De zwartepietendiscussie op z’n dictees

Hoe hoort (hoor je) het op 5 december? Maar vooral: hoe schrijf je het? Bij een doorwrochte analyse hoort een gedegen bronnenonderzoek. En bij dictees zijn die alleen het Groene Boekje en de Van Dale.

Sint-Nicolaas (de echte)

door Rein Leentfaar

Over de correcte spelling van Sinterklaas, Zwarte Piet en alle samenstellingen die ermee samenhangen, bestaat veel twijfel. Daarom gaan we het maar eens grondig uitzoeken. Bij een goed artikel staan de (voet)noten onderaan het verhaal, in dit geval worden het kop- of hoofdnoten (rondgestrooid door de hoofdpiet).

Sint in de Van Dale

In de (online) VD (online-VD), zoeken op *sint*. Dat geeft 275 treffers, maar ik wil absoluut niks missen, dus ga ik ze allemaal na.

  • a) hulpsinterklaas en hulpsint
  • b) sint 1, znw.: heilige 1 (3) = vroom iemand, de goede sint = Sinterklaas, en uitdrukking: het is een afgezette sint = een vroeger invloedrijk iemand, om wie zich thans niemand meer bekommert
  • c) sint 2, voorzetsel = sedert
  • d) Sint- of St. zoals in Sint-Pieter (hoho, niet Zwarte Piet!) of St.-Pieter. Ook: Sinte-Margriet
  • e) sinterklaasaanbieding, -lied, -pak, -optocht en -show
  • f) sinterklaasachtig en sinterklaasavond of sint-nicolaasavond
  • g) sinterklaascadeau en sinterklaasdag (een Sint-Niklazenaar komt uit Sint-Niklaas, bnw. Sint-Niklaas of verbogen: Sint-Niklase)
  • h) sinterklaasgebak en sint-nicolaasgebak
  • i) sinterklaasgedrag, -geschenk, -stoet en -uitmonstering
  • j) sinterkerst = periode waarin sinterklaas- en kerstinkopen worden gedaan
  • k) sinterklaas = de persoon of het feest
  • l) Sinterklaas = heilige met geschenken, Sinterklaas en Zwarte Piet, de zak van Sinterklaas, voor Sinterklaas spelen, Sinterklaas heeft goed gereden, zo droog als Sinterklaas z’n achterste (gezegd van gebak en brood), en Sinterklaas staat metonymisch voor de naam- en feestdag van Sint-Nicolaas (6 december) of de vooravond daarvan
  • m) sinterklaasavond, -feest, -gedicht, -koek, -mutsenkruid, -pop, -prent, -rijm, -tijd, -vermomming, -verrassing, -vers, -viering en -weer
  • n) sinterklazen = voor Sinterklaas spelen, het sinterklaasfeest vieren of erg vrijgevig zijn van andermans geld
  • o) sinterklazerij = vrijgevigheid met andermans geld, m.n. overheidsgeld
  • p) sinterklaasversnapering en -weekend
  • q) Sint-Nicolaas = Sinterklaas
  • r) versinterklazen = onoordeelkundig besteden = verjubelen

Bij de voorbeeldzinnen (55) vinden we nog: Sinterklaas, goedheilig man [GB nu ook: goedheiligman], Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje, Sint-Niklaas (!) is jarig, o wat zijn we blij, lootjes trekken voor sinterklaas [twijfelachtig], Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, met Sinterklaas (!) geef je elkaar surprises, met sinterklaas (?) wordt er gestrooid. Binnen artikelen (371) laat ik even zitten, anders wordt het te gek.

min of meer Zwarte Pieten tijdens de intocht van 2018

Piet in de Van Dale

En dan nu *piet*. Lijkt onbegonnen werk, valt mee. Lemmata (106), waaronder:

  • a) hulppiet (helper van Zwarte Piet)
  • b) kleuren- en regenboogpiet
  • c) bij ‘piet’ niets wat naar het decemberfeest verwijst
  • d) bij ‘Piet’ Zwarte Piet, elk (!) van de zwartgeschminkte helpers van Sinterklaas = Piet (2) = Zwarte Piet, Sint en Piet, Sinterklaas en zijn Pieten, Pieterbaas, vergelijk zwartepiet [dat gaat alleen over een kaartspel en de zondebok]
  • e) pietenpak en pietenpet
  • f) zwartepietenprotest
  • g) regenboogpiet, roetpiet = schoorsteenpiet en veegpiet
  • h) zwartepieten = kaartspel of elkaar de schuld geven = elkaar de zwartepiet toespelen – dat is het zogenaamde zwartepietenspel

Bij de voorbeeldzinnen (72): Zwarte Piet werd in korte tijd ontkleurd en ontkroesd en stoute kinderen gaan in de zak van Zwarte Piet. Binnen artikelen (206) laat ik verder buiten beschouwing.

Sint en Piet in een parkje

Sint in het Groene Boekje

Dan naar GB met *sint*: sint, hulpsinterklaas – verder kom ik niet in het online-GB, in de papieren versie nauwelijks nieuwe gezichtspunten en met alleen sint* nog sintfeest (= sinterklaasfeest) en een sinterklaas is iemand die voor Sinterklaas c.q. Sint-Nicolaas speelt (!) en nog allerlei samenstellingen met sinterklaas- die bij VD al genoemd zijn.

Piet in het Groene Boekje

Vervolgens naar *piet*: piet (is ook bv. een kanariepietje), weinig nieuwe gezichtspunten.

Mijn analyse

Ik vind geen redenen om ‘piet’ in de betekenis van ‘Zwarte Piet’ met een kleine letter te schrijven. Daarvoor geven GB en VD geen handreiking. Wel erken ik ‘Piet’ (met hoofdletter) ook als verkorting van Zwarte Piet. Bij ‘sint’ is dat wat subtieler, maar voor de/een sint in GB zonder betekenisaanduiding kom ik niet verder dan de betekenis in VD: een sint = een heilige. Om tot Sinterklaas gebombardeerd te worden, moet je een goede sint, een goede heilige zijn. Volgens mij moet Sint als verkorting van Sinterklaas dus gewoon met een hoofdletter geschreven worden.

Samenvatting

In december geschiedt dus – voor zolang het nog duurt – het volgende. Op pakjesavond, sinterklaasavond gaat de goedheilig( )man, Sinterklaas, Sint-Nicolaas, de Sint, Sint-Niklaas, in een razend tempo Nederland rond. Hij is vergezeld van Pieterbaas, (Zwarte) Piet [Sint en Piet] – en bij grote drukte ook wel van zijn Pieten [Sinterklaas en zijn Pieten].

Gebiedende wijs: lees dit en word wijzer

Wat is er moeilijk aan de gebiedende wijs? Laat het onderwerp weg en gebruik de ik-vorm, da’s alles. Toch trappen jaarlijks tientallen dicteeliefhebbers in imperatiefvalkuilen. Specialist Johan de Boer zoekt in een doorwrocht essay uit waar de moeilijkheden liggen.

door Johan de Boer

Eigenlijk is het schrijven van de gebiedende wijs heel eenvoudig. Ga uit van het hele werkwoord, bijvoorbeeld lezen. Kies de ik-vorm. Dat is: ik lees. Schrijf daarom lees dit. Hetzelfde bij worden. Ik word. Daarom: word wijzer. Vroeger werd leest dit en wordt wijzer geschreven omdat deze uitspraak was gericht tot meerdere personen. Dat is nu volstrekt achterhaald en bovendien fout. Het maakt nu niks uit of er slechts één of meerdere personen aangesproken worden, steeds wordt de ik-vorm gebruikt bij de gebiedende wijs.

In enkele ouderwetse uitdrukkingen wordt bij de gebiedende wijs nog wel een eind-t toegevoegd, bijvoorbeeld:

  • ‘Hoort, zegt het voort! Dictees.nl is vernieuwd!
  • ‘Komt allen’, ‘Bezint eer ge begint’.
  • Makkers staakt uw wild geraas (uit een bekend sinterklaasliedje).

Er bestaat één uitzondering bij het gebruik van de ik-vorm, oftewel eerste persoon enkelvoud, en die heeft betrekking op het werkwoord zijn. De ik-vorm is ben. Geïrriteerde ouders die naar hun favoriete tv-programma kijken en daarbij worden gehinderd door hun luidruchtige kinderen, worden misschien wel getrakteerd op hoongelach als ze uitroepen: ‘Ben stil’. Nee, wees stil, maakt, hopelijk voor hen, meer indruk, net als misschien makkers staak jullie wild geraas. Zojuist lees ik in het novembernummer van Onze Taal dat het gebruik van ben als gebiedende wijs geregeld voorkomt maar niet behoort tot het verzorgd taalgebruik. 

Verdwenen medeklinkers

Bij de werkwoorden glijden, houden, rijden, snijden en uitscheiden kan de -d in de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs weggelaten worden. In plaats van ik glijd kun je ook schrijven ik glij. Evenzo: ik hou et cetera. Het gaat sneeuwen, dus rij(d) voorzichtig, hou(d) afstand en glij(d) niet uit. Van Dale (VD) kent dan ook naast de gewone vorm de alternatieven glijen, houen, rijen, snijen en uitscheien als trefwoorden.
Je kunt deze werkwoorden uitbreiden met een voorvoegsel. Als voorbeeld neem ik: houden. Ook bij onthouden, verhouden, behouden en voorbehouden kan steeds de -d weggelaten worden bij de ik-vorm en dus ook in de gebiedende wijs.

Voorbeeld: onthou dat nou een keer, het Groene Boekje kent drie synoniemen van arafatsjaal en wel: kaffiya, keffiyeh en kufiyyah!
Tot zover over de ik-vorm van de gebiedende wijs. 

Verdwenen onderwerp

Het andere belangrijke kenmerk is dat er in zinnen met gebiedende wijs nooit een taalkundig onderwerp vermeld staat. Dat is heel belangrijk. Kom ik straks op terug.
Wat is er dan zo moeilijk aan de gebiedende wijs? Je hoeft alleen maar de ik-vorm van het werkwoord te gebruiken, zoals in: ga naar die dicteewedstrijd, vermijd onduidelijk schrijven en leid je team naar de overwinning. Ik ga, ik vermijd, ik leid. Of: vind maar eens een goed ezelsbruggetje om soera, surah en surra, die afgezien van de klemtoon, alle drie op dezelfde manier worden uitgesproken [sura], uit elkaar te houden. Ik vind.

Dicteeauteurs proberen het de dicteeschrijvers lastig te maken en dat doen zij vooral door het woordje u te introduceren in dicteezinnen die lijken op de gebiedende wijs maar dat in feite niet zijn. Vaak gebruiken ze dan werkwoorden, al dan niet wederkerend, waarvan de stam eindigt op een -d. Nog getruukter is het gebruik van u als wederkerend voornaamwoord. U kan namelijk een persoonlijk voornaamwoord zijn maar ook – en daar zit hem de kneep – een wederkerend voornaamwoord dat hoort bij een wederkerend werkwoord. Dat zijn werkwoorden die gecombineerd worden met het woordje zich, bijvoorbeeld zich voorbereiden, zich vergissen enzovoort. In u vergist zich of u vergist u (mag allebei) is zich of de tweede u een zogenaamd wederkerend voornaamwoord, zo genoemd omdat het persoonlijk voornaamwoord u in een andere gedaante, namelijk als lijdend voorwerp, terugkeert.

Deze introductie van het woordje u gebeurt in dictees op een drietal manieren. Om het geheel een beetje overzichtelijk te houden zal ik die aanduiden met achtereenvolgens categorie A, B en C. Ik zal die categorieën steeds illustreren met voorbeeldzinnen uit de dicteepraktijk en eigen verzinsels, en – niet onbelangrijk – ook steeds een aantal tips geven waardoor het correct schrijven van zulke zinnen makkelijker wordt.

Categorie A: niet-wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Hierbij wordt gebruikgemaakt van zinnen met u die heel erg lijken op zinnen met de gebiedende wijs maar die dat in feite niet zijn en meer het karakter hebben van een aansporing. Er is sprake van een beleefdheidsvorm. Deze categorie A bevat werkwoorden die niet-wederkerend zijn. Zinnen als: komt u binnen, hangt u daar de jas maar op, gaat u zitten, neemt u de pen ter hand en schrijft u het volgende op . . ., zul je niet vaak zien in dictees. Die zijn te makkelijk. Liever kiezen de dicteeauteurs voor zinnen met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: houdt u rekening met een pittig dictee. Dit lijkt op een gebiedendewijszin maar is dat in feite niet. Er is hier sprake van een aansporing. Het belangrijkste bewijs dat hier geen sprake is van gebiedende wijs is wel het feit dat er hier een taalkundig onderwerp in de zin staat en wel het persoonlijk voornaamwoord u. Zoals we eerder gezien hebben is een van de belangrijkste kenmerken van een zin met gebiedende wijs juist het ontbreken van een onderwerp. 

Andere voorbeeldzinnen:

  • Heeft u commentaar op deze kwestie? Brandt u maar los! (weekdictee op deze site)
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Houdt u dan dit aforisme van Oscar Wilde in gedachten: “Vergeef altijd uw vijanden, niets irriteert ze méér!” (Harderwijk 2015, René Dijkgraaf)

Tips voor het correct schrijven van deze zinnen:
Kijk of u het onderwerp is in deze zinnen. Dat is in deze voorbeeldzinnen inderdaad het geval, dus is er geen sprake van een gebiedendewijszin. De beoordeling wordt makkelijker als je in deze zinnen een werkwoord gebruikt waarvan de stam niet eindigt op een -d.

  • Houdt u rekening met een moeilijk dictee kan dan worden: blijft u rekening houden met . . . (Natuurlijk niet, blijf u rekening houden met . . . U is onderwerp en het is, u blijft).
  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Loopt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Een andere truc om te achterhalen of er sprake is van een onderwerps-u is door u te vervangen door je of jou. 

  • Schrijdt u maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! – Schrijd jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates!

Jij is hier duidelijk onderwerp, vandaar ook het ontbreken van de -t achter schrijd, net als in: loop jij maar eens met mij binnen in deze tempel van Hippocrates! Schrijd jou of schrijd je is natuurlijk uitgesloten. 

Categorie B: wederkerende werkwoorden met beleefdheidsvorm

Deze categorie is het makkelijkst te schrijven en ligt in het verlengde van categorie A, met dit verschil dat hier, in tegenstelling tot categorie A, steeds sprake is van wederkerende werkwoorden. Die worden dus gecombineerd met het woordje zich dat een wederkerend voornaamwoord genoemd wordt. Net als bij A is er geen sprake van een echte gebiedende wijs, maar van een afgezwakte vorm daarvan, een beleefdheidsvorm. 

Eerst weer een paar voorbeelden:

  • Maar hoedt u zich bovenal voor euphuïstische fabulanten. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)
  • Beeldt u zich eens in dat u nul fouten maakt in een BeNeDictee van Rien Wisse.
  • Windt u zich in godsnaam toch niet zo op over het feit dat u jan-an-de-lat zonder koppeltekens hebt geschreven.

U is hier steeds onderwerp van de zin, gevolgd door het wederkerend voornaamwoord zich dat als lijdend voorwerp fungeert. Omdat u duidelijk het onderwerp is in deze zinnen, is twijfel over het wel of niet schrijven van een -t na de -d eigenlijk niet nodig. Ook hier kan weer het hulpmiddel van een werkwoord waarvan de stam niet eindigt op een -d ingeroepen worden. In plaats van beeldt u zich eens in gebruik je dan bijvoorbeeld stelt u zich eens voor. In plaats van windt u zich in godsnaam toch niet zo op, bedenk je dan bijvoorbeeld, maakt u zich toch niet zo druk.

Categorie C: wederkerende werkwoorden waarbij u geen onderwerp is

Dit is verreweg de moeilijkste en hier worden ongetwijfeld de meeste fouten bij gemaakt. Bij deze categorie wordt uitsluitend gebruikgemaakt van wederkerende werkwoorden, maar of dat zo is moet je wel zelf uitzoeken. In het zinnetje meld u aan moet je zelf bedenken dat het hier gaat om zich aanmelden. Soms is dat knap lastig. Daar kom ik zo dadelijk op terug.

Eerst een paar voorbeelden uit de praktijk:

  • Meld u aan voor de dicteewedstrijd, St.-Jansdalmedewerkers! (Harderwijk 2014, René Dijkgraaf)
  • Wind u toch niet zo op over die kleine foutjes! (weekdictee op deze site) 
  • Beeld u sybaritische taferelen in als open en bloot te zien op de mozaïeken . . . (Deventer 2012, Joost Verheyen)
  • Hoed u voor pathogene bacteriën als spirocheten. (uit de verzameling van 856 dictees, Rein Leentfaar)
  • Hoe het ook zij, bereid u vanavond voor op een beestenbende. (Deventer 2009, Pieter van Diepen)

In deze zinnen wordt gebruikgemaakt van u, niet als persoonlijk voornaamwoord, maar als wederkerend voornaamwoord dat hoort bij de wederkerende werkwoorden zich aanmelden, zich opwinden, zich inbeelden, zich hoeden voor en zich voorbereiden. Wederkerende voornaamwoorden vormen nooit het onderwerp van de zin maar fungeren als lijdend voorwerp, zoals eerder opgemerkt. U is hier dus beslist geen onderwerp en daarom is er in deze zinnen sprake van een echte gebiedende wijs. Vandaar ook het gebruik van de ik-vorm van het werkwoord. 

Als we in plaats van u ook uzelf kunnen schrijven dan weten we dat we met een wederkerend voornaamwoord u te maken hebben. Dat is in al deze vijf voorbeelden mogelijk: meld uzelf aan, wind uzelf toch niet zo op, beeld uzelf sybaritische taferelen in, hoed uzelf voor pathogene bacteriën en bereid uzelf vanavond voor.

Populair bij dicteeauteurs zijn natuurlijk de wederkerende werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals: zich aanbieden, zich aankleden, zich aanmelden, zich aangorden, zich beraden, zich bewust worden, zich bezighouden, zich bevrijden, zich harden tegen, zich hoeden, zich houden (aan), zich inbeelden, zich melden, zich omkleden, zich opwinden, zich redden, zich rustig houden, zich stilhouden, zich verantwoorden, zich verbeelden, zich verspreiden, zich voeden, zich voorbereiden, zich wenden tot.

Wederkerende werkwoorden

Wederkerende werkwoorden in de gebiedende wijs waarvan de stam niet op een -d eindigt, zullen ongetwijfeld minder vaak fout geschreven worden, zoals in de zin: verslaap u niet, begeef u op tijd naar die dicteewedstrijd, leef u uit in moeilijk te schrijven woorden als wushu, kallipygisch en fyofyo en schaam u niet als u geen eerste wordt. 

Wederkerende werkwoorden kun je in twee groepen indelen: 

  • Werkwoorden die altijd wederkerend zijn, de zogenaamd verplicht wederkerende, zoals: zich bemoeien, zich gedragen, zich schamen, zich vergissen. Ik schaam, hij schaamt, wij schamen zijn natuurlijk uitgesloten. Ik schaam mij (me), hij schaamt zich, wij schamen ons, zijn verplicht.
  • Werkwoorden die toevallig wederkerend zijn, dat wil zeggen in de ene betekenis wel, in de andere niet, bijvoorbeeld voorbereiden. Bij voorbereiden in de betekenis zoals in VD omschreven als vooraf bereiden, van tevoren het nodige verrichten of gereedmaken, met als voorbeeld een feest voorbereiden, is voorbereiden geen wederkerend werkwoord. Dat is wel het geval bij, ik citeer weer VD: (wederkerend) zich op iets voorbereiden, zich ervoor gereed houden, in de positie brengen om het af te kunnen wachten. Dat heeft duidelijk consequenties voor het gebruik van voorbereiden bij de gebiedende wijs.

In de zin, bereidt u het dictee goed voor hebben we te maken met categorie A, dus geen wederkerend werkwoord, geen gebiedende wijs maar een aansporing. U is hier onderwerp, vandaar bereidt, in deze beleefdheidsformulering.
In bereidt u zich goed voor op het dictee (categorie B) is er wel sprake van een wederkerend werkwoord, namelijk zich voorbereiden. Hier krijgt bereidt wel een eind-t omdat het hier, net als bij bereidt u het dictee goed voor niet gaat om een echte gebiedende wijs, immers ook in bereidt u zich is u het onderwerp.
In bereid u goed voor op het dictee (categorie C) hebben we wel te maken met een echte gebiedende wijs. U is hier geen onderwerp want in plaats van u kun je ook schrijven bereid uzelf goed voor op het dictee.

Deze problematiek spookte door mijn hoofd toen ik deelnam aan het Harderwijks dictee van 2016 van René Dijkgraaf, de gebiedendewijsspecialistendicteesauteur bij uitstek (sorry, hippopotomonstrosesquippedaliofobielijders). Daarin stond de volgende zin: Als u de architect van dit kasteel, Marten Toonder, niet kent, gord u dan aan om z.s.m. en zonder captie te maken in deze pijnlijke leemte te voorzien.

Hebben we hier te maken met categorie A, de beleefdheidsformule waarbij u onderwerp is en er geen sprake is van een echte gebiedende wijs? In eerste instantie koos ik hiervoor en ik schreef dus gordt u dan aan. De rest van het dictee bleef dit door mijn hoofd spoken en ik streepte gordt u door met de bedoeling het later te verbeteren in gord u. Ik was tot de conclusie gekomen dat het hier categorie C betrof, dus om de echte gebiedende wijs waarbij je kunt zeggen gord uzelf aan en dat het hier ging om het wederkerend werkwoord zich aangorden.
Stom, ik vergat echter het doorgestreepte gordt u te veranderen in gord u en had daarmee een duidelijke fout te pakken. Gord u dan aan, was de enig juiste schrijfwijze. Het gaat hier om het wederkerende werkwoord zich aangorden. Bij de in VD vermelde voorbeelden van het niet-wederkerend gebruik van aangorden, zoals het harnas, de wapens en het zwaard aangorden, wordt steeds aangegeven wat er aangegord wordt. Het harnas, de wapens en het zwaard kunnen zich niet aangorden.

Nu maar hopen dat het makkelijker geworden is om de volgende zin van Bert Jansen uit het dertiende Soester Dictee 2014 correct te schrijven:

  • Bent u linguïstisch voldoende onderlegd om ‘Bindt u dat maar vast meneer’ en ‘Wind u niet zo op, meneer’ correct neer te pennen?

Bindt u, categorie A, de beleefdheidsvorm. Wind u, categorie C.

Tot slot, in het laatste oktober- en novembernummer van Onze Taal wordt gewezen op het bestaan van gebiedendewijsvoltooiddeelwoorden, zoals in de uitroep dicteeliefhebbers opgelet.

Spelman: de dicteewedstrijd

Spelman rijdt in een Rolls-Royce naar de dicteewedstrijd. Maar rijdt hij niet de werkelijkheid uit?

Spelman rijdt in een Rolls-Royce naar de dicteewedstrijd. Zijn ban-de-bomtasje met dicteewoorden is kwijt. Daarom wil hij terug. Hij vliegt in een ornithopter over kunukuhuisjes.

Copiloot Grote Pier zegt: “We brengen je naar Boerenkoolstronkeradeel. Daar kun je bûter, brea en griene tsiis eten.” Spelman heeft zoals altijd zijn kedsen vergeten. Barrevoets zit hij in een char-à-bancs, die stopt bij de Eiffeltoren. Hij schreeuwt: “Ja, Eiffeltoren moet met twee f’s, en met een hoofdletter als het de enige echte is.” Maar door het homerische gelach van diezelfde toren hoort niemand hem.

Dan wordt hij wakker. Spelman denkt: aha, een lucide remslaapdroom.

Wat weten wij af van ‘afweten’?

Moeten wij ‘afweten’ aaneenschrijven? Soms wel, soms niet. Maar wanneer dan wel, en wanneer niet? De bronnen spreken elkaar tegen. Johan de Boer zoekt het voor ons uit.

Johan de Boer tijdens het Harderwijks Dictee van 2017. Foto © Ton Pors

Harderwijk 2016 - HB

Johan de Boer denkt na tijdens het Harderwijks Dictee van 2016. Foto: Huib Boogert

door Johan de Boer

Moeten wij afweten aaneenschrijven? Jazeker, zeggen alle bronnen, als afweten geen verband houdt met weten maar de betekenis heeft van bijvoorbeeld ‘niet komen opdagen’ of ‘in gebreke blijven, falen, tekortschieten’, zoals in de zinnen: ‘Hij had beloofd om te komen, maar hij liet het helaas afweten’ en ‘Ajax en ook Anderlecht lieten het gisteravond lelijk afweten’. Van Dale geeft nog meer betekenissen bij het trefwoord afweten, maar ook die hebben geen betrekking op weten.

Maar nu die andere betekenis van afweten/af weten in de betekenis van ‘kennis hebben van’. Hier zijn de meningen verdeeld. Aan de ene kant heb je Van Dale. Als je bij het trefwoord afweten kijkt, zie je onder andere de betekenissen die in de eerste alinea worden genoemd. ‘Kennis hebben van’ wordt hier uitdrukkelijk niet genoemd. Wel is er een aantal trefwoorden waaruit je kunt afleiden dat VD kiest voor af weten.

  • Bal1 5: uitdrukking  ergens de ballen vanaf weten
  • Vanaf: ergens niets vanaf weten
  • Niks2: van niks weten  nergens iets vanaf weten

Overige bronnen
Tot zover Van Dale. Daartegenover staan het Groene Boekje, Onze Taal en de Taaltelefoon. Om te beginnen het GB. Dat heeft als trefwoord de verbinding ervan afweten. Bij de Taaltelefoon vinden we: Wat zou ze ervan afweten? (= wat zou ze van iets afweten, bijvoorbeeld van die zaak). Onze Taal geeft onder ervan afweten twee gebruiksvoorbeelden:

  • Ik weet er al van af.
  • Wist jij hiervan af?

Net als de bijwoorden er, hier, daar en waar die zich makkelijk koppelen aan voorzetsels (eraan, hierbij, daarin, waarop, enzovoort) of aan andere bijwoorden (eraf, erheen, ermee, ertoe) hecht ook het voorzetsel van zich heel makkelijk aan andere voorzetsels en ook aan bijwoorden (vanachter, vanaf, vanbinnen, vanbuiten, vanhier, vanonder, vanop, vanuit, enzovoort). Om die reden noem ik er, hier, daar, waar en van weleens ‘kleefwoorden’.

Bij de taaladviezen van Taaladvies.net van het GB wordt veel aandacht besteed aan dit onderwerp en wel bij het onderwerp ‘Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)’. Ook onder ‘Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden’ vind je veel informatie. Bij Onze Taal vind je echt een megalijst van combinaties met er, hier, daar, waar op het taaladvies ‘Er-voorzetsel-werkwoord‘. Ten slotte verwijs ik naar het artikel op Taaltelefoon over ‘Er, hier, daar en waar‘.

 

Zuigkracht
Kom ik nu weer terug bij het uitgangspunt afweten. Wat opvalt bij de drie genoemde taalinstanties, GB, Onze Taal en Taaltelefoon, is dat ‘af’ hier duidelijk gekoppeld is aan ‘weten’ in afweten. GB kent de verbinding ervan afweten en niet ervanaf weten. Dat had makkelijk gekund, want zowel GB als VD kennen het trefwoord ervanaf. De zuigkracht van het voorzetsel van is kennelijk niet zo groot dat af vreemdgaat met van. Om in de sfeer van het weekdictee van 6 november te blijven: er is beslist geen sprake van een los-vaste relatie tussen af en weten. Heel duidelijk blijkt dat ook in de zin die Onze Taal geeft, die ik hierboven heb gegeven: Ik weet er al van af. Een prachtkans voor van om zich te koppelen aan af in vanaf omdat weet niet vlak in de buurt is, maar nee, af hoort bij weten en laat dat weten ook.

Weekdictee
De eerste zin in het hierboven aangehaalde, pittige weekdictee van Lizi van Vollenhoven luidde: ‘Omdat we er niks … , hebben we het bij het proefwerk laten … .’ Men kon kiezen tussen:

  • van afweten, afweten
  • van af weten, af weten
  • van af weten, afweten

Het goede antwoord zou volgens de auteur moeten zijn: van af weten, afweten. Gewapend met bovenstaande kennis kunnen we direct antwoordmogelijkheid 2 wegstrepen, omdat in de deelzin ‘hebben we het bij het proefwerk laten …’ overduidelijk afweten moet worden ingevuld omdat hier afweten in de betekenis, uitgelegd in de eerste alinea, wordt bedoeld. Alternatief 3 lijkt correct volgens Van Dale, maar is dat niet, want vanaf moet hier aaneengeschreven worden. Zie ook hierboven bij de omschrijvingen in VD bij bal, vanaf en niks. Blijft over: antwoord 1.

Helemaal juist volgens GB, Onze Taal en Taaltelefoon.

Tot slot: ervan afweten is heel goed vergelijkbaar met een van de allerallerpopulairste dicteeopgaven, namelijk zinsconstructies waarin de woordgroep ervan uitgaan is verwerkt, waar uit gekoppeld is aan gaan. Voorbeelden: ‘We moeten er toch van uitgaan dat […]’ en ‘Zij gingen er ongetwijfeld van uit dat […]’.

Taalles in een Kudelstaartse kroeg

Zelfs de meest doorgewinterde taalliefhebber voelde zich afgelopen woensdagavond 5 juli bij tijd en wijle een ‘dummy’. Neerlandicus Bert Jansen gaf in het Kudelstaartse café Op de Hoek taalles aan zo’n 25 belangstellenden, met aansluitend een dictee voor dummy’s.

Kudelstaart 2017

Annemarie Braakman-Ven introduceert Bert Jansen aan het publiek.

door Joke van der Zee

Zelfs de meest doorgewinterde taalliefhebber voelde zich afgelopen woensdagavond 5 juli bij tijd en wijle een ‘dummy’. Neerlandicus Bert Jansen gaf in het Kudelstaartse café Op de Hoek taalles aan zo’n 25 belangstellenden, met aansluitend een dictee voor dummy’s. Jansen was er op uitnodiging van Stichting Groot Aalsmeers Dictee (SGAD), die naast het jaarlijkse Aalsmeers Dictee ook andere taalevenementen organiseert.

Dat je dinertje niet als ‘dineetje’ schrijft maar wel zo uitspreekt en dat gewelddadig toch echt met ‘dubbel d’ is, die je dan weer niet hoort, dat zijn wáre instinkers. In het instapdictee dat Jansen presenteerde kwamen er nog veel meer voorbij: echte dicteewoorden. “Om alvast te oefenen voor het Aalsmeers Dictee”, adviseerde hij. Aan de orde kwamen onder meer gedachtegoed, uit-en-ter-na en bediscussiëren.

Kudelstaart 2017

Bezoekers luisteren naar het instapdictee van Bert Jansen.

Taalreis
Alvorens het publiek lustig meeschreef met de dicteezinnen had Jansen diverse taalkwesties naar voren gebracht. Hij begon met de geschiedenis en nam de toehoorders verder mee op ‘taalreis’ door een woud van moeilijke termen die naam geven aan allerlei taalregels. “Hogere wiskunde leek het wel, maar zeer zeker interessant”, aldus een bezoeker. Wanneer een hoofdletter, wel of geen tussenstreepje, een accent op de é? En waarom is het geen sjampanje? Of waarom zeggen we zaddoek maar schrijven we zakdoek? En dan ’t kofschip. Jansen spreekt liever van fokschaapshit. “De ‘sh’-klank moet ook vertegenwoordigd zijn om het voltooid deelwoord te bepalen.

De Bussumse neerlandicus pakte nog veel meer woorden aan die voor hoofdbrekens zorgen in de Nederlandse spelling en schrijfwijze. Want: waarom is het Amsterdam ArenA met tweemaal een hoofdletter A? “In de spelling heet dit het donorprincipe. Je houdt deze schrijfwijze aan omdat het een eigennaam is”, legde Jansen ut. Ook haalde hij de ‘los schrijf manie’ aan. En dat levert soms hilarische verwarringen op. Een oudemannenhuis is iets anders dan het oude mannenhuis. De wenkbrauwen in het publiek gingen omhoog bij het zien van woorden als massagebed dat weer iets heel anders betekent dan een massa-gebed. Taal… is nadenken!

Kudelstaart 2017

Neerlandicus Bert Jansen

Menukaart
Jansen denkt er veel aan, zelfs voorafgaand aan zijn lezing, toen hij op de menukaart van ‘De Hoek’ een foutje ontwaarde: ice tea, dat toch echt aan elkaar geschreven moet worden. Ook lokale taalfouten kwamen aan de orde, zoals het verkeerd weergegeven straatnaambord in Kudelstaart: Ad Verschueren Plein. Moet zijn: Ad Verschuerenplein. Jansen fungeerde deze avond als taalvraagbaak en leraar, maar bovenal als begenadigd verteller waar menig bezoeker veel van opgestoken heeft.

Brief Rutte schokt Nederlandse dicteewereld

In zijn open brief roept Mark Rutte ons op om normaal te doen. We moeten nu ook aan normale spelling doen en ons niet bezighouden met dictees die een normaal mens niet begrijpt. Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt.

Mark Rutte

Mark Rutte

Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt, je broodnodige dicteenieuws

In zijn open brief roept Mark Rutte ons op om normaal te doen. We moeten nu ook aan normale spelling doen en ons niet bezighouden met dictees die een normaal mens niet begrijpt.

Woorden als kladderadatsch, krambamboeli en qaly’s zijn volgens Rutte niet normaal: “We moeten terug naar eenvoudige dicteewoorden, zoals nochtans, geenszins en erwtensoep. Die zijn al moeilijk genoeg, maar wel normaal. En ze passen bij ons ontzettend gave land.”

Een dicteedinosaurus

Een dicteetyrannosaurus rex

Dicteetyrannosaurus rex
“Doe normaal of ga weg”, schrijft Rutte. Dat betekent ook dat dicteedinosaurussen, van wie velen al met pensioen zijn, spoedig zullen uitsterven. Een dicteetyrannosaurus rex brult: “Een woord als hexakosioihexekontahexafobie is toch niet zo moeilijk? Dat staat gewoon in mijn lijst. Laat die Rutte zelf normaal doen of oppleuren.”

Een dicteescepticus die graag anoniem wil blijven (Hans Bennis) vindt dat Rutte wel een punt heeft: “Rutte schrijft dat het normaal is om fatsoenlijk naar elkaar te luisteren, in plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent. Daarmee doelt hij ook op de dicteenomaden die overal stennis maken. En ik weiger dat tussen-n-gedoe normaal te vinden.”

Korte. Onvolledige. Zinnetjes
Een eindredacteur maakt gehakt van de brief: “Geschreven door een reclamebureau. Steeds een kort zinnetje. Dat onvolledig is. Zoals dit. Irritant. En dan die tenenkrommende slogan Normaal. Doen. Wat een onzin. Normaal doen, toch? Schrijf normaal of ga weg.”

De Vlaamse dicteeliefhebbers zal het allemaal worst zijn. “Amai, wij voelen ons gans niet aangesproken door die Mark Rutte. Wie is dat eigenlijk?”