De zwartepietendiscussie op z’n dictees

Hoe hoort (hoor je) het op 5 december? Maar vooral: hoe schrijf je het? Bij een doorwrochte analyse hoort een gedegen bronnenonderzoek. En bij dictees zijn die alleen het Groene Boekje en de Van Dale.

Sint-Nicolaas (de echte)

door Rein Leentfaar

Over de correcte spelling van Sinterklaas, Zwarte Piet en alle samenstellingen die ermee samenhangen, bestaat veel twijfel. Daarom gaan we het maar eens grondig uitzoeken. Bij een goed artikel staan de (voet)noten onderaan het verhaal, in dit geval worden het kop- of hoofdnoten (rondgestrooid door de hoofdpiet).

Sint in de Van Dale

In de (online) VD (online-VD), zoeken op *sint*. Dat geeft 275 treffers, maar ik wil absoluut niks missen, dus ga ik ze allemaal na.

  • a) hulpsinterklaas en hulpsint
  • b) sint 1, znw.: heilige 1 (3) = vroom iemand, de goede sint = Sinterklaas, en uitdrukking: het is een afgezette sint = een vroeger invloedrijk iemand, om wie zich thans niemand meer bekommert
  • c) sint 2, voorzetsel = sedert
  • d) Sint- of St. zoals in Sint-Pieter (hoho, niet Zwarte Piet!) of St.-Pieter. Ook: Sinte-Margriet
  • e) sinterklaasaanbieding, -lied, -pak, -optocht en -show
  • f) sinterklaasachtig en sinterklaasavond of sint-nicolaasavond
  • g) sinterklaascadeau en sinterklaasdag (een Sint-Niklazenaar komt uit Sint-Niklaas, bnw. Sint-Niklaas of verbogen: Sint-Niklase)
  • h) sinterklaasgebak en sint-nicolaasgebak
  • i) sinterklaasgedrag, -geschenk, -stoet en -uitmonstering
  • j) sinterkerst = periode waarin sinterklaas- en kerstinkopen worden gedaan
  • k) sinterklaas = de persoon of het feest
  • l) Sinterklaas = heilige met geschenken, Sinterklaas en Zwarte Piet, de zak van Sinterklaas, voor Sinterklaas spelen, Sinterklaas heeft goed gereden, zo droog als Sinterklaas z’n achterste (gezegd van gebak en brood), en Sinterklaas staat metonymisch voor de naam- en feestdag van Sint-Nicolaas (6 december) of de vooravond daarvan
  • m) sinterklaasavond, -feest, -gedicht, -koek, -mutsenkruid, -pop, -prent, -rijm, -tijd, -vermomming, -verrassing, -vers, -viering en -weer
  • n) sinterklazen = voor Sinterklaas spelen, het sinterklaasfeest vieren of erg vrijgevig zijn van andermans geld
  • o) sinterklazerij = vrijgevigheid met andermans geld, m.n. overheidsgeld
  • p) sinterklaasversnapering en -weekend
  • q) Sint-Nicolaas = Sinterklaas
  • r) versinterklazen = onoordeelkundig besteden = verjubelen

Bij de voorbeeldzinnen (55) vinden we nog: Sinterklaas, goedheilig man [GB nu ook: goedheiligman], Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje, Sint-Niklaas (!) is jarig, o wat zijn we blij, lootjes trekken voor sinterklaas [twijfelachtig], Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, met Sinterklaas (!) geef je elkaar surprises, met sinterklaas (?) wordt er gestrooid. Binnen artikelen (371) laat ik even zitten, anders wordt het te gek.

min of meer Zwarte Pieten tijdens de intocht van 2018

Piet in de Van Dale

En dan nu *piet*. Lijkt onbegonnen werk, valt mee. Lemmata (106), waaronder:

  • a) hulppiet (helper van Zwarte Piet)
  • b) kleuren- en regenboogpiet
  • c) bij ‘piet’ niets wat naar het decemberfeest verwijst
  • d) bij ‘Piet’ Zwarte Piet, elk (!) van de zwartgeschminkte helpers van Sinterklaas = Piet (2) = Zwarte Piet, Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, Pieterbaas, vergelijk zwartepiet [dat gaat alleen over een kaartspel en de zondebok]
  • e) pietenpak en pietenpet
  • f) zwartepietenprotest
  • g) regenboogpiet, roetpiet = schoorsteenpiet en veegpiet
  • h) zwartepieten = kaartspel of elkaar de schuld geven = elkaar de zwartepiet toespelen – dat is het zogenaamde zwartepietenspel

Bij de voorbeeldzinnen (72): Zwarte Piet werd in korte tijd ontkleurd en ontkroesd en stoute kinderen gaan in de zak van Zwarte Piet. Binnen artikelen (206) laat ik verder buiten beschouwing.

Sint en Piet in een parkje

Sint in het Groene Boekje

Dan naar GB met *sint*: sint, hulpsinterklaas – verder kom ik niet in het online-GB, in de papieren versie nauwelijks nieuwe gezichtspunten en met alleen sint* nog sintfeest (= sinterklaasfeest) en een sinterklaas is iemand die voor Sinterklaas c.q. Sint-Nicolaas speelt (!) en nog allerlei samenstellingen met sinterklaas- die bij VD al genoemd zijn.

Piet in het Groene Boekje

Vervolgens naar *piet*: piet (is ook bv. een kanariepietje), weinig nieuwe gezichtspunten.

