Spellinghater maakt het Kampenaren moeilijk

Spellingvernieuwing is hem een gruwel. Maar classicus Leo Schelhaas schreef desondanks het tweede Dictee van Kampen, dat donderdag 23 januari ruim honderd liefhebbers naar de aula van het Ichthus College lokte. Het werd een opwindend dictee.

Kampen 2014

Een zaal met ruim honderd dicteeschrijvers in Kampen

door JvHD

Hij verafschuwt het Groene Boekje en zou de baas van de Taalunie het liefst behandelen zoals Apollo ooit Marsyas strafte. Spellingvernieuwing is hem een gruwel. Maar classicus Leo Schelhaas schreef desondanks het tweede Dictee van Kampen, dat donderdag 23 januari ruim honderd liefhebbers naar de aula van het Ichthus College lokte. In zijn tekst geselde hij niet alleen de taalkundigen van de Spellingcommissie, maar evenzeer de deelnemers. Het dictee wemelde van ongebruikelijke – zij het niet buitenissige – woorden, die nu eens niet alle uit het Roze boekje waren geplukt: rücksichtslos, frenetiek, sneuneuzen, Jan Kalebas en jantje-contrarie bijvoorbeeld. Ook moesten de dicteeschrijvers op aangewezen plaatsen afkortingen geven en klemtoontekens plaatsen. Dat leverde zelfs de doorgewinterde dicteetijgers nu en dan problemen op.

Problematische nomaden

Op hun beurt leverden de aanwezige dicteenomaden – zes exemplaren, van wie vijf tot een team geformeerd – problemen op voor de verraste organisatie. Al snel na de nakijkronde bleek de afstand tussen het tijgerteam De Spraakmakers en de overige teams dermate groot, dat ingrijpen geboden was. In allerijl kwamen de organiserende Rotarians met een ad-hocplan op de proppen waarin iedereen zich gemakkelijk kon vinden. Ter plekke stelde men een buitencategorie in voor teams. En zo kon het team van notaris Goedegebure (26 fout gemiddeld per teamlid) aan het eind van de avond de groepsprijs ontvangen, zoals het hoort. Ook het team in de nieuwbakken expertcategorie (3 fout gemiddeld per teamlid) werd in het zonnetje gezet.
Ook de individuele deelnemers werden ter plekke ingedeeld in twee categorieën. Bij de buitenpoorters won Rein Leentfaar met slechts één fout. In de categorie Kampenaren wees men per abuis dicteecrack Jan Riefel (13 fout) uit Twello als winnaar aan, maar men had zijn woonplaats over het hoofd gezien. Jan moest plaatsmaken voor dichteres Marianne van den Herik, die wél uit Kampen komt en zich bepaald niet hoeft te schamen voor haar 19 fouten.

Kampen 2014

Winnares Marianne van den Herik. Rechts voorlezer Theo Rietkerk, CDA-gedeputeerde bij de Provincie.

Na de prijsuitreiking hield ik zelf, als captain van De Spraakmakers, een praatje voor de zaal om een en ander toe te lichten. Ook op deze avond bleek immers weer dat vele enthousiaste dicteeschrijvers het kleine clubje nomaden voor een geheimzinnig genootschap houden, met een eigen handdruk en regelmatige bijeenkomsten waarbij het Groene Boekje aanbeden wordt. Dat beeld is niet terecht, en het weerhoudt wellicht goede spellers ervan zich verder te verbeteren.

Minpuntjes

Na twee edities met telkens meer dan honderd deelnemers heeft de Rotaryclub Kampen een uitstekend evenement neergezet. Een derde editie lijkt wel zeker, gezien de opkomst en de mooie opbrengst: dit jaar werd er 1400 euro opgehaald voor een onderwijsproject in Columbia. Voorlezer Theo Rietkerk, gedeputeerde bij de provincie Overijssel, is met zijn rustige voordracht een zekere factor. Maar enkele facetten van de avond verdienen reflectie. Zo is de nakijkprocedure wel erg fraudegevoelig. De deelnemers corrigeerden hun eigen werk met een rode pen. De verleiding om met de eigen pen nog snel een lettertje te schrappen is dan wel erg kat-en-spekachtig groot. Bovendien bleef al het werk open en bloot op tafel liggen tijdens de pauze tussen dictee en behandeling. Een uitnodiging voor dicteeterroristen?

Filippica

Hoeveel prijzenswaardigs het Dictee van Kampen ook te bieden heeft, de auteur heeft er alles aan gedaan om het plezier in spellen voorgoed te vergallen. Tijdens de behandeling van zijn tekst ging Leo Schelhaas zich te buiten aan een woedende tirade tegen alles wat de Nederlandse Taalunie bedacht heeft om onze taal orthografisch te stroomlijnen. Het ene ‘schoolvoorbeeld van inconsequentie’ volgde de andere ‘belachelijke schrijfwijze’ gedurende een dik halfuur op. Briesend smeet de classicus met verwijten naar