Hoe dichter bij Dordt …

Topspeller Randy van Halen was afgedaald uit zijn orthografische ivoren toren om een leuk dictee te schrijven voor jeugdige liefhebbers. Zijn gevoel voor grammatica liet hem daarbij soms in de steek, maar een fijne avond werd het wel.

Dordrecht 2017

Het schaap is het symbool van Dordrecht. Elke deelnemer kreeg deze sleutelhanger mee naar huis.

door Bert Jansen | Foto’s: Huib Boogert

Filerijdend van Bussum naar Dordrecht doodden Jeroen van Heemskerck Düker en ik donderdag 16 maart de tijd met het elkaar bevragen en memoriseren van – zowel qua spelling als betekenis – ‘moeilijke’ woorden. Onder andere oxo, euthynteria, shakuhachi, hentai en pied-de-mouche passeerden de revue. Helaas echter kwam geen enkel hiervan ons te stade op het Groot Leerpark Dictee, waarnaar wij op weg waren.

Er zijn aardig wat uitdrukkingen met een aardrijkskundige naam erin (‘Zaltbommel geeft rommel’, ‘Tiel is niet viel’), maar er is er geen zo bekend als ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’. Er zijn diverse verklaringen voor deze uitdrukking. De oudste gaat terug op het stapelrecht dat de stad van de schapenkoppen in de middeleeuwen bezat: goed voor de lokale schatkist, maar slecht voor de schippers, die hun beurs moesten trekken. Een plausibeler verklaring is de slechte toestand van de waterwegen rond het Eiland van Dordrecht, die ertoe leidde dat veel schepen vastliepen. Vooralsnog echter achtten wij de dichtgeslibde wegen bij de nadering van Dordrecht het meest van toepassing …

Dordrecht 2017

Randy van Halen (links) overziet de zaal.

Ary Scheffer
Vlak bij het centrum vonden we een parkeerplaats en via de Wijnstraat met zijn rijk geornamenteerde panden en eeuwenoude gevelstenen liepen we naar het Schefferplein, waar we maar met moeite een vrij tafeltje konden bemachtigen op het overvolle terras. Onder het toeziend oog van de Nederlands-Franse schilder Ary Scheffer genoten we van het voorjaarsweer en onze alcoholische versnapering. Domweg gelukkig op het Schefferplein! Maar wat jammer toch, dat een enkel historisch pand niet heeft weten te ontsnappen aan de nietsontziende vernieuwingsdrift van op geld beluste projectontwikkelaars, en een affreuze zwarte timmerage het fraaie architectonische ritme doorbreekt. Zelfs de in lange diagonalen over het plein vallende lentezon kon de lelijkheid niet maskeren. Desalniettemin voelden we mee met de burgemeester die ooit ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’ aanvulde met: ‘… maar ben je er eenmaal in, dan heb je het naar je zin!’

Dordrecht 2017

Een aula vol nerveuze scholieren en een enkel nog nerveuzer personeelslid …

Middelbareschooljeugd
Het Wartburg College, aan de buitenrand van de stad, liep aan het begin van de avond langzaam vol. Toen Rian Vogel – die samen met Tineke van ’t Hof voor de organisatie tekende – de avond opende, was de aula maar liefst door 87 mensen bevolkt, voornamelijk middelbareschooljeugd. Chapeau voor de organisatie om zoveel leerlingen enthousiast te maken voor het ondergeschoven kind dat spelling is in de Nederlandse les.

Op het podium zaten naast de bekende dicteetijger Randy van Halen – de schrijver van het dictee – Peter Heijkoop, wethouder onderwijs van de gemeente Dordrecht, Han van Gorkum, directeur van HBO Drechtsteden en Herman den Hollander, directeur van het Wartburg College. Samen vormden zij de jury. Randy las zélf zijn dictee voor, waarin bijdehante kooplieden centraal stonden die trachtten de wet- en regelgeving van de stad door middel van een trucje te omzeilen om zo geen taksen te hoeven betalen. Topspeller Randy was uit zijn orthografische ivoren toren, waarin hij gewoonlijk vertoeft, afgedaald en had zich aangepast aan het niveau van de doelgroep. In zijn dictee had hij dan ook voornamelijk de basisregels getoetst, zoals die der werkwoordsvervoeging, de tussen-n-regel en de regel van de samentrekking (op woordniveau). Jammer dat het wat veel van hetzelfde was en hij de vervoeging van Engelse werkwoorden (hij pusht, scrolt, heeft geüpdatet, geüpload) en de vervoegde initiaalwerkwoorden (heeft ge-sms’t, ge-gsm’d) geheel buiten beschouwing had gelaten. Ook de (verbogen vorm van) bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden (het afgebrande huis), waar veel leerlingen moeite mee hebben, zocht ik tevergeefs in zijn dictee. Een gemiste kans, dunkt mij. De moeilijkste woorden voor de jeugd waren wel queeste en bietebauw, dat men vrijwel eendrachtig (volksetymologisch) verbasterd had tot bietenbouw. Ook ging men massaal de bietenbrug op bij de woorden taksen en quatsch.

Dordrecht 2017

Deelneemsters vermaken zich in de pauze met scrabble.

Taal en spelling
Het is schering en inslag dat men bij een dictee rept van een ‘taalwedstrijd’. Ook in het Wartburg College gebeurde dat weer. Ik zou voor meer precisie in dezen willen pleiten; taal en spelling zijn – hoewel nauw verbonden – onderscheiden fenomenen: de taal kunnen we vergelijken met de motor, de spelling met de carrosserie en de wielen. Bij een dictee wordt de kennis van de spelling getest. Niets minder, maar ook niets meer!
Bij zo’n spellingwedstrijd moet natuurlijk uiterste zorg en aandacht worden besteed aan woordgebruik en zinsbouw – zo mogelijk nog meer dan daarbuiten al geboden is. De taal moet niet minder dan geacheveerd zijn. Helaas heeft de angry young man van het dicteecircuit het op dat punt (enigszins) laten afweten. In niet minder dan vijf van de elf zinnen moest ik – à contrecoeur! – het virtuele rode potlood hanteren.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de tweede zin: ‘De belastingbetalers avant la lettre waren eerdaags eropuit getrokken om verderop bij een agrariër een schaap te kopen.‘ Vervang het bijwoord van tijd (eerdaags) door het synonieme ‘binnenkort’ en je hoort direct waar de grammaticale schoen wringt. In zin 5 was men van plan ‘het schaap dit tenue te laten aantrekken.‘ Wellicht was zo’n antropogene actie van een schaap in het middeleeuwse Dordrecht klein bier, maar voor de eenentwintigste-eeuwse niet-Dordter doet zo’n zin een bovenmatig beroep op de fantasie. De zesde zin vertoont een klassieke tantebetjestijl, in zin 9 is sprake van een semantisch deraillement: de moeite bleek ‘voor Piet Snot te zijn geweest‘. Je kunt eruitzien als Piet Snot (onnozel), voor Piet Snot staan (een mal figuur slaan) en iemand voor Piet Snot zetten (hem een belachelijk figuur laten slaan), maar ik zie niet goed hoe een van deze betekenissen in het onderhavige zinsverband zou passen. Ten slotte zou ik de legende uit de laatste zin liever reserveren voor een verhaal waarin een heilige de hoofdrol speelt. In deze context zou ik eerder van sage spreken.

Dordrecht 2017

Wethouder Peter Heijkoop feliciteert de categoriewinnares.

Shoot-out
In de pauze kon men de tijd doden met een spelletje schaak of scrabble. Ik vermoed dat er niet één spel afgerond was toen de bel voor uitleg en prijsuitreiking klonk; op voorspraak van Randy was er namelijk voor een invuldictee gekozen en de nakijkploeg had de 44 invulplaatsen in no time gecontroleerd. Han van Gorkum overliep in rap tempo de cruces, waarbij hij af en toe moeite had de rumoerige zaal te overstemmen, waarna werd overgegaan tot de prijsuitreiking.
In de categorie personeel waren er vier mensen met acht fouten, maar één shoot-outwoord (te weten shoot-out) volstond om de winnaar te kunnen aanwijzen: Kees Kraaijeveld. De overallwinnaar was Joyce Bertran. Zij maakte slechts zes fouten en mocht de sculptuur mee naar huis nemen. Gemiddeld werden er zo’n twintig fouten gemaakt, maar er waren er verscheidenen met 34 fouten. Eén persoon (naam en adres bij de redactie bekend) was erin geslaagd 37 keer verkeerd te gokken.

Dordrecht 2017

Spellingkampioene Joyce Bertran met haar trofee

Eropuit
Tussen de drie ‘tijgers’, die hors concours meededen, ontspon zich na afloop een discussie over eropuit getrokken. Huib Boogert had erop uitgetrokken, wat hem de enige rode streep had opgeleverd. Ten onrechte, meende hij. Met enige tegenzin geef ik toe dat er voor zijn standpunt iets te zeggen valt …;-)). Over deze kwestie is al de nodige digitale inkt vergoten, in het bijzonder door onze bentgenoot Pieter van Diepen. In een brief aan Piet van Sterkenburg schreef hij er onder meer het volgende over:

Stelt u zich een podium voor met een stripteasedanseres. Op de vraag ‘Wat hebt u op dat podium gedaan?’ antwoordt zij ‘Ik heb mijn kleren erop uitgetrokken.’ Het werkwoord is (kleren) ‘uittrekken’. Heel anders dan bij ‘ik ben eropuit getrokken’: dan is het werkwoord ‘trekken’ (naar buiten, eropuit). Als de stripshow belabberd was, zo vervolgde ik mijn voorbeeld, zegt zij misschien ‘Ik ben erop afgegaan’ en dat is iets heel anders dan ‘Ik ben eropaf gegaan’.

Enfin, we kunnen nu besluiten dat we alle drie nul fout hadden. Onze favoriete slogan is – ondanks de nodige kritische kanttekeningen – sinds donderdag 16 maart: ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt!’

4 reacties

  1. Mooi verslag, Bert! En dank voor de feedback; ik zal erop letten in eventuele volgende dictees. 🙂

  2. Voor Huib: uittrekken (aan elkaar) staat in Van Dale óók met de betekenis “naar buiten trekken, gaan, marcheren”, maar dit is naar mijn overtuiging alleen in gebruik voor legers (in het VD-voorbeeld een garnizoen). Te velde trekken, uittrekken, zonder ‘erop’.

  3. Pieter, Volgens jou maakte ik een foutje. Bert houdt een slag om de arm. Volgens mezelf was ik foutloos. Conclusie: dictees verdelen de wereld, terwijl ze juist dienen te verbinden. Hè, kras op mijn ziel!