Mijn analyse

Ik vind geen redenen om ‘piet’ in de betekenis van ‘Zwarte Piet’ met een kleine letter te schrijven. Daarvoor geven GB en VD geen handreiking. Wel erken ik ‘Piet’ (met hoofdletter) ook als verkorting van Zwarte Piet. Bij ‘sint’ is dat wat subtieler, maar voor de/een sint in GB zonder betekenisaanduiding kom ik niet verder dan de betekenis in VD: een sint = een heilige. Om tot Sinterklaas gebombardeerd te worden, moet je een goede sint, een goede heilige zijn. Volgens mij moet Sint als verkorting van Sinterklaas dus gewoon met een hoofdletter geschreven worden.

Samenvatting

In december geschiedt dus – voor zolang het nog duurt – het volgende. Op pakjesavond, sinterklaasavond gaat de goedheilig( )man, Sinterklaas, Sint-Nicolaas, de Sint, Sint-Niklaas, in een razend tempo Nederland rond. Hij is vergezeld van Pieterbaas, (Zwarte) Piet [Sint en Piet] – en bij grote drukte ook wel van zijn Pieten [Sinterklaas en zijn Pieten].

Gebiedende wijs: lees dit en word wijzer

Wat is er moeilijk aan de gebiedende wijs? Laat het onderwerp weg en gebruik de ik-vorm, da’s alles. Toch trappen jaarlijks tientallen dicteeliefhebbers in imperatiefvalkuilen. Specialist Johan de Boer zoekt in een doorwrocht essay uit waar de moeilijkheden liggen.

door Johan de Boer

Eigenlijk is het schrijven van de gebiedende wijs heel eenvoudig. Ga uit van het hele werkwoord, bijvoorbeeld lezen. Kies de ik-vorm. Dat is: ik lees. Schrijf daarom lees dit. Hetzelfde bij worden. Ik word. Daarom: word wijzer. Vroeger werd leest dit en wordt wijzer geschreven omdat deze uitspraak was gericht tot meerdere personen. Dat is nu volstrekt achterhaald en bovendien fout. Het maakt nu niks uit of er slechts één of meerdere personen aangesproken worden, steeds wordt de ik-vorm gebruikt bij de gebiedende wijs.

In enkele ouderwetse uitdrukkingen wordt bij de gebiedende wijs nog wel een eind-t toegevoegd, bijvoorbeeld:

  • ‘Hoort, zegt het voort! Dictees.nl is vernieuwd!
  • ‘Komt allen’, ‘Bezint eer ge begint’.
  • Makkers staakt uw wild geraas (uit een bekend sinterklaasliedje).

Er bestaat één uitzondering bij het gebruik van de ik-vorm, oftewel eerste persoon enkelvoud, en die heeft betrekking op het werkwoord zijn. De ik-vorm is ben. Geïrriteerde ouders die naar hun favoriete tv-programma kijken en daarbij worden gehinderd door hun luidruchtige kinderen, worden misschien wel getrakteerd op hoongelach als ze uitroepen: ‘Ben stil’. Nee, wees stil, maakt, hopelijk voor hen, meer indruk, net als misschien makkers staak jullie wild geraas. Zojuist lees ik in het novembernummer van Onze Taal dat het gebruik van ben als gebiedende wijs geregeld voorkomt maar niet behoort tot het verzorgd taalgebruik. 

Verdwenen medeklinkers

Bij de werkwoorden glijden, houden, rijden, snijden en uitscheiden kan de -d in de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs weggelaten worden. In plaats van ik glijd kun je ook schrijven ik glij. Evenzo: ik hou et cetera. Het gaat sneeuwen, dus rij(d) voorzichtig, hou(d) afstand en glij(d) niet uit. Van Dale (VD) kent dan ook naast de gewone vorm de alternatieven glijen, houen, rijen, snijen en uitscheien als trefwoorden.
Je kunt deze werkwoorden uitbreiden met een voorvoegsel. Als voorbeeld neem ik: houden. Ook bij onthouden, verhouden, behouden en voorbehouden kan steeds de -d weggelaten worden bij de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs.

Voorbeeld: onthou dat nou een keer, het Groene Boekje kent drie synoniemen van arafatsjaal en wel: kaffiya, keffiyeh en kufiyyah!
Tot zover over de ik-vorm van de gebiedende wijs. 

Verdwenen onderwerp

Het andere belangrijke kenmerk is dat er in zinnen met gebiedende wijs nooit een taalkundig onderwerp vermeld staat. Dat is heel belangrijk. Kom ik straks op terug.
Wat is er dan zo moeilijk aan de gebiedende wijs? Je hoeft alleen maar de ik-vorm van het werkwoord te gebruiken, zoals in: ga naar die dicteewedstrijd, vermijd onduidelijk schrijven en leid je team naar de overwinning. Ik ga, ik vermijd, ik leid. Of: vind maar eens een goed ezelsbruggetje om soera, surah en surra, die afgezien van de klemtoon, alle drie op dezelfde manier worden uitgesproken [sura], uit elkaar te houden. Ik vind.

