voorbeeld een feest voorbereiden, is voorbereiden geen wederkerend werkwoord. Dat is wel het geval bij, ik citeer weer VD: (wederkerend) zich op iets voorbereiden, zich ervoor gereed houden, in de positie brengen om het af te kunnen wachten. Dat heeft duidelijk consequenties voor het gebruik van voorbereiden bij de gebiedende wijs.

In de zin, bereidt u het dictee goed voor hebben we te maken met categorie A, dus geen wederkerend werkwoord, geen gebiedende wijs maar een aansporing. U is hier onderwerp, vandaar bereidt, in deze beleefdheidsformulering.
In bereidt u zich goed voor op het dictee (categorie B) is er wel sprake van een wederkerend werkwoord, namelijk zich voorbereiden. Hier krijgt bereidt wel een eind-t omdat het hier, net als bij bereidt u het dictee goed voor niet gaat om een echte gebiedende wijs, immers ook in bereidt u zich is u het onderwerp.
In bereid u goed voor op het dictee (categorie C) hebben we wel te maken met een echte gebiedende wijs. U is hier geen onderwerp want in plaats van u kun je ook schrijven bereid uzelf goed voor op het dictee.

Deze problematiek spookte door mijn hoofd toen ik deelnam aan het Harderwijks dictee van 2016 van René Dijkgraaf, de gebiedendewijsspecialistendicteesauteur bij uitstek (sorry, hippopotomonstrosesquippedaliofobielijders). Daarin stond de volgende zin: Als u de architect van dit kasteel, Marten Toonder, niet kent, gord u dan aan om z.s.m. en zonder captie te maken in deze pijnlijke leemte te voorzien.

Hebben we hier te maken met categorie A, de beleefdheidsformule waarbij u onderwerp is en er geen sprake is van een echte gebiedende wijs? In eerste instantie koos ik hiervoor en ik schreef dus gordt u dan aan. De rest van het dictee bleef dit door mijn hoofd spoken en ik streepte gordt u door met de bedoeling het later te verbeteren in gord u. Ik was tot de conclusie gekomen dat het hier categorie C betrof, dus om de echte gebiedende wijs waarbij je kunt zeggen gord uzelf aan en dat het hier ging om het wederkerend werkwoord zich aangorden.
Stom, ik vergat echter het doorgestreepte gordt u te veranderen in gord u en had daarmee een duidelijke fout te pakken. Gord u dan aan, was de enig juiste schrijfwijze. Het gaat hier om het wederkerende werkwoord zich aangorden. Bij de in VD vermelde voorbeelden van het niet-wederkerend gebruik van aangorden, zoals het harnas, de wapens en het zwaard aangorden, wordt steeds aangegeven wat er aangegord wordt. Het harnas, de wapens en het zwaard kunnen zich niet aangorden.

Nu maar hopen dat het makkelijker geworden is om de volgende zin van Bert Jansen uit het dertiende Soester Dictee 2014 correct te schrijven:

  • Bent u linguïstisch voldoende onderlegd om ‘Bindt u dat maar vast meneer’ en ‘Wind u niet zo op, meneer’ correct neer te pennen?

Bindt u, categorie A, de beleefdheidsvorm. Wind u, categorie C.

Tot slot, in het laatste oktober- en novembernummer van Onze Taal wordt gewezen op het bestaan van gebiedendewijsvoltooiddeelwoorden, zoals in de uitroep dicteeliefhebbers opgelet.