Eureka! Het dictee heruitgevonden!

Het wiel, dat wel ja. En het warm water. En heel misschien zelfs het zwarte garen. Maar voor zover mij bekend was het begrip ‘dictee’ in onze recente geschiedenis nog niet opnieuw uitgevonden. Tot vorig jaar in Mechelen tijdens een spetterende sessie ‘Het Groot Dictee Heruitgevonden’. En dat initiatief kreeg nu vorige vrijdag navolging in meer dan zestig Vlaamse bibliotheken. Met maar liefst tweeduizend deelnemers! Een megasucces in Dicteeland.

door Herman Killens

Tijdens het Conclaaf van Mortsel werden er enkele weken geleden geheime afspraken gemaakt: we gaan onze troepen verspreiden, zodat we allemáál een prijs kunnen veroveren. Met de plechtige belofte om mekaar niet voor de voeten te lopen namen we met een knipoog afscheid: ‘Omerta!’

Het ‘Groot Dictee Heruitgevonden’ dus. Echt catchy vind ik die benaming wel niet. Opwijk doet niet mee en bijgevolg wijk ik noodgedwongen uit naar het twaalf kilometer verder gelegen Meise. Eenhoog in de plaatselijke bib zitten dertien andere dicteeliefhebbers elk met pen, een flesje water en twee boekensteunen (echt, ik vind het niet uit) klaar voor het dictee. Tot mijn stomme verbazing zie ik op een stoel vlak voor mij … dicteecrack en arts Jan Deroover. Tuurlijk!! Die was er niet bij in Mortsel. Doemetoch, operatie mislukt. Jan heeft zich trouwens door een collega laten meetronen naar Meise, om dan daarna vast te stellen dat er in zijn thuisstad Vilvoorde ook gewoon zo’n editie plaatsvond. Ik denk dat Jan beter incognito kan terugkeren, of dat worden pek en veren in Vilvoorde. En hij vindt het trouwens achteraf beschouwd ook een gemiste kans om ter plaatse reclame te kunnen maken voor zijn onvolprezen Portaelsdictee.

Schot in de roos

Even terugspoelen naar Mechelen, 8 december 2017. Als reactie op het stopzetten van het Groot Dictee der Nederlandse Taal in Den Haag besloot de Mechelse bibliotheek om ‘deze vaste waarde terug op te pikken, zij het in een wat minder archaïsche en speelsere vorm’. Ludo Permentier, bekend van onder andere het Groene Boekje en sinds 2006 een van de vaste juryleden van dat tv-dictee, werd als regelmatige bibliotheekbezoeker in Mechelen bereid gevonden om mee de schouders onder het ‘heruitgevonden’ dictee te zetten. En het werd een schot in de roos. Veel volk, en ook de creatieve formule viel in de smaak. Ik citeer Brien Coppens, publieksmedewerker van de Mechelse bibliotheek (bron: De Standaard 7/12/2018): ‘Het laatste onderdeel is een Spelling-Bee (sic), waarbij de winnaars van het vorige onderdeel om beurt snel woorden moeten spellen, tot er iemand over een woord struikelt. Vorig jaar deden ook enkele ex-winnaars van het Groot Dictee der Nederlandse Taal mee, maar het was uiteindelijk een ‘gewone Mechelaar’ die won. Dat deed me stiekem wel plezier.’ (*)
En de maneblussers lieten het er niet bij. Ze namen het prijzenswaardige initiatief om hun idee te slijten bij andere bibs in Vlaanderen en Brussel. Zo nodigden ze op 20 april van dit jaar alle bibliotheekverantwoordelijken uit in Mechelen voor een collectieve spelsessie waarbij ze het uitgewerkte format en het draaiboek voorstelden. En meer dan zestig bibliotheken hapten uiteindelijk toe.

Overal in het land zijn BV’s opgetrommeld om het dictee te presenteren en voor te lezen. Guy Mortier hier, Sigrid Spruyt daar, Phara de Aguirre ginder. Welke lokale grootheid zou het in Meise zijn? Eddy Merckx heeft volgens mij niet zo’n goede dictie en weerman Frank Deboosere is al ingepikt door Mechelen. Het blijft voor mij een volkomen raadsel tot de twee podiumdames zich eindelijk voorstellen. Presentatrice Monika Macken blijkt de weduwe van de gevierde schrijver Ward Ruyslinck te zijn. Maar wat voorleesster Luce Lemmens op haar palmares heeft om zéér bekend en gekend te zijn in Meise gaat voor mij evenwel in het geroezemoes verloren. Maar Luce doet haar dicteersessie prima.

Poepsimpel

Vorig jaar was ik er niet bij in Mechelen en dus is het voor mij een allereerste kennismaking met de ‘speelse’ aanpak. De tekst van het dictee is geschreven door jong talent Ans De Bremme. Het werd in de media aangekondigd als een grappig verhaal, maar dat valt dan toch wel stevig tegen. Ik vind ‘Gesprek met een filosoof’ zelfs nogal saai en langdradig. De eerste zowat 160 woorden tellen als een gewoon klassiek dictee. Het stond in de pers: ‘Dit dictee zit niet volgepropt met de meest ongebruikelijke woorden die mijlenver afstaan van het dagelijkse taalgebruik’. Maar het is uiteindelijk zelfs een poepsimpele tekst geworden, met als enige mogelijke struikelblokken (nu ja) tig, johnlennonbrilletje, oosterse filosofie, tenminste (althans), ten slotte (tot slot), hups en seduisante.

Nu een woord vormen met die twintig letters. Hoera, ik heb mij grondig voorbereid!

Daarna volgt deel twee, een reeks meerkeuzevragen. De organisatoren projecteren van twintig woorden in de rest van de tekst twee of meer mogelijke schrijfwijzen met een letter ernaast. Het loopt al meteen mis. De getoonde slides verdwijnen telkens al na één seconde (ik hoor achteraf dat het vijf seconden moesten zijn). Gelukkig grijpt de jury in om het beeld elke keer even manueel terug te spoelen. Deze keer passeren woorden en woordgroepen de revue zoals moelleux, iets ad rems, schlemielig en televisiekijken. Ook weer doenbaar, die twintig letters zijn binnen.
Het vervolg laat zich raden: met de twintig veroverde letters een zo lang mogelijk woord proberen te vormen. Hoera, ik heb mij grondig voorbereid. Ik heb immers vooraf alle combinaties van 20 letters opgezocht met het grondwoord ‘bibliotheek’, het centrale thema. En uit het hoofd geleerd. Een beredeneerde gok. En tot mijn verbazing lukt het nog ook. Ik heb bijgevolg slechts vijf seconden van de voorziene tien minuten nodig om ‘bibliotheekbezoekers’ op mijn opgavenblad te noteren.

Taaie tante

De verzorgde drankpauze is ultrakort; zo snel is de jury klaar met het nakijken. Het gemiddeld aantal fouten ligt op vijf. Ha, ik ben niet de enige met nul fouten. Niet Jan – helaas toch één keer uit de bocht – maar de dame naast mij heeft de tekst foutloos neergepend. Een spellingbee moet uitkomst bieden. De gepensioneerde lerares Nederlands Jeanine Delmotte blijkt een bijzonder taaie tante: pas bij haar elfde woord gaat ze overstag. Maar jammer genoeg en tot haar afgrijzen met een dt-fout in het woord gehypet. En dan heb ik voor open doel maar paparazzi in te koppen om de gouden pen en een boekenbon te veroveren.

Het is een sterk deelnemersveld. Drie van de veertien spellingfanaten hebben het twintigletterwoord ontmaskerd. Maar de jury beslist terecht dat ik niet meer mag meedoen aan de eindfase, zodat de twee dames het onderling kunnen uitvechten in een spellingbee voor de zilveren pen + boekenbon (gewonnen door Ilse Baute). Maar ook de twee verliezers mogen binnenkort wat voor onder de kerstboom gaan uitzoeken in De Standaard Boekhandel.

Geen spek voor de bek van dicteenomaden, maar misschien wel van scrabbletijgers

We nemen afscheid met nog een drankje. Tijd voor wat reflectie. Was dit nu mijn ding? Neuh, niet echt. Het dictee zelf was veel te gemakkelijk, en wat deel twee betreft: ik ben geen crack in scrabbletoestanden (ik heb dat deze keer dus wel nog kunnen omzeilen door mijn ‘bibliotheek’-truc). Maar de andere deelnemers zijn razend enthousiast. En ik hoor en lees dezelfde reacties uit andere bibliotheken. En dan heeft Het Groot Dictee Heruitgevonden toch zijn doel bereikt, namelijk – om een populair N-VA-woord te gebruiken – een laagdrempelig dictee voor een breed publiek in een fris en spannend format aan te bieden. Geen spek voor de bek van dicteenomaden. Maar misschien dan weer wel van scrabbletijgers?

Tweeduizend deelnemers is niet niks. Dat gaat al stevig in de richting van de legendarische Davidsfondsdictees uit de vorige decennia. Er is trouwens nog een gelijkenis. Die Davidsfondsdictees zijn immers ook kleinschalig op 1 plaats (Ieper) begonnen om vervolgens eerst de provincie en dan heel Vlaanderen te veroveren. Maar die dictees waren wel honderdduizend keer moeilijker …

Revival

En er liggen nog grootse plannen klaar. Het blijkt immers vooreerst de bedoeling om nog meer bibliotheken bij het gebeuren te betrekken. En goed nieuws voor onze noorderburen: mogelijk ook in Nederland! Bovendien wordt bekeken of er volgende keer geen finaleronde kan georganiseerd worden waaraan alle lokale winnaars zouden kunnen meedoen. Jawel … bijna net als bij het Davidsfonds.

En zo heeft de stopzetting van het tv-dictee een revival teweeggebracht van het spelletje. Denk maar aan het Hautekietdictee in de Belgische Senaat of het eerste Groot Nederlands Radiodictee dat binnenkort plaatsvindt. O ja, in dezelfde context nog een interessant weetje. We brengen ons jaartotaal aan dicteewedstrijden in Vlaanderen in een klap van zeventien naar meer dan zeventig!

(*) Uiteindelijk blijkt dat niet helemaal accuraat. Rein Leentfaar veroverde immers met een nulfouter de gouden pen, terwijl iemand uit Mechelen de zilveren pen won met de vondst van het twintigletterwoord  ‘jeugdboekenschrijver’.

De winnaars

Hierna een overzicht van de winnaars, voor zover bekend. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt. Aanvullingen en correcties welkom.

  • Aalst: 20 deelnemers
  • Anderlecht: 15 deelnemers – Frank Denys (goud en zilver)
  • Beerse: Nina Degruyter (goud)
  • Berchem: 41 deelnemers – Trui Hendrickx (goud)
  • Bertem – Tervuren – Huldenberg: 23 deelnemers – Ingrid Vansteenwegen (goud) – Lieve Brackx (zilver)
  • Beveren-Waas: 15 deelnemers – Jan Smet (goud) – Patricia Vanspeybroeck (zilver)
  • Bierbeek: Lieve Elaerts (goud) – Kris De Ridder (zilver)
  • Brugge: 58 deelnemers – Florian Goetgebeur (goud en zilver)
  • Duffel: Tinne Lambrechts (goud)
  • Erpe-Mere: 20 deelnemers – Raf Coppens (goud) – Hanneke Brummelkamp (zilver)
  • Evere: Alessandra Bilani (goud)
  • Hamme: 14 deelnemers – Justine Baert (goud) – Kim D’hondt (zilver)
  • Hasselt: 18 deelnemers – Edward Vanhove (goud) – Anneke Salden (zilver) – ook Toon Vandenheede nam deel
  • Heist-op-den-Berg: 23 deelnemers – Nancy Van Herck (goud) – Marlies Vervloet (zilver)
  • Hoeilaart: 19 deelnemers – Greta Peirs (goud) – Mia Daemen (zilver)
  • Kluisbergen: Hilde Callens (goud) – Magda Cambron (zilver)
  • Kortrijk: 33 deelnemers – Hugo Van Malder (goud en zilver) – ook Jacques Verhaeghe nam deel
  • Leuven: 50 deelnemers – Christiane Adams (goud)
  • Lier: 32 deelnemers – Veronique Van Peer (goud) – Matthias Vangenechten (zilver)
  • Lommel: 24 deelnemers – Guy Mangelschots (goud) – Marie-Thérèse Jansen (zilver)
  • Maaseik: afgelast wegens te weinig deelnemers
  • Mechelen: 60 deelnemers – Kris Van Ransbeeck (goud) – Annelies Roosen (zilver) – ook Rein Leentfaar en Jozef Lamberts namen deel
  • Meise: 14 deelnemers – Herman Killens (goud ) – Ilse Baute (zilver) – ook Jan Deroover nam deel
  • Mol: 14 deelnemers – Wim Geys (goud) – Gerrie Coomans (zilver)
  • Neteland: Carlien Vermeiren (goud) – Alex Vercammen (zilver)
  • Nijlen: 19 deelnemers – Valerie Druart (goud)
  • Oosterzele – Scheldewindeke: Lut Slembrouck (goud) – Leen De Bock (zilver)
  • Oudenaarde: afgelast wegens te weinig deelnemers
  • Oud-Turnhout: Jurgen Sack (goud)
  • Putte – Bonheiden: 26 deelnemers – Walter Hendrickx (goud en zilver)
  • Sint-Gillis-Waas: 25 deelnemers – Evelien Van de Ven (goud) – Kenneth Colleman (zilver)
  • Sint-Niklaas: 10 deelnemers – Deborah Meese (goud) – Manja Vandenhoven (zilver)
  • Steenokkerzeel: 40 deelnemers – Petra Haesevoets (goud) – Danny Heyvaert (zilver)
  • Vilvoorde: Laura Buelinckx (goud)
  • Wemmel: Alexander Thierens (goud) – Lieve Verbeeck (finaliste – zilver?)
  • Wijnegem: 20 deelnemers – Mathieu Vincken (goud) – Elien Dierckx (zilver)
  • Wortegem-Petegem: 16 deelnemers – Sofie Dhondt (goud) – Marie-Rose Lefebre (zilver)
  • Zele: Felix Heyman (goud)
  • Zottegem: 10 deelnemers – Veerle Bogaert (goud) – Jeroen Torrekens (zilver) – Elsie en Leen Ribbens zaten in de jury
  • Zulte:12 deelnemers – onder meer Frans Van Besien nam deel

Groot Dictee keert terug zonder beeld

In zijn wekelijkse taalprogramma op Radio 1, De Taalstaat, presenteert Frits Spits op zaterdag 15 december een beeldloze opvolger van het roemruchte Groot Dictee der Nederlandse Taal.

spits

Frits Spits, presentator van De Taalstaat

door Jeroen van Heemskerck Düker

“De spelling moeten we niet belangrijker maken dan hij is”, meldt radiopresentator Frits Spits op de website van omroep NPO. Afgezien van de geslachtsverwisseling (spelling is immers vrouwelijk) is dat een opmerkelijke uitspraak. Want in zijn wekelijkse taalprogramma op Radio 1, De Taalstaat, presenteert Spits op zaterdagochtend 15 december een beeldloze opvolger van het roemruchte Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Taalvirtuoos en BN’er Wim Daniëls schrijft de tekst van het dictee, dat traditiegetrouw voorgelezen zal worden door Philip Freriks. De auteur meldde al omineus dat “het dictee meer moet zijn dan een verzameling moeilijke woorden”, zonder aan te geven welke woorden dan precies moeilijk zijn. In de bibliotheek van Haarlem nemen twintig mede-BN’ers het op tegen evenzoveel luisteraars van De Taalstaat. Het evenement is georganiseerd door NPO in samenwerking met Onze Taal en het productiehuis Men at Work. Dat laatste bedrijf verzorgde ook jarenlang de tv-editie van het Groot Dictee.

Vlaanderen doet het zelf wel

Vorig jaar stopte omroep NTR plotseling – tot verdriet van velen – met het Groot Dictee op tv, na 26 succesvolle edities. Volgens de omroep waren de kijkcijfers te laag en was het programma ‘niet meer van deze tijd’. Anders dan de komende radioversie was het tv-dictee een coproductie van Nederlandse en Belgische media. Helaas is die samenwerking niet langer zichtbaar. Evenmin is duidelijk hoe de selectie van de ‘gewone’ kandidaten is verlopen. De omroep verstrekte daarover geen gegevens.

Wim Daniëls

Wim Daniëls

Eerder dit jaar organiseerde Jan Hautekiet, nestor van de Vlaamse radio, al een vervanger voor het ter ziele gegane Groot Dictee. Op 6 april zegevierden daar Elsie Ribbens en Robert Joosen na een zware strijd in de Senaat, de Vlaamse pendant van de Eerste Kamer. Als Wim Daniëls voor de Nederlandse radioversie een tekst van vergelijkbare kwaliteit schrijft, moeten de veertig deelnemers zich terdege voorbereiden. In het nieuwe Groot Dictee zullen we de zweetdruppels niet kunnen zien, ook al omschreef Frits Spits de spelling als “het kostuum van de taal”, en voegde hij eraan toe dat het prettig is “als het er netjes uitziet”.

Liefhebbers kunnen meeschrijven op zaterdag 15 december vanaf 11 uur door af te stemmen op Radio 1. Kinderen de deur uit, boodschappen uitstellen, gezellig met z’n allen rond het radiotoestel!

Jan Hautekiet zet dicteetraditie voort

Op een steenworp afstand van het Vlaams Parlement – de plek waar van 1994 tot 2008 geschiedenis werd geschreven met de finale van het Davidsfondsdictee – werd op vrijdag 6 april, cum prima luce, het Hautekiet Dictee der Nederlandse Taal gehouden.

Brussel 2018

De indrukwekkende parlementszaal in Brussel.

door Bert Jansen

Op een steenworp afstand (een boogscheut dus) van het Vlaams Parlement – de plek waar van 1994 tot 2008 geschiedenis werd geschreven met de finale van het Davidsfondsdictee – werd op vrijdag 6 april, cum prima luce, het Hautekiet Dictee der Nederlandse Taal gehouden.

De gelauwerde Vlaamse journalist en radiomaker Jan Hautekiet had, uit frustratie over de teloorgang van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, het plan opgevat het Hautekiet Dictee te organiseren, net als het GDdNT in een prestigieuze omgeving, te weten de Senaat, de Belgische pendant van de Eerste Kamer in Nederland. De in ons land – ten onrechte! – nog niet algemeen bekende auteur, columnist en performer Christophe Vekeman was aangezocht om het dictee te schrijven.

Trein als thema
Het dictee begon stipt om 08.30 uur, omdat het ook op radio I werd uitgezonden. Onder het toeziend oog van Leopold I en zijn tweede gemalin Louise-Marie d’Orléans droeg Christophe zijn dictee voor. Vóór hem onderwierpen 75 uitverkorenen zich vrijwillig – en sommigen van hen met masochistisch genoegen – aan zijn dictaat – en, niet te vergeten, aan de knoet van het Groene Boekje. Dat het illustere duo niet iedereen inspireerde tot het schrijven van een orthografisch impeccabele tekst zou later blijken.

De titel, ‘In de trein’, riep direct reminiscenties op aan het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal 1991, dat de titel ‘Reizen per spoor’ droeg. Werd in dat dictee de loftrompet gestoken over het reizen per spoor en stonden daarin de passagiers centraal die hun nieuwsgierigheid naar het leesvoer van hun medereizigers niet konden bedwingen, in Vekemans dictee was de boodschap au fond een pessimistische: waar vroeger degout van spelling nog het dubieuze voorrecht was van methamfetamineamateurs en lieden die nooit Houtekiet hadden gelezen, is vandaag de dag een dergelijke luiemensenattitude volgens de gevierde schrijver gemeengoed geworden.

Brussel 2018

In de voorste parlementsbankjes: Raf Coppens en Frank Denys.

Blobvissen in pyjama
Deze ietwat pessimistische opvatting gold niet de 75 bezoekers, een gezelschap even zeldzaam als een blobvis in pyjama. In de ogen van de auteur althans. In het publiek ontwaarde ik een zestal Vlaamse dicteetijgers, scilicet Frans Van Besien, Raf Coppens, Frank Denys, Robert Joosen, Herman Killens en Elsie Ribbens, oud-winnares van het Groot Dictee der Nederlandse Taal 2005 – in alfabetisch-lexicografische volgorde, zodat mij geen voorkeur kan worden verweten. Ook drie noorderlingen waren naar Brussel afgereisd: naast uw djoeroetoelis waren dat Dian van Gelder uit Zoetermeer en Rein Leentfaar uit Middelburg.
Christophe Vekemans ontmoette tijdens zijn reis met de trans-Siberische spoorlijn vreemdsoortige types, zoals een rijzige jap in salopette, die vaandrig-ter-zee was. Deze excentriekeling had weinig op met de liefde voor het woord, maar in plaats van hem daarover ernstig de les te lezen, hield hij zich – uit vrees voor gesteggel – pusillaniem op de vlakte. Sterker nog: hij manoeuvreerde zich in boeddhahouding en droomde beaat weg op de wieken van zijn memorie. Ik had waarachtig wel een wat steviger verdediging van de Nederlandse taal verwacht van onze Belgische cultuurdrager.

Compassie
Vekeman las zijn dictee rustig en helder articulerend voor. Bijwijlen ietwat té helder, zodat er voor dicteeschrijvers met gespitste oren geen spellingproblemen meer zaten in woordgroepen als heden ten dage, ten langen leste en te allen tijde. Hij deed het ‘uit compassie met de zwoegende schrijvers’, zoals hij mij na afloop toevertrouwde. Er bleven nochtans genoeg valkuilen over om een substantiële foutscore op te leveren.

De tekst gaf weinig aanleiding tot gesteggel, of het moet ‘Houtekiet’ zijn geweest, in de zin waar het ging over ‘lieden die nooit Houtekiet hebben gelezen’, Walschaps bekendste roman, die de lotsbestemming van de zwerver Houtekiet als thema heeft. Alleen Robert Joosen wist knap aan deze zorgvuldig door Vekeman opgezette val te ontsnappen. Het is echter de vraag of in de context van het dictee de spelling Houtekiet afdwingbaar is. Zijn bijna-naamgenoot Hautekiet heeft immers ook het een en ander gepubliceerd.

Brussel 2018

De winnaars (voorste rij): Bert Jansen, Elsie Ribbens en Robert Joosen

Rode pennen
In Brussel koos men voor de meest efficiënte nakijkmethode: er werden rode pennen uitgedeeld en de blaadjes werden één plaats naar links doorgeschoven. De jury, onder de bezielende leiding van Ruud Hendrickx, de taaladviseur van de VRT, haalde de beste dictees nog eens door de orthografische stofkam.

Voor de drie besten was er een driedelige Van Dale. De derde plaats was voor uw verslaggever, die zijn dictee terugkreeg met drie rode strepen. Er was geen tweede plaats; zowel Robert Joosen als Elsie Ribbens had twee fouten. Zij deelden de eerste plaats en mochten ook nog eens een keuze maken uit een flinke stapel boeken. Voor de reizende Zeeuw was er deze keer geen podiumplaats. Wellicht dat het vroege uur hem parten gespeeld heeft. Gemiddeld werden er ruim 20 fouten gemaakt.

Hoopgevend
Summa summarum lijkt mij dat alle deelnemers en organisatoren kunnen terugkijken op een mooie en goed georganiseerde dicteewedstrijd. Hopelijk waren de luistercijfers ook hoopgevend en blijft het Hautekiet Dictee niet bij een eenmalige gebeurtenis. Wat mij betreft wordt Christophe dan opnieuw gevraagd het dictee te schrijven; hij is er de aangewezen persoon voor: er vloeien mooie zinnen uit zijn pen en hij weet, als oud-winnaar  van het GDdNT 2002, welke voetangels en klemmen er in een dictee gezet moeten worden.

In het Warandepark genoot ik van de eerste rokjesdag van het jaar. Domweg gelukkig in Brussel ….

 

Het Groot Dictee verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje

Direct na het abrupte einde van het Groot Dictee publiceerde dr. Steven Delarue een lezenswaardig artikel op de website van het Vlaamse tijdschrift Knack. Het stuk verscheen ook op Stevens eigen blog. De redactie van Dictees.nl brengt het graag nogmaals onder de aandacht. Lees dit stuk!

GDdNT 2016

Presentator Philip Freriks, met achter hem juryvoorzitster Annemarie Jorritsma.

door Steven Delarue

Deze opinie verscheen eerder op Knack.be en op het blog van de auteur.

Het Groot Dictee stopt ermee, zo wisten de Nederlandse en Vlaamse krantensites op 24 mei te vertellen. Na 27 edities trekt de Nederlandse omroep NTR er definitief de stekker uit, want “de kijkcijfers zijn te laag”, het programma is “over zijn hoogtepunt heen”, en de hele opzet is nogal “archaïsch”. Dat het er ooit van zou komen, dat stond vast, maar dat het een afscheid in mineur zou worden, is bijzonder spijtig te noemen. Het instituut dat het Groot Dictee der Nederlandse Taal door de jaren heen is geworden, verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje.

Laat ik maar meteen met een bekentenis beginnen: ik ben sinds jaar en dag een dicteeliefhebber. Een van m’n eerste lagereschoolherinneringen dateert van 1995, toen ik op 7-jarige leeftijd mijn lerares in het tweede leerjaar terechtwees omdat ze pyama op het bord had geschreven – terwijl dat sinds de net doorgevoerde spellinghervorming toch wel écht pyjama moest zijn. Het was m’n ouders een raadsel vanwaar die plotse fascinatie voor spelling precies kwam, en ze is nooit verdwenen. Ik deed jaarlijks mee aan het ook al ter ziele gegane Groot Nederlands Dictee van het Davidsfonds, eerst in de jeugdcategorieën, later bij de volwassenen. Toen ik in Gent taal- en letterkunde ging studeren, organiseerde ik jarenlang een eigen Groot Dictee bij de studentenkring. En voor het Groot Dictee maakte ik steevast plaats vrij in m’n agenda – de laatste jaren ging ik zelfs met andere dicteeliefhebbers meeschrijven in de bibliotheek van Merelbeke. Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger.

‘Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger’

Hoewel het bovenstaande niemand uit m’n onmiddellijke omgeving zal verbazen, heeft het de voorbije jaren wel vaak voor ongemakkelijke gesprekken gezorgd met collega-taalkundigen en –sociolinguïsten. Het is immers een lastige spreidstand: als sociolinguïst pleiten voor een open blik op taal, vanuit de gelijkwaardigheid van verschillende talen en taalvariëteiten, maar tegelijk op een donkere zaterdagavond in december driftig meeschrijven met een dictee waar je oren van gaan tuiten, om daarna triomfantelijk op Facebook te posten dat je er maar drie fout had. Dat het Groot Dictee nu op de schop gaat, levert op m’n Twittertijdlijn dan ook vooral vrolijke of ongevoelige reacties op, en die kan ik ergens wel begrijpen. Het klopt inderdaad dat het Groot Dictee er mee verantwoordelijk is dat veel mensen nog steeds denken dat taal gelijk is aan spelling, terwijl er zoveel meer is dan spelling alleen. Bovendien was het Groot Dictee volgens sommigen ook niet meteen bijzonder goede reclame voor die Nederlandse spelling: in het rapport ‘Ze kunnen niet meer spellen’, dat de Taalunie in 2011 uitbracht, heet het zelfs dat zo’n dictee vooral “een demonstratie van de onbeheersbaarheid van de spellingregels” is. Daarom werden er in het verleden al vaker alternatieven naar voren geschoven, ook door taalkundigen. Sterre Leufkens en Marten van der Meulen, die samen taalblogs schrijven onder de naam Milfje Meulskens, pleitten enkele jaren terug bijvoorbeeld al voor een ‘Grote Taalquiz’, waarin het brede veld van wat taal is en kan aan bod komt – in plaats van een Groot Dictee waarin alleen dat smalle spellingperceeltje vrij baan krijgt.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

En toch. Toch schrijf ik hier een stuk waarin ik het bestaansrecht van zo’n Groot Dictee wil verdedigen. Niet omdat ik ontken dat taal meer is dan spelling, want ik ben een van de grootste pleitbezorgers voor ruime aandacht voor taal in de breedste zin van het woord, maar net omdat taal ook spelling is. In dat opzicht is het dan ook pure onzin dat Willemijn Francissen, de “integraal eindredacteur kennis” (laat de functienaam even bezinken) van de NTR, als argument opwerpt dat er nu al zoveel gebeurt rond taal dat het Dictee wel geschrapt kan worden. Niet alleen geeft dat de – zeer onterechte – indruk dat er vroeger dan blijkbaar niéts rond taal gebeurde, het versterkt ook de idee dat het Groot Dictee op zich voor een tv-omroep wel kan volstaan om de taalflank volledig af te dekken.

‘Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna’

Voor alle duidelijkheid: dat is niet zo. Er kan niet genoeg aandacht besteed worden aan taal op radio en tv (en al helemaal niet op de openbare omroep), en dat moet net op allerlei verschillende manieren en in allerlei verschillende formats. Van poëzieslams tot literatuurprijzen, van Lingo tot Tien voor Taal, van ‘de Grote Taalquiz’ (laat die er maar komen!) tot… het Groot Dictee. Ja, het is inderdaad wat archaïsch, en net daarom verdient het nog steeds zijn plaats op de televisie. Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna. Het is een voorbeeld van interactieve televisie, nog voor het bestaan van rode knoppen en Twitterwalls: een oproep om zélf mee te doen, en niet louter toeschouwer te zijn. Het is ook een vorm van onthaasting, een vroege voorloper van de nu nochtans zo hippe slow tv. Als Ruben Van Gucht uren aan een stuk door het Vlaamse landschap fietst voor zijn hoogstpersoonlijke Ronde van Vlaanderen, omgeven door camera’s, dan oogst hij daar lof voor, maar diezelfde eigenschap – traagheid – wordt het Groot Dictee nu wél aangewreven.

Ook het andere argument dat door de NTR wordt aangehaald, namelijk de immer dalende kijkcijfers, mag niet puur door een gebrek aan interesse worden verklaard. Dat het Groot Dictee recent van woensdagavond naar zaterdagavond werd verplaatst, en ook nog eens een later uitzenduur kreeg op een minder bekeken zender, is een voorbeeld van een verstikkingsoperatie die in het verleden al tal van steengoede televisieprogramma’s klein heeft gekregen – van De Canvascrack in Vlaanderen tot Sesamstraat in Nederland. Wie met een dictee op zaterdagavond 368.000 Nederlandse kijkers kan lokken, doet het volgens mij verre van slecht.

‘Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan’

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan. De piste werd blijkbaar wel verkend – met stemkastjes en een stand-upcomedian, de gruwel! – maar is afgevoerd. Groot gelijk: je organiseert zo’n Groot Dictee zoals het hoort, of je doet het niet. Alleen valt de keuze om het dan maar niet meer te doen nu op een zodanig knullige manier dat het pijnlijk is voor iedereen die er in de 26-jarige geschiedenis van het Dictee aan heeft meegewerkt, en voor alle dicteeliefhebbers die het evenement een warm hart toedroegen. Of nee, schrap ‘dicteeliefhebbers’, en maak er ‘spellingaficionado’s’ van – een prachtig dicteewoord dat we nu helaas nooit uit Philip Freriks’ mond zullen horen.

Neerlandicus dr. Steven Delarue (1988) is werkzaam aan het Onderwijscentrum Gent. Hij is liefhebber van het Eurovisiesongfestival, dictees en Chimay blauw. Hij heeft een eigen blog.

Te moeilijk, te archaïsch? Quatsch

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Wat waren de argumenten daarvoor? En wat zijn die waard?

Przewalskipaardjes

Przewalskipaardjes

door Jeroen van Heemskerck Düker

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Exit Philip Freriks, przewalskipaardjes en tseetseevliegen. Zij moeten plaats maken voor de jeugd.

Het jaarlijkse wedstrijdje in de bankjes van de Eerste Kamer is in de ogen van de makers hopeloos ouderwets: ‘’Er gebeurt veel met taal, bij jongeren, op sociale media. Dat zag je niet terug op tv, het dictee was archaïsch. De kijkcijfers zijn de laatste twee jaar hard gedaald: van 722 naar 368 duizend’. Aldus Willemijn Francissen, eindredactrice van NTR (Volkskrant, 24-05-2017) .

Sommigen vielen haar bij. Het dictee was veel te moeilijk. ‘Alleen de geoefendste spelers van het spel konden meekomen. De rest haakte moedeloos af […]’, vonden twee oud-deelnemers, die geen podiumplaats wisten te veroveren (NRC, 25-05-2017). In veel commentaren kwam het befaamde adjectief ‘elitair’ voor. Daarmee meent menig reaguurder een onwelgevallig evenement afdoende te depreciëren. Maar hoe valide zijn de argumenten van zowel de makers als de kijkers?

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteerwinnaar Randy van Halen (2014)

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteewinnaar Randy van Halen (2014)

Van woensdag naar zaterdag
Om de kijkcijfers kun je niet heen. Heel Hilversum loert dagelijks bij het ontbijt naar de getallen die de SKO opdient. En ja hoor, de cijfers van het Groot Dictee zijn gehalveerd nadat het programma op instigatie van een frisse jongeling verhuisde naar het tweede net. Terwijl de openingsmelodie van C.P.E. Bach op NPO 1 zo’n driekwart miljoen nieuwsgierigen naar het beeldscherm lokte, zakte nu de belangstelling plots in. Dat was niet alleen het gevolg van de verhuizing: de uitzenddag verschoof van woensdag naar zaterdag en Freriks begon pas tegen tien uur met dicteren. Desondanks wist hij nog bijna 400 duizend liefhebbers te trekken, waar de meeste programma’s op die zender het moeten doen met de helft – of veel minder.

Ter illustratie: gemiddeld boekt NPO 2 op zaterdag een resultaat van 80 duizend kijkers. Op dezelfde dag vinden zo’n 360 duizend mensen al 23 jaar lang de weg naar Eigen Huis en Tuin op het concurrerende net RTL 4 (dagrapporten SKO, kijkonderzoek.nl). Hoezo tegenvallende kijkcijfers? Zelfs malle experimenten met een patriottische tweekamp tussen Belgische en Nederlandse deelnemers wisten de liefhebber niet voor de televisie weg te halen. Als Francissen vindt dat zij geen ‘gemeenschapsgeld over de balk’ mag gooien (NRC 24-05-2017), mag zij allereerst alle kunstprogramma’s en documentaires – vrijwel alle veel slechter bezocht dan het dictee – uit de programmering weggummen.

Doodzonde
Kortom, de verminderde kijkcijfers tonen weliswaar aan dat de netmanagers van de NPO aan een opfriscursus toe zijn, maar niet dat het Groot Dictee aan populariteit heeft ingeboet. Om die kritiek voor te zijn, voegde Francissen eraan toe dat jongeren weinig belangstelling tonen voor de spellingwedstrijd. ‘Archaïsch’ noemde zij het – en dat is een doodzonde in tv-land, dat een verloren strijd voert tegen de nieuwe media. Zij sloeg de spijker op de kop. Het dictee was een kwarteeuw geleden al een anachronisme. Philip Freriks lanceerde de wedstrijd naar Frans model op de nationale tv met de nodige ironie, als een hardvochtig examen in een intimiderende omgeving waarin alleen de excellente deelnemers enige kans maakten op ‘eeuwige roem’. Educatie van het volk was allerminst de opzet. In de bankjes van de Eerste Kamer mochten de matadoren van de orthografie strijden om het kampioenschap. Niets meer, niets minder.

Sophie van den Enk

Zoals altijd waren de BN’ers en BV’s veel belangrijker dan de gewone deelnemers. Dit is mevrouw Sophie van den Enk in 2014.

Masochistische BN’ers
Om het voor de minder begaafde spellers aantrekkelijk te maken, nodigde men een cohort masochistische BN’ers en BV’en uit. Daarmee voldeed ook de publieke omroep aan de eis van amusement: Sjef en Ingrid konden zich verkneukelen om die hautaine acteur en het rondborstige soapsterretje, die nóg minder begrepen van al die moeilijke woorden dan zij. Lachen! Uiteindelijk won natuurlijk een man die dagelijks met de neus in de boeken zat – meestal van belegen leeftijd, op één onrustbarende uitzondering na – en kon iedereen opgelucht ademhalen. Zie je wel, dit niveau is niet voor gewone stervelingen weggelegd.

Elitair brouwsel
Zo hoort het ook, zou ik denken. Daarom blijf ik mij verbazen om de reactie die in tal van commentaren op het verscheiden van het Groot Dictee de boventoon voert. Het was ‘het openluchtmuseum van de taal’, een ‘elitair brouwsel’. Veel te veel moeilijke woorden, met als perfide gevolg dat de gewone taalgebruiker het aflegt tegen de lexiconfetisjisten en andere zonderlingen die de leidraad in het Groene Boekje meer dan eens hebben gelezen. Het is de borrelpraat die na een van de vele plaatselijke dictees steevast te horen is. ‘Ik ben best heel goed in taal’, meldt menig deelnemer na afloop, ‘maar hoe kan ik nou weten hoe je kladderadatsch schrijft? Belachelijk om dat te vragen in een dictee.’

Het aardige is dat de generaties elkaar om de oren slaan met hetzelfde argument. Vijftigjarigen lopen rood aan tijdens een dictee over powergrrls met te veel doekoe, scholieren trekkebekken bij teksten over minuscule kasuarissen. Beide groepen weten zeker dat niemand die woorden ooit gebruikt, laat staan kan spellen. Maar de gymnasiaste die vorig jaar in het Goois Dictee een donquichot noteerde als een donkey shot, heeft toch wat geleerd. De rijkdom van onze taal is fenomenaal, en dicteemakers maken daar dankbaar gebruik van.

GDdNT 2016

Roberto la Rocca, de laatste winnaar van het Groot Dictee (2016).

Campionissimo
Daags na de brute executie van het Groot Dictee won Tom Dumoulin na een zenuwslopende tijdrit de Giro d’Italia. Alle Nederlandse fietsers – huisvrouwen met drie kinderen voorop en achterop, mountainbikers, vakantiefietsers – stonden te juichen voor de buis. De allerbeste fietser won. Hoe komt het toch dat de druiven na een dictee veelal zo zuur zijn? Wedstrijdjes waarin de beste wint, na duchtige controle door een vakjury, zijn kijkcijfermagneten: Heel Holland bakt, Idols, noem maar op. Nederlanders en Belgen smullen ervan, tenzij het gaat om orthografisch begaafde types.

Misschien vervangen de wanhopige netmanagers van de publieke omroep het dictee door een lollige spelshow waarin het pleit beslecht wordt door degene die het woord cultuur correct weet op te schrijven. Op dat moment hebben de liefhebbers allang afgehaakt. Die vermeien zich liever met de zestig jaarlijkse dicteewedstrijden die gelukkig nog altijd overal in Nederland te bezoeken zijn.

Hans Bennis schrijft Groot Dictee 2017

door Rien Wisse, redacteur van De Spelt

Hans Bennis schrijft dit jaar het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Deze nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie windt er geen doekjes om: “Ik vind het een enorme eer, want ik heb spelling altijd al oninteressant gevonden. ”

Hans Bennis

Prof. dr. Hans Bennis in 2009. Foto: Carla Ruigendijk.

Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt, je broodnodige dicteenieuws

Hans Bennis schrijft dit jaar het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Deze nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie (per 1 februari) windt er geen doekjes om: “Ik vind het een enorme eer, want ik heb spelling altijd al oninteressant gevonden. Van mij mogen ze de officiële spelling wel afschaffen. Ik begrijp ook niet dat intelligente mensen meedoen aan een dictee, laat staan dat ze er trots op zijn als ze weinig fouten maken. Maar misschien komt dat doordat ik zelf veel spelfouten maak en niet zo intelligent ben.”

Godsammekrakepitte
Het nieuws is bij dicteefanaten ingeslagen als een bom. Een potentiële GDNT-winnaar bij wie de stoom uit de oren komt: “Gouwe-dozen-met-blikken-randen. Iedere janlul kan dat dictee van Bennis foutloos schrijven. Of mag Jan Lul van hem soms ook? Ja, dat zal Bennis een worst wezen. Zo is er godsammekrakepitte geen lol meer aan. En die ideeëloze pannenkoek doet natuurlijk niet aan de tussen-n-regel. Nee joh, hij heeft zeker ook geen ruggengraat. Haha.”

Toch is er nog hoop, want Bennis heeft in het januarinummer van Onze Taal al laten optekenen: “Zolang ik erover mag beslissen, komt er geen spellingwijziging.” Dat u het maar weet.