Zeeuws Vlaams Dictee ‘veel te moeilijk’, vindt de auteur

Het Zeeuws-Vlaams Dictee van topauteur Marc de Smit is traditioneel een foutenfestival. In de expertcategorie kon alleen superspeller Joost Verheyen wegblijven van de dubbele cijfers.

Terneuzen-Herman Killens

Dicteetijger Herman Killens houdt de stand bij na het Zeeuws-Vlaams Dictee

door Bert Jansen

Mijn faible voor taal, voor woorden, voor spelling motiveerde mij mijn navigatie op vrijdag 11 november op Terneuzen in te stellen, teneinde deel te nemen aan het Zeeuws-Vlaamse Dictee in de bibliotheek van Zeelands grootste gemeente. Ook deze zestiende editie kwam weer uit de koker van tweevoudig winnaar van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, Marc de Smit. Het hing die avond al in de lucht, maar amper 24 uur nadat de eerste regel van het dictee was voorgelezen, kondigde onze premier een nieuwe orthografische winterslaap aan …

Getrainde gestiek

Scheidend directeur Rudi Crombeen verwelkomde de onvervaarde – en voor een deel overmoedige – spellers in zijn Zeeuws-Vlaamse bibliotheek en scande hun QR-code. Een goede zaak, maar hopelijk ten overvloede: viruswappies moet je mijns inziens in het dicteecircuit met een lantaarntje zoeken. Of is hier de wens de vader van de gedachte?

Na de introductie ging de microfoon naar Netty de Jong, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in Terneuzen. Haar was, net als verleden jaar, de eer te beurt gevallen Marcs tekst voor het 36-koppige publiek, waaronder acht specialisten, voor te lezen. In haar geval spreek ik echter liever van voordragen. Met de geraffineerde expressie en getrainde gestiek die een theaterschool als achtergrond doet vermoeden, kweet zij zich ook dit jaar weer van haar taak. In de eerste paragraaf kwalificeerde Marc zijn dictee, niet geheel ten onterechte, als ‘veel te moeilijk’ en voorspelde hij dat de voorlezer – die dus een voorleesster was – ‘onvermijdelijk zou struikelen over de veel te lange zinnen’. Maar die voorspelling werd niet bewaarheid. Netty legde het lastige parcours vrijwel foutloos af. Ze gaf ook niks weg door spellinguitspraak.

Terneuzen-Verheyen

Joost Verheyen neemt de wisseltrofee mee naar huis

Plotwendingen

De Smits dictee, met als titel Een nieuwe lente en een nieuw gebouw, had de ophanden zijnde verhuizing van de bibliotheek naar de Kop van de Noordstraat tot thema. Zo’n verhuis is geen sinecure, als we de auteur mogen geloven: Straks moeten al die in het Krim-Gotisch opgetekende verhalen en die fotokopieën van cancelleresca’s in het Basisengels worden ingepakt. Een heel werk natuurlijk, maar de voorgaande zin foutloos op papier krijgen was ook geen fluitje van een cent.

Plotwendingen loeren bij Marc altijd om elke hoek. Zo kwam de focus in de tweede paragraaf plots te liggen op honden en bloemen. Er werden geen labradors of teckels en ook geen foxterriërs opgevoerd, maar soorten die zelfs bij de voorzitter van een kynologenvereniging de wenkbrauwen zouden doen fronsen, zoals de Appenzeller sennenhond en de bijtgrage fila brasileiro.  Voor de liefhebbers was er de alomtegenwoordige sierheester forsythia, terwijl de specialist zijn tanden op de zeer zeldzame berggamanders mocht stukbijten – in overdrachtelijke zin dan toch …

Keskedie

Specialisten zijn inmiddels wel bedacht op de fonologische voetangels en klemmen die de Zeeuwse taalmagiër listig in zijn tekst pleegt te vervlechten, maar de meesten van hen slagen er maar zelden in deze gevreesde ‘marc-de-smitjes’ te herkennen, laat staan te ontlopen. Wat te denken van ook kempo, dat, zonder dat het letter voor letter wordt uitgesproken, klinkt als ‘okempo’? En dan de faux amis debris en débris, weliswaar met onderscheiden klemtoon, maar dat soort subtiele onderscheidingen dringen in de hectiek van een dictee niet tot het bewustzijn door. Tot het mijne althans niet. Mijn keskedie kreeg een rode streep. Dat begrijp ik wel, want die betekenis – achterste – past niet echt in het rijtje (huis)dieren. Het moest, volgens het opgavenblad van de liefhebbers, keskedi zijn; helaas ontbreekt dat woord in alle relevante naslagwerken. Na driftig googelen vond specialiste Trui Gonnissen het woord kiskadie, een insectenetende zangvogel, dus die zou goed passen in het onderhavige rijtje. Quandoque bonus dormitat Marcus.

Wie goed had opgelet bij het betreden van de bieb had niet ‘plan de campagne’ geschreven

Er zijn niet veel dictees waar het woord achenebbisj in ontbreekt; het staat dan ook niet ten onrechte in de 5000 venijnige dicteewoorden vermeld; de variant oggenebbisj echter ontbreekt daarin en was mij niet bekend. En mijn plan de campagne sloeg nergens op in de onderhavige context: het moest dan ook plan de kampanje zijn; het verwees namelijk naar het verhoogde achtergedeelte van een schip, de vorm waarin de nieuwe bibliotheek is gebouwd. Wie goed had opgelet bij het betreden van de bieb had deze fout kunnen voorkomen: in de hal stond een levensgrote afbeelding die verwees naar het nieuwe project. De tekst luidde: ‘Plan de Kampanje’.

In de zinsnede Terneuzen, stad van de vliegende hollander en andersoortig ov ging het natuurlijk niet over het spookschip van Willem van der Decken. Dat Terneuzen de sage van de Vliegende Hollander had ingezet als toeristische trekpleister, was mij overigens niet bekend.

Onze ‘taalsmit’ gaf wel tips en tricks voor wie het te veel werd. Zo releveerde hij dat er na afloop van het dictee de mogelijkheid bestond een cursus raja te volgen. Duur? Geenszins! Zelfs helemaal gratis voor wie geen wei met paardjes schijtgeld tot zijn beschikking heeft.

Terneuzen-Anneriek van Heugten

In de liefhebberscategorie bleef Anneriek van Heugten iedereen weer de baas. Zij mocht de trofee mee naar huis nemen.

Wisseltrofee

De nabespreking gaf weinig aanleiding tot discussie; slechts één militante speller (naam bij de redactie bekend) moest door Marc in het gareel worden gehouden. Tussen de liefhebbers hadden zich clandestien twee specialisten gemengd. Zij prefereerden een podiumplaats boven een uitdaging. Zoals te verwachten was, kwamen zij inderdaad op het podium, maar geen van beiden op de begeerde eerste plaats: zowel Birgit Kuppens als Frans van Besien kregen hun (haar, hen …) dictee terug met drie rode strepen. Het goud was, evenals twee jaar geleden, voor Anneriek van Heugten uit Hulst, die slechts twee fouten maakte. Omdat zij ten derden male de wisseltrofee won, mocht deze nu in Hulst blijven. Bauke Nauta uit Leeuwarden, twee jaar geleden bij de liefhebbers nog op het ereschavot, sloeg deze keer zevenmaal de spellingplank mis, evenals Trui Gonnissen uit Philippine, die opnieuw naast de zozeer gewenste overwinning greep. Zij spoelde haar verdriet weg met (te) veel wijn.

De titanenstrijd ging tussen – in alfabetisch-lexicografische volgorde – Edward Vanhove, Herman Killens, Joost Verheyen en Rein Leentfaar. Rein (uit Middelburg) en Edward (uit Maaseik) gaven elkaar niet veel toe: het brons was voor de Maaseikenaar (13 fouten), het zilver voor de man van Walcheren (12). Ook Herman Killens uit Opwijk maakte niet meer dan 13 fouten, maar hij verloor de shoot-out (een schattingsvraag) van Vanhove.

Verheyen had opnieuw zijn orthografisch minder bedeelde tegenstanders superieur vernederd

Inmiddels is het duidelijk: Joost, de Mozart van het dicteecircuit, had weer alle registers opengetrokken en triomfeerde met – mirabile dictu! – slechts zeven rood gemarkeerde woorden. De kampioen die met trots het epitheton ornans ‘Kannibaal van Paal’ draagt, had opnieuw op superieure wijze zijn orthografisch minder bedeelde tegenstanders vernederd. Terwijl zijn minzame, maar evident triomfantelijke glimlach geen seconde van zijn gezicht verdween, nam hij de wisseltrofee voor de derde maal in ontvangst, wat betekende dat de fraaie pentekening permanent in huize Verheyen in Beringen-Paal blijft. De goedlachse Westdorpse illustratrice Ilse Brosens gaat aan de slag om een nieuwe wisseltrofee te maken.

Voor de volledigheid de overige scores van de specialisten: Christiane Adams 20 fouten, Frank Denys 23 fouten en uw pennist moet, met 28 fouten, terug naar de a-b-bank. De achtste specialiste, die helaas onbekend bleef, heeft haar score niet bekendgemaakt en vertrok schielijk; ik troost mij dan ook met de gedachte dat ik de rode lantaarn heb kunnen ontlopen. Speramus meliora!

5 reacties

  1. Prachtig verslag, Bert, mijn complimenten! Over keskedi veroorloof ik me een kanttekening: dit trefwoord staat wel degelijk in de 15de editie van Van Dale. Die Surinaamse kapucijnaap blijkt in werkelijkheid de naam keskesi te dragen en staat na omspelling in de onlineversie in die nieuwe, correcte vorm.

    • Ter toelichting: de oVD geeft nog wel keskedi, maar erop klikken leidt tot niets. Om technische redenen blijven dat soort ‘afgevoerde’ woorden wel zichtbaar in de oVD.
      De juiste huidige spelling is, zoals Frank al zegt, keskesi:
      in SR aap, m.n. brui­ne of zwar­te ka­pu­cijn­aap.
      Prachtig verslag trouwens!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *