Welke versie ook al weer?

Beroepsspeller Rein Leentfaar neemt de spelregels onder de loep, die dicteejury’s op enigszins willekeurige manier lijken te hanteren. Gaat het Groene Boekje voor of is dat gelijkwaardig aan de dikke Van Dale? En over welke versies hebben we het dan?

Het Groene Boekje in brons, de trofee van het Almeers Dictee 2013.

Leentfaar

Rein Leentfaar in Deventer, 2013

Beroepsspeller Rein Leentfaar neemt de spelregels onder de loep, die dicteejury’s op enigszins willekeurige manier lijken te hanteren. Gaat het Groene Boekje voor of is dat gelijkwaardig aan de dikke Van Dale? En over welke versies hebben we het dan? Uiteindelijk moet hij constateren dat het beter is de digitale versies van beide woordenlijsten tot norm te verheffen.

Door Rein Leentfaar

Zelfs over spelregels is bij ‘echte’ dicteewedstijden veel te doen. En dan bedoel ik niet hoofdletters versus kleine letters, accents aigus, accents graves, accents circonflexes (of circonflexejes, zo u wilt), trema’s, umlauten, cedilles, tildes, hačeks en wat dies meer zij. Terzijde: de leestekens punt, puntkomma, dubbelepunt, aanhalingstekens et cetera worden meestal wel voorgelezen. Een regel die vaak vergeten wordt, is dat je aan het eind van een regel niet mag afbreken: dan omzeil je met ‘qui-‘ op de ene en ‘vive’ op de volgende regel mogelijk dat je misschien niet weet of de juiste schrijfwijze qui-vive of quivive is.  

Getallen in letters of cijfers?
Bij een goed reglement (‘alles in letters tenzij anders vermeld …’) geeft deze vraag geen problemen. Maar als dat ontbreekt, berg je dan maar. Moet je 1738 schrijven of zeventienachtendertig of zeventienhonderdachtendertig (van die laatste twee uiteraard alleen de vorm die is voorgelezen)? Rekent de jury alleen nummer 1-hit goed, of ook nummereenhit (lijkt me echt ook goed)? En is het formule 1-race of mag ook formule-eenrace (lijkt redelijk dubieus) Dat je CO2 schrijft en mp3-speler, daar zal geen verschil van mening over zijn, maar is het 40-jarige of veertigjarige? Zegt u het maar.

Een tip voor dicteemakers: Edward Vanhove stelde modelspelregels op, die op deze site te vinden zijn – ook in pdf-formaat.

Erkende bronnen
Meestal wordt bij opstellen en correctie van een dictee als norm aangehouden de schrijfwijzen van het Groene Boekje (2005, eerste oplage) en de Grote of Dikke Van Dale (2005, veertiende uitgave, eerste oplage). Tot zover weinig problemen. Echter: beide bronnen zijn ook niet feilloos, al wordt het referentiekader (de Leidraad in het Groene Boekje) steeds uitgebreider, verfijnder en beter. Bij de spelregels moet je goed opletten of GB en VD gelijkwaardig zijn of dat (zoals voorkomt) het Groene Boekje vóór Van Dale gaat. Een voorbeeld dat GB en VD (in de genoemde versies!) verschillend spellen, was abracadabra, waar VD nog extra geeft abacadabra. Eigenlijk is dat niet zo’n goed voorbeeld, want er kan maar een van de twee schrijfwijzen juist zijn, omdat ze een verschillende uitspraak hebben. Een goed voorbeeld is wel addenoi (GB) en addenoj (VD). Zijn de beide bronnen gelijkwaardig, dan zijn beide vormen goed. Gaat GB voor, dan geldt alleen addenoi.

Voortschrijdend inzicht
Vraagt dat werken op de aangeduide manier al een bijna-bovenmenselijke inspanning van alle dicteeauteurs en -deelnemers, de praktijk van de gewonemensenwereld is nog veel weerbarstiger. Zo besluit GB (de Woordenlijst der Nederlandse Taal wordt regelmatig geüpdatet en is te raadplegen via www.woordenlijst.org) om recent niet meer status-quo te schrijven, maar status quo. Beide bronnen besluiten dat we voortaan niet meer lippizaner schrijven, maar lipizzaner. Van Dale past enkele malen per jaar het onlinewoordenboek aan. Het is mogelijk om een abonnement te nemen op de online-VD, maar dat kost wel een paar centen.

Verwarring alom
Wie in 2005 de nieuwe papieren VD kocht, kon daarbij een cd-rom aanschaffen met het woordenboek op schijf (de eVD, de elektronische Van Dale). Heel handig, dan kon je gewoon binnen de 4500 pagina’s opzoeken waar *weil* voorkwam (* is de wildcard ofwel het jokerteken, dat staat voor een willekeurig aantal letters of tekens, ook nul), en nog veel meer, te veel om op te noemen. Maar de eVD kwam al bij verschijning niet meer met de papieren versie overeen. De drukker moet vroegtijdig aan de slag, maar een cd kun je bij wijze van spreken in één dag gereed hebben, als de bronbestanden aanwezig zijn. Daarna is de zaak alleen maar verergerd: zo gaf VD de zogenaamde Jaarboeken uit, Jaarboek 2009 bevatte alle nieuwe woorden die VD in 2008 in zijn bestanden had toegevoegd. Echter: met het integreren van die Jaarboeken met de eVD bleken ook ‘fouten’ in VD te zijn gecorrigeerd, waar je geen weet van had en waar je toevallig tegenaan liep. Zo stond in het (papieren) lemma bij aanrollen ooit naderbrengen: dat is nu nader brengen. Maar goed dat de meeste spelregels zich beperken tot VD 2005 (papier, 1e oplage) en GB (2005, papier, 1e oplage)!

De toekomst
In 2015 komen er bijgewerkte uitgaven van VD en GB. Wie de afgelopen jaren alle wijzigingen in GB heeft bijgehouden (zie genoemde website) en ook bij VD via de Jaarboeken en de huidige online-VD) alle nieuwe woorden en wijzigingen heeft bijgehouden, heeft dus een enorme voorsprong op de ‘conservatieven’, die al die tijd gezworen hebben bij de versie van 2005. Die hebben dan letterlijk al die jaren in te halen…

Vanwege al die verwarring pleit ik er met enige schroom voor om vanaf 2015 het elektronische Groene Boekje (eGB) en de online-Van Dale tot norm te verheffen. Het voordeel is dat alles verifieerbaar is (dat is nu ook zo, maar zelfs jury’s hebben vaak geen GB of VD op tafel liggen, en ik heb ook meegemaakt dat er een woordenboek uit 1976 op tafel lag!). Via de elektronische middelen kunnen we heel gemakkelijk inloggen bij GB en VD (mits iemand een inlogcode heeft). Er kunnen verrassingen optreden, dat wel. Maar auteur en jury moeten dan vlak voor het dictee nog maar alles even controleren, toch?

5 reacties

  1. Volgens mij zijn de regels meestal (net als bij het Groot Dictee): 1. Spellen volgens het GB. 2. Als iets niet in het GB staat: spellen volgens VD. Daarbij wordt bijna altijd gezegd: de edities van 2005. Niks over oGB (www.woordenlijst.org), niks over eVD of oVD. Soms bij GB expliciet “inclusief de Leidraad”, héél soms “inclusief de errata”, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat er bij GB of VD 2005 werd gezegd “1e oplage”. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat cliëntèle (1e oplage GB) als de juiste schrijfwijze wordt beschouwd. Dat is in de 2e oplage gecorrigeerd. Ik ben niet zo voor oGB en oVD als norm. Gewoon het papieren GB, maar wel inclusief de errata. Als dat op hetzelfde neerkomt als oGB, dan oké. Maar oVD gaat verder. Ik hecht aan de papieren VD, vastigheid tot de volgende editie. Ik heb al eerder gezegd: ik vind de aanvullingen in de oVD wezenlijk anders dan de errata bij het GB. Dat laatste is immers om aperte fouten te herstellen.

    • Ook Edward Vanhove houdt in zijn code van goede praktijk vast aan de papieren edities van beide woordenlijsten. Maar alleen al vanwege de errata die uitgegeven werden om aperte fouten te herstellen in het Groene Boekje, zou ik – met Rein Leentfaar – pleiten voor de digitale edities als opperste scheidsrechter. Dicteeschrijvers jonger dan dertig moet je immers eerst uitleggen dat er vroeger boeken bestonden. Ik heb serieuze studenten verdwaasd zien staren naar het meterslange WNT, dat zij kennen als webapplicatie. En gezien de gretigheid waarmee dicteeauteurs woorden in hun teksten proppen als project X-feest, whatsappen en beyoncévlieg, lijkt het mij een onhaalbare zaak alleen de boeken van een decennium geleden als norm te hanteren – ook al zou de Leidraad in mijn ogen zo helder en precies moeten zijn dat de onderhavige gevallen op consensus moeten kunnen rekenen.

      Als je ’t mij vraagt is deze discussie over amper vijf jaar achterhaald. Dan komt er helemaal geen papieren editie meer, hoezeer ik dat persoonlijk ook betreur.

  2. Er is maar één Groene Boekje 2005, en dat is de eerste oplage. Niet jokken: de tweede oplage was nog net van december 2005. Els, Frits en Gerdien gaan welgemutst naar een dictee. Op de site hebben ze gelezen: 1) GB 2005, 2) VD 2005. Els heeft de 1e oplage, Frits de 5e oplage en Gerdien kijkt alleen op internet. Wat nu? Het kan toch niet zo zijn, dat verbeterde aperte fouten in GB wel tellen en in VD niet (los van andere aanpassingen)? Hoe kan het dat ‘preciezen’ wel krampachtig vasthouden aan de papieren VD 2005, terwijl ze als ‘rekkelijken’ wel latere versies van GB en zelfs internet accepteren? Waar blijft dan mijn zo gewenste vastigheid? Nee, GB 2005 houdt impliciet echt in: 1e oplage!

  3. Ah, nu begrijp ik je redenering, Rein. Ik heb bij “het Groene Boekje van 2005” een ander beeld, namelijk de spélling van 2005, die nu geldt (in tegenstelling tot de spelling van 1995), ongeacht in welk jaar een oplage nou precies is uitgekomen. Overigens zou het probleem ‘cliëntèle’ ook bij jouw uitleg verholpen zijn, nu de 2e oplage nog net van 2005 dateert … 🙂

  4. Gedrukte exemplaren van woordenboeken en woordenlijsten torsen na verloop van tijd een onvermijdelijke foutenlast met zich mee. De vraag of we ons bij dictees nog moeten baseren op bronnen die bijna tien jaar oud zijn, vind ik dan ook zeer legitiem.
    Heel terecht maakt Pieter een onderscheid tussen het Groene Boekje en Van Dale wat actualisering betreft. Het online-Groene Boekje beperkt zich tot het herstellen van fouten en publiceert periodiek een erratalijst met correcties en aanvullingen. Die erratalijst is als pdf-bestand te downloaden op Taalunieversum, de site van de Nederlandse Taalunie. Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee om oGB als norm te aanvaarden bij dictees.

    Van Dale is een heel ander verhaal en hier probeer ik de vraag van Rein te beantwoorden. De reden waarom ik als precieze niet zo gauw geneigd ben de onlineversie als norm te aanvaarden, is een totaal gebrek aan transparantie. Als gebruiker word je misschien op de hoogte gebracht wanneer er een hele lading nieuwe woorden aan het al omvangrijke corpus wordt toegevoegd, maar heb je helemaal geen zicht op de vele correcties die tussendoor worden aangebracht. Om je optimaal op een dictee voor te bereiden zou je dan telkens als er een update komt, opnieuw de bijna 300.000 lemma’s moeten doorploegen om bij te zijn. Ondoenbaar, behalve misschien voor beroepsspellers. oVD is wél een heel nuttig hulpmiddel voor dicteeschrijvers om opgaven op hun actualiteitswaarde te toetsen en (eventueel) te mijden in geval van wijzigingen. Ook voor preciezen die graag het naadje van de kous willen kennen is oVD zeer interessant .

    Welke bron kunnen we hier dan wel als norm hanteren? In dat verband is het cruciaal om te weten of Van Dale al dan niet nog met een papieren editie zal komen. Ik hoop van harte dat die er in 2015 nog komt. Liefst met een bijgeleverde elektronische versie die zo weinig mogelijk afwijkt van de gedrukte. Dan hebben we als dicteeliefhebbers opnieuw een stevig houvast voor minstens een paar jaar. Komt die er niet, dan worden we overgeleverd aan oVD met enkele niet- onbelangrijke nadelen: het ontbreken van erratalijsten, lijsten met toegevoegde woorden, lijsten met weggelaten woorden, etc. De zoekfunctie in oVD is bijlange niet zo verfijnd als in de elektronische versie en het betalen van een jaarlijks abonnement zal voor velen ook een drempel vormen, want dat is toch ook nog iets anders dan een eenmalige uitgave. Er zijn vast nog nadelen te bedenken, maar mijn belangrijkste bezwaar tegen oVD als norm is het gebrek aan een minimale stabiliteit.