Dicteeauteurs proberen het de dicteeschrijvers lastig te maken en dat doen zij vooral door het woordje u te introduceren in dicteezinnen die lijken op de gebiedende wijs maar dat in feite niet zijn. Vaak gebruiken ze dan werkwoorden, al dan niet wederkerend, waarvan de stam eindigt op een -d. Nog getruukter is het gebruik van u als wederkerend voornaamwoord. U kan namelijk een persoonlijk voornaamwoord zijn maar ook – en daar zit hem de kneep – een wederkerend voornaamwoord dat hoort bij een wederkerend werkwoord. Dat zijn werkwoorden die gecombineerd worden met het woordje zich, bijvoorbeeld zich voorbereiden, zich vergissen enzovoort. In u vergist zich of u vergist u (mag allebei) is zich of de tweede u een zogenaamd wederkerend voornaamwoord, zo genoemd omdat het persoonlijk voornaamwoord u in een andere gedaante, namelijk als lijdend voorwerp, terugkeert.

Deze introductie van het woordje u gebeurt in dictees op een drietal manieren. Om het geheel een beetje overzichtelijk te houden zal ik die aanduiden met achtereenvolgens categorie A, B en C. Ik zal die categorieën steeds illustreren met voorbeeldzinnen uit de dicteepraktijk en eigen verzinsels, en – niet onbelangrijk – ook steeds een aantal tips geven waardoor het correct schrijven van zulke zinnen makkelijker wordt.

Categorie A: niet-wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Hierbij wordt gebruikgemaakt van zinnen met u die heel erg lijken op zinnen met de gebiedende wijs maar die dat in feite niet zijn en meer het karakter hebben van een aansporing. Er is sprake van een beleefdheidsvorm. Deze categorie A bevat werkwoorden die niet-wederkerend zijn. Zinnen als: komt u binnen, hangt u daar de jas maar op, gaat u zitten, neemt u de pen ter hand en schrijft u het volgende op . . ., zul je niet vaak zien in dictees. Die zijn te makkelijk. Liever kiezen de dicteeauteurs voor zinnen met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: houdt u rekening met een pittig dictee. Dit lijkt op een gebiedendewijszin maar is dat in feite niet. Er is hier sprake van een aansporing. Het belangrijkste bewijs dat hier geen sprake is van gebiedende wijs is wel het feit dat er hier een taalkundig onderwerp in de zin staat en wel het persoonlijk voornaamwoord u. Zoals we eerder gezien hebben is een van de belangrijkste kenmerken van een zin met gebiedende wijs juist het ontbreken van een onderwerp. 

Andere voorbeeldzinnen:

  • Heeft u commentaar op deze kwestie? Brandt u maar los! (weekdictee op deze site)
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Houdt u dan dit aforisme van Oscar Wilde in gedachten: “Vergeef altijd uw vijanden, niets irriteert ze méér!” (Harderwijk 2015, René Dijkgraaf)

Tips voor het correct schrijven van deze zinnen:
Kijk of u het onderwerp is in deze zinnen. Dat is in deze voorbeeldzinnen inderdaad het geval, dus is er geen sprake van een gebiedendewijszin. De beoordeling wordt makkelijker als je in deze zinnen een werkwoord gebruikt waarvan de stam niet eindigt op een -d.

  • Houdt u rekening met een moeilijk dictee kan dan worden: blijft u rekening houden met . . . (Natuurlijk niet, blijf u rekening houden met . . . U is onderwerp en het is, u blijft).
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Loopt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Een andere truc om te achterhalen of er sprake is van een onderwerps-u is door u te vervangen door je of jou. 

  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Schrijd jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Jij is hier duidelijk onderwerp, vandaar ook het ontbreken van de -t achter schrijd, net als in: loop jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! Schrijd jou of schrijd je is natuurlijk uitgesloten. 

Categorie B: wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Deze categorie is het makkelijkst te schrijven en ligt in het verlengde van categorie A, met dit verschil dat hier, in tegenstelling tot categorie A, steeds sprake is van wederkerende werkwoorden. Die worden dus gecombineerd met het woordje zich dat een wederkerend voornaamwoord genoemd wordt. Net als bij A is er geen sprake van een echte gebiedende wijs, maar van een afgezwakte vorm daarvan, een beleefdheidsvorm. 

Eerst weer een paar voorbeelden:

  • Maar hoedt u zich bovenal voor euphuïstische fabulanten. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)
  • Beeldt u zich eens in dat u nul fouten maakt in een BeNeDictee van Rien Wisse.
  • Windt u zich in godsnaam toch niet zo op over het feit dat u jan-an-de-lat zonder koppeltekens hebt geschreven.

U is hier steeds onderwerp van de zin, gevolgd door het wederkerend voornaamwoord zich dat als lijdend voorwerp fungeert. Omdat u duidelijk het onderwerp is in deze zinnen, is twijfel over het wel of niet schrijven van een -t na de -d eigenlijk niet nodig. Ook hier kan weer het hulpmiddel van een werkwoord waarvan de stam niet eindigt op een -d ingeroepen worden. In plaats van beeldt u zich eens in gebruik je dan bijvoorbeeld stelt u zich eens voor. In plaats van windt u zich in godsnaam toch niet zo op, bedenk je dan bijvoorbeeld, maakt u zich toch niet zo druk.

Categorie C: wederkerende werkwoorden waarbij u geen onderwerp is

Dit is verreweg de moeilijkste en hier worden ongetwijfeld de meeste fouten bij gemaakt. Bij deze categorie wordt uitsluitend gebruikgemaakt van wederkerende werkwoorden, maar of dat zo is moet je wel zelf uitzoeken. In het zinnetje meld u aan moet je zelf bedenken dat het hier gaat om zich aanmelden. Soms is dat knap lastig. Daar kom ik zo dadelijk op terug.

Eerst een paar voorbeelden uit de praktijk:

  • Meld u aan voor de dicteewedstrijd, St.-Jansdalmedewerkers! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Wind u toch niet zo op over die kleine foutjes! (weekdictee op deze site) 
  • Beeld u sybaritische taferelen in als open en bloot te zien op de mozaïeken . . . (Deventer 2012, Joost Verheyen)
  • Hoed u voor pathogene bacteriën als spirocheten. (uit de verzameling van 856 dictees, Rein Leentfaar)
  • Hoe het ook zij, bereid u vanavond voor op een beestenbende. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)

In deze zinnen wordt gebruikgemaakt van u, niet als persoonlijk voornaamwoord, maar als wederkerend voornaamwoord dat hoort bij de wederkerende werkwoorden zich aanmelden, zich opwinden, zich inbeelden, zich hoeden voor en zich voorbereiden. Wederkerende voornaamwoorden vormen nooit het onderwerp van de zin maar fungeren als lijdend voorwerp, zoals eerder opgemerkt. U is hier dus beslist geen onderwerp en daarom is er in deze zinnen sprake van een echte gebiedende wijs. Vandaar ook het gebruik van de ik-vorm van het werkwoord. 

Als we in plaats van u ook uzelf kunnen schrijven dan weten we dat we met een wederkerend voornaamwoord u te maken hebben. Dat is in al deze vijf voorbeelden mogelijk: meld uzelf aan, wind uzelf toch niet zo op, beeld uzelf sybaritische taferelen in, hoed uzelf voor pathogene bacteriën en bereid uzelf vanavond voor.

Populair bij dicteeauteurs zijn natuurlijk de wederkerende werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: zich aanbieden, zich aankleden, zich aanmelden, zich aangorden, zich beraden, zich bewust worden, zich bezighouden, zich bevrijden, zich harden tegen, zich hoeden, zich houden (aan), zich inbeelden, zich melden, zich omkleden, zich opwinden, zich redden, zich rustig houden, zich stilhouden, zich verantwoorden, zich verbeelden, zich verspreiden, zich voeden, zich voorbereiden, zich wenden tot.

Wederkerende werkwoorden

Wederkerende werkwoorden in de gebiedende wijs waarvan de stam niet op een -d eindigt, zullen ongetwijfeld minder vaak fout geschreven worden, zoals in de zin: verslaap u niet, begeef u op tijd naar die dicteewedstrijd, leef u uit in moeilijk te schrijven woorden als wushu, kallipygisch en fyofyo en schaam u niet als u geen eerste wordt. 

Wederkerende werkwoorden kun je in twee groepen indelen: 

  • Werkwoorden die altijd wederkerend zijn, de zogenaamd verplicht wederkerende, zoals: zich bemoeien, zich gedragen, zich schamen, zich vergissen. Ik schaam, hij schaamt, wij schamen zijn natuurlijk uitgesloten. Ik schaam mij (me), hij schaamt zich, wij schamen ons, zijn verplicht.
  • Werkwoorden die toevallig wederkerend zijn, dat wil zeggen in de ene betekenis wel, in de andere niet, bijvoorbeeld voorbereiden. Bij voorbereiden in de betekenis zoals in VD omschreven als vooraf bereiden, van tevoren het nodige verrichten of gereedmaken, met als voorbeeld een feest voorbereiden, is voorbereiden geen wederkerend werkwoord. Dat is wel het geval bij, ik citeer weer VD: (wederkerend) zich op iets voorbereiden, zich ervoor gereed houden, in de positie brengen om het af te kunnen wachten. Dat heeft duidelijk consequenties voor het gebruik van voorbereiden bij de gebiedende wijs.

In de zin, bereidt u het dictee goed voor hebben we te maken met categorie A, dus geen wederkerend werkwoord, geen gebiedende wijs maar een aansporing. U is hier onderwerp, vandaar bereidt, in deze beleefdheidsformulering.
In bereidt u zich goed voor op het dictee (categorie B) is er wel sprake van een wederkerend werkwoord, namelijk zich voorbereiden. Hier krijgt bereidt wel een eind-t omdat het hier, net als bij bereidt u het dictee goed voor niet gaat om een echte gebiedende wijs, immers ook in bereidt u zich is u het onderwerp.
In bereid u goed voor op het dictee (categorie C) hebben we wel te maken met een echte gebiedende wijs. U is hier geen onderwerp want in plaats van u kun je ook schrijven bereid uzelf goed voor op het dictee.

Deze problematiek spookte door mijn hoofd toen ik deelnam aan het Harderwijks dictee van 2016 van René Dijkgraaf, de gebiedendewijsspecialistendicteesauteur bij uitstek (sorry, hippopotomonstrosesquippedaliofobielijders). Daarin stond de volgende zin: Als u de architect van dit kasteel, Marten Toonder, niet kent, gord u dan aan om z.s.m. en zonder captie te maken in deze pijnlijke leemte te voorzien.

Hebben we hier te maken met categorie A, de beleefdheidsformule waarbij u onderwerp is en er geen sprake is van een echte gebiedende wijs? In eerste instantie koos ik hiervoor en ik schreef dus gordt u dan aan. De rest van het dictee bleef dit door mijn hoofd spoken en ik streepte gordt u door met de bedoeling het later te verbeteren in gord u. Ik was tot de conclusie gekomen dat het hier categorie C betrof, dus om de echte gebiedende wijs waarbij je kunt zeggen gord uzelf aan en dat het hier ging om het wederkerend werkwoord zich aangorden.
Stom, ik vergat echter het doorgestreepte gordt u te veranderen in gord u en had daarmee een duidelijke fout te pakken. Gord u dan aan, was de enig juiste schrijfwijze. Het gaat hier om het wederkerende werkwoord zich aangorden. Bij de in VD vermelde voorbeelden van het niet-wederkerend gebruik van aangorden, zoals het harnas, de wapens en het zwaard aangorden, wordt steeds aangegeven wat er aangegord wordt. Het harnas, de wapens en het zwaard kunnen zich niet aangorden.

Nu maar hopen dat het makkelijker geworden is om de volgende zin van Bert Jansen uit het dertiende Soester Dictee 2014 correct te schrijven:

  • Bent u linguïstisch voldoende onderlegd om ‘Bindt u dat maar vast meneer’ en ‘Wind u niet zo op, meneer’ correct neer te pennen?

Bindt u, categorie A, de beleefdheidsvorm. Wind u, categorie C.

Tot slot, in het laatste oktober- en novembernummer van Onze Taal wordt gewezen op het bestaan van gebiedendewijsvoltooiddeelwoorden, zoals in de uitroep dicteeliefhebbers opgelet.

Zes jaar Dictees.nl. Hoe verder?

Dictees.nl mag zich vanaf het begin in 2012 verheugen in een trouwe schare bezoekers, die na zes jaar fors in omvang is toegenomen. Hoe gaan we verder? De beheerder stelt in een redactioneel vragen aan de lezers – ja, aan jou dus!

Breda 2015

De websitebeheerder spoelt zijn teleurstellende score in Breda (2015) weg met een biertje.

door Jeroen van Heemskerck Düker

Op 17 oktober 2012 ging deze webstek van start. Vanaf het begin bleek de site in een behoefte te voorzien. Niet alleen bleef op deze manier de indrukwekkende collectie dicteeteksten beschikbaar, maar ook bood de site ruimte voor discussie, verslagen en educatie. Dictees.nl mag zich vanaf het begin verheugen in een trouwe schare bezoekers, die na zes jaar fors in omvang is toegenomen.

Hoe verleidelijk een terugblik op al die mooie verslagen en evenementen ook is, op dit moment is vooral de vraag van belang hoe Dictees.nl zich kan ontwikkelen. We staan op het punt de site een facelift te geven en te moderniseren, omdat zulks noodzakelijk is. Als beheerder richt ik mij daarom graag even persoonlijk tot jullie, de lezers en medewerkers. Wat vinden jullie? Wat zou je graag zien toegevoegd, of wat zie je juist liever niet op de site? Om de discussie aan te zwengelen, licht ik hieronder mijn persoonlijke beginselen toe – met de uitdrukkelijke aantekening dat ik de site niet zie als mijn persoonlijk eigendom, maar als een gemeenschappelijke onderneming. Iedereen is welkom met een bijdrage!

De dicteecollectie

De grote verzameling dicteeteksten, ooit begonnen door Diederik van Collie, groeit jaarlijks met zo’n zestig aanvullingen. Op dit moment naderen we de duizend stuks, nog afgezien van de zeshonderd Van Dale-excerpten van dicteereus Rein Leentfaar. Dit erfgoed was voor de Koninklijke Bibliotheek mede de reden om Dictees.nl op te nemen in het corpus van websites die voor het nageslacht gearchiveerd worden. Ook de statistieken laten zien dat de collectie in een behoefte voorziet: de databank behoort tot de meest geraadpleegde onderdelen van de site.
Er is een technisch probleem met de toegankelijkheid van de databank. Dat moet in mijn ogen opgelost worden in de nieuwe versie. Zijn er daarnaast wensen bij de gebruikers? Ik verneem ze graag!

Educatie

terneuzen2017

De jongste deelneemster in Terneuzen

Geoefende taalliefhebbers vooruithelpen in hun orthografische vaardigheden, dat was aanvankelijk een hoofddoel van de website. Gaandeweg bleek dat een te ambitieuze doelstelling. Bovendien is die taak goeddeels het terrein van BeterSpellen.nl, waarmee Dictees.nl heel plezierig samenwerkt. Wel zou in dit kader een afdeling voor de jeugd mijns inziens een mooie aanvulling kunnen zijn voor Dictees.nl. Jeugd- en schooldictees zijn tot nu toe buiten het bestek van de site gebleven. Wat vinden jullie ervan?

Het forum

Sinds enkele jaren is op de site het forum beschikbaar. Daarmee zijn discussies ook na jaren nog van begin tot eind te volgen, in tegenstelling tot de losse commentaren op berichten of op Facebook. Mijn enthousiasme voor dit medium ten spijt, is het forum amper tot leven gekomen. De tijd lijkt rijp om dit onderdeel te laten sneuvelen bij de modernisering van de website. Hoe denken de lezers hierover?

De modernisering

Eede 2016, Huib Boogert

Bert Jansen kijkt een en ander op moderne wijze na in Van Dale

Dictees.nl begon in 2012, en in de wereld van internet is dat ongeveer het pleistoceen. Modernisering is zonder meer een noodzaak. Allereerst om te voldoen aan technische standaarden – en daarmee aan de eisen van Google – en daarnaast om de groeiende schare telefoonkijkers te bedienen. Spellingfetisjisme is niet langer voorbehouden aan gepensioneerde advocaten en wiskundigen; een van de beste spellers in Nederland is nog maar 24 jaar en is vergroeid met zijn mobieltje. Dictees.nl moet aan de eisen van al die nieuwe gebruikers voldoen.

Die modernisering kost geld. Er moet een specialist aan te pas komen die de noodzakelijke vernieuwingen realiseert, en die jongens werken niet voor niks. Als iemand onder onze lezersschare goede, concrete ideeën heeft over crowdfunding, dan verneem ik die graag. Natuurlijk kunnen ervaren WordPress-specialisten zich ook aanmelden voor deze klus!

En verder?

Na enkele maanden van betrekkelijke rust is het dicteeseizoen weer in volle hevigheid tot bloei gekomen. Het ziet er niet naar uit dat de belangstelling voor taal, spelling en dictees in de toekomst zal verflauwen, integendeel. Omdat Dictees.nl zich als enige website uitsluitend richt op wedstrijddictees, lijkt het mij van belang het werk met hernieuwd enthousiasme voort te zetten. De ervaring leert dat de aanwezigheid van een beheerder onontbeerlijk lijkt te zijn voor een soepele functionering. Daarom houd ik die rol met plezier aan. Wel nodig ik iedereen van harte uit bijdragen te leveren, zoals velen dat ook in de afgelopen jaren met verve hebben gedaan.

En vooral nodig ik iedereen uit ideeën en meningen te spuien, hetzij via een reactie op dit artikel, hetzij via een bericht aan info@dictees.nl. Spelfouten – mits niet al te tenenkrommend – zijn je bij voorbaat vergeven.

Krobiya’s en rowti’s in Sluis

De danteske waarschuwing ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt’ zou zaterdag 7 april 2018 niet misstaan hebben boven de ingang van het belfort van het Zeeuwse Sluis. Daar vond het eerste J.H. van Dale Dictee plaats.

Sluis 2018

Het beeld van Johan Hendrik van Dale in Sluis.

door Bert Jansen

Lasciate ogne speranza, voi ch’entrate’ ofwel ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt’, het opschrift dat de toegang tot de hel siert in Dante Alighieri’s Divina Commedia, zou zaterdag 7 april 2018 niet misstaan hebben boven de ingang van het belfort van het Zeeuwse Sluis; daar werd die middag namelijk het eerste Johan Hendrik van Dale Dictee gehouden en de auteur van het dictee was Johans provinciegenoot, de kathaarse Rein Leentfaar.

Op de terrasjes van Sluis miegelde het van de toeristen en het was verleidelijk te pogen daar ook een plaatsje te vinden, maar ik had mij nu eenmaal gecommitteerd aan het bezoek aan Reins feestje. Ondanks die concurrentie met de zonovergoten schabelletjes kon Rein toch nog 35 bezoekers verwelkomen, onder wie negen usual suspects, van wie zes uit Vlaanderen en drie uit Nederland. Er stapte ook nog een verdwaalde toerist het oudeeuwse raadhuis binnen, en wel met de intentie de toren te beklimmen, maar toen hem gevraagd werd of hij met het dictee mee wilde doen, keek hij verschrikt op en keerde hij schielijk op zijn schreden terug. Hij ontsnapte ternauwernood aan een veertiental bizarre zinnen.

Sluis 2018

Wim Eggermont trad op als Johan Hendrik van Dale, mét woordenboek.

Stand-in
Hoewel Johan Hendrik van Dale, onze betreurde held die zijn naam gaf aan het dictee, al vanaf 1872 de tuin op zijn buik heeft, was hij tóch aanwezig, en wel in de gedaante van Wim Eggermont, die voor de gelegenheid als zijn stand-in fungeerde. Het dictee werd voorgelezen door Marga Vermue, de burgemeester van Sluis. Zij had zich laten strikken de veertien onmogelijke zinnen voor te lezen. Niemand zal het haar dan ook euvel geduid hebben dat ze er af en toe haar tong over brak.
Welnu, na deze opmaat zijn we wel voorbereid op een paar zinnen en woorden die de zwervende Zeeuw uit zijn woordentas had opgediept.

Knock-out
De eerste zin was direct raak en betekende voor menig liefhebber een technisch knock-out: men ging weliswaar nog niet tegen het canvas – eeuwenoude plavuizen, in dit geval – maar was wel al dermate groggy dat men de volgende zinnen slechts enigszins afwezig aanhoorde. Hij luidde: ‘Beeld u eens in: u bent lexicograaf en u mag een dictionaire samenstellen: een statig in boxcalfs gebonden goud op snee boek.’ Het oog van de oplettende lezer zal hier direct blijven haken achter de eerste zinsnede: inderdaad, ‘zich inbeelden’ is een zogenaamd ‘verplicht wederkerend werkwoord’, wat impliceert dat het niet zonder het wederkerend voornaamwoord kan. De auteur had zijn faux pastje op de valreep ook al gezien, maar het laten staan opdat men zou zien dat ‘u’ hier níét het onderwerp van de zin is. Het bleek menigeen inderdaad te zijn ontgaan. Toch een leermoment dus …
Na de tweede zin zakte bij menigeen de moed volledig in de schoenen: ‘Voor u de kans om achterhaalde archaïsche woorden als ‘desniettegenstaande’ en ‘archeopteryx’, de jurassische vogelsoort, in de vergetelheid te doen geraken!’ Als ík lexicograaf was, zou ik dergelijke woorden echter opnemen om ze juist niet in de vergetelheid te doen geraken, maar dit terzijde. Daarna volgden er nog acht van dergelijke zinnen, met woorden als vélocipède, per pedes apostolorum, graue Eminenz, gillesdelatourettesyndroom en bechterew.

Even ingedut
De vier laatste zinnen waren voor de dicteetijgers, maar moesten ook door de liefhebbers geschreven worden om in geval van ex aequo’s de rangorde te kunnen bepalen. Een paar woorden uit het laatste blokje mogen in dit verslag niet ontbreken: krobiya, markusa, rowti, baithak gana, adhan, woedoe, dhuhr, fajr en maghrib. In de laatste zin ontwaarde ik een heuse ‘dubbelopper’: ‘In scherp contrast daarmee stonden de wiegendrukincunabelen’ – een typisch voorbeeld van Homerus die even was ingedut.

Ik weet het niet zeker, hoor, maar zou onze held zich op die zonnige aprilmiddag niet een paar keer in zijn graf hebben omgedraaid? Zou hij niet vermoeden naar Verweggistan te zijn gekatapulteerd?

Sluis 2018

Auteur Rein Leentfaar

Elementaire deeltjes
Dankzij taalwetenschapster (moet dat niet taalwetenschapper zijn?) Soeke Teenzuyt (zie het artikel van Rien Wisse, redacteur van De Spelt, op deze site) heeft Sluis, het embryonale stadium nog maar nauwelijks ontgroeid, al direct geschiedenis geschreven: er werden immers de lang gezochte dicteedeeltjes ontdekt! Die elementaire deeltjes – vooralsnog teenzuytdeeltjes genoemd – als en en waren in het Sluise dictee ruim voorhanden.

De meesten van de 35 schrijvers in het belfort bleken een paar maten te klein voor Reins verbale capriolen. Dat gold niet alleen voor de liefhebbers; ook doorgefourneerde Groene Boekjeadepten moesten in Sluis de witte vlag hijsen. De ongenaakbare lion du jour was Robert Joosen. Hij haalde de eindstreep met het onmogelijk geringe aantal van twee fouten! Wij kennen hem als de meest eerbare man van Vlaanderen en omstreken, maar bij anderen, die niet het geluk hebben regelmatig in zijn schaduw te mogen opereren, hem van haar noch pluim kennen, kan licht de gedachte postvatten dat de brave industrieel ingenieur in ruste een vernuftige device in zijn frontale kwab heeft laten implanteren waarmee hij ongezien door de Dikke kan bladeren. Hij en Herman Killens – die slechts acht fouten maakte – degradeerden namelijk het peloton tot zebedeussen. Christiane Adams wist, met 13 fouten, de afstand tot de koplopers nog enigszins te beperken, wat ook Felix Heymans (16 fouten) nog aardig lukte, maar meine Wenigkeit (19 fouten) al een stuk minder.

Sluis 2018

Matthias de Vries, geschilderd door J. H. Neuman

Vaderlandsch karakter
De absolute klasse van onze immer bescheiden en minzaam lachende Kalmthoutse vriend is in Sluis in beton gebeiteld. Zonder echter iets aan zijn jaloersmakende prestatie af te doen, zou ik graag de vraag opwerpen: moeten wij al die wonderlijke woorden ook opnemen in ons Nederlandse woordenboek? Is het toelatingsbeleid niet al te ruimhartig? Glad ijs natuurlijk, want hier komt ook de politiek om de hoek kijken.
Matthias de Vries (een van de auteurs van het Woordenboek der Nederlandsche Taal) noemde taal de ‘afspiegeling van ons vaderlandsch karakter, het merkteken van ons volksbestaan, band en pand onzer nationaliteit’. Nu weet ik wel dat dit een typisch negentiende-eeuwse opvatting is – en dat we de taalkundige luiken al lang geleden naar de wereld hebben opengezet –, maar de vraag blijft nochtans knellen.

Niemand die mij ook maar even kent, zal mij van taalpurisme beschuldigen, maar naar mijn mening dienen woorden, alvorens opgenomen te worden in het woordenboek, enigszins geworteld te zijn in ons taalgebruik. Ik vraag mij in gemoede af of dat met woorden als krobiya (een vis), rowti (een vogeltje), dhuhr en fajr (gebeden waarnaar God niet, maar Allah wél schijnt te luisteren) wel het geval is. Zoals ik mij ook afvraag via welk transliteratiesysteem de Arabische woorden zijn omgezet naar ons Latijnse alfabet. Hoe komen we aan die bizarre spellingen? Die zijn toch volledig losgezongen van de uitspraak? En een van de eisen die aan een transliteratie worden gesteld is toch dat een woord als vanzelf correct wordt uitgesproken?

En nu maar hopen dat deze nabrander niet uitgelegd wordt als de kritiek van een slechte verliezer. En, o ja, Sluis verdient een Tweede Johan Hendrik van Dale Dictee!

Spelman: Boekenweek

Gezien de feilen houdt Spelman zich liever afzijdig van de Boekenweek.

Het is weer Boekenweek. Spelman stoort zich elk jaar aan de media-aandacht voor al die boeken die niet over spelling gaan. Vroeger bladerde hij in de boekhandel weleens door het – ten onrechte met hoofdletter gespelde – ‘Boekenweekgeschenk’ en ‘Boekenweekessay’, in 2018 Gezien de feiten en Natuurlijk geheten, maar omdat hij spelfouten vond, is hij daarmee gestopt. Hij kon er niet meer tegen.

Nee, hij heeft genoeg aan het groene bijbeltje en de Dikke Van Dale, die eens in de tien jaar herzien worden. Gezien de feiten zou elke tien jaar één Spellingboekenweek natuurlijk volstaan, denkt Spelman.

Esker: breed ingeburgerd?

Bob van Dijk, zelfbenoemd woordfitter, leest zeldzame woorden in het werk van Tommy Wieringa. ‘Esker’ bijvoorbeeld, dat tot Van Dijks verrassing sinds 2017 in de online Van Dale staat. Is het daarmee dus een ingeburgerd woord?

Bob van Dijk

Bob van Dijk

door Bob van Dijk 

Van Dale neemt een nieuw woord pas ter overweging om te worden opgenomen in het Heiligste Boek der Woorden ‘wanneer het minstens drie jaar in (schriftelijk) algemeen taalgebruik regelmatig opduikt in kranten, tijdschriften, boeken en internet. Het woord moet algemeen bekend en ingeburgerd zijn’ (website VD). [Voor de ongeduldigen onder ons, en zo eentje ben ik, bestaat de escape om in de digitale VD woorden toe te voegen in een wiki-omgeving. Ik maak zeer dapper gebruik van deze mogelijkheid; zie bijvoorbeeld basaltwoord, broodjesvloer, kop-tot-kontkok en puttikamer. Zelfs je naam komt erbij te staan: eeuwige roem!]

Eenzaat, deemstering, esker
Met deze wetenschap in het achterhoofd raadpleegde ik laatst de digitale VD vanwege een woord waar ik nog nooit van gehoord had, gelezen in de voortreffelijke nieuwste roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita. Tom is grootgrutter in fraaiewoordengebruik trouwens, zoals eenzaat en deemstering. Maar nu had hij iets anders. Hij beschrijft hoe zijn vader in het Tukkerse land hem onderricht in het landschap. Veertiende hoofstuk, pagina 111: ‘Vader beschrijft het einde van een ijstijd, een smeltende gletsjer bedekt het land … Daar kijken ze naar, een rivier van steen, recht in het hart van de voorlaatste ijstijd. Het is de enige esker van het land.’

Esker? Wat zou dat zijn? En verdraaid, digi-VD geeft uitslag: ‘Slingerende landrug die tijdens een ijstijd door smeltwater aan de rand van of onder een ijskap is gevormd’. Het komt van het Ierse ‘eiscir’. Even verder googelen op internet levert nauwelijks hits op. Desgevraagd bij talige vriendjes en vriendinnetjes roept dit woord slechts vraagtekens-in-hoofden op.

Esker

Een esker (landrug uit de laatste ijstijd).

Definitief?
Is esker, nu het definitief in VD staat, daarmede een ‘algemeen erkend en ingeburgerd woord’? Ik waag het te betwijfelen. Maar het mooiste van mijn verhaal zit in de clou. De heilige Rita van Tommy Wieringa beleefde zijn eerste druk in oktober 2017. En wat staat er in VD bij esker? ‘Toegevoegd in december 2017’. Dit kan geen toeval zijn.

Desgevraagd bij de bureauredactie van VD blijkt dat er kennelijk veel vraag naar dit woord was bij digi-VD-gebruikers. Reden dat het tussen de tweejaarlijkse reguliere updates door alvast in de digitale versie geplaatst was. Ik ben gaan rekenen: eerste druk Rita in oktober, tweede en derde in november 2017. Dat zijn 30.000 boeken (geschat; desgevraagd bij uitgeverij De Bezige Bij wil men geen aantallen verstrekken). Hoeveel Rita-lezers zouden een abonnement op de digitale versie van ’s lands woordwatcher hebben? Hooguit één procent, lijkt me (ook Van Dale geeft geen antwoord op de vraag hoeveel digitale abonnementen verkocht zijn). Dus maximaal driehonderd mensen die het boek lezen én digi-VD hebben, en dat lijkt me al veel. Laat staan dat die mensen allemaal het woord esker zouden opzoeken.

Zou je met enkele tientallen vragen om een woord het al in VD kunnen krijgen? En dan niet in hun wiki, maar in de echte versie?

De heilige Rita (2017) van Tommy Wieringa

De heilige Rita (2017) van Tommy Wieringa

Belzen plukken
Ik denk dat er iets anders gespeeld moet hebben. Eén pagina verder namelijk laat Wieringa de hoofdpersoon belzen plukken in de boomgaard langs de beek. Belzen? Die ken ik alleen als onze zuiderburen. Opzoeken maar weer. Maar ‘belzen’ noemt VD nu juist weer niet …Dus dat is dan weer niet massaal opgezocht.

Het blijft gissen, maar roept wel om toelichting. Van Dalemensen: jullie lezen deze site ook, dus doe er wat mee!

Addendum: Ik heb Tommy Wieringa in een fanmail gefeliciteerd met zijn esker. Ook gevraagd naar de bedoeling achter de belzen. Ik wacht met spanning op een antwoord.

Addendum secundum: Het kostte moeite, maar uiteindelijk heb ik op internet de betekenis gevonden van ‘bels, belzen’. Het is een wildepruimensoort. Het woord is typisch Oost-Nederlands. Echt iets voor Tommy Wieringa dus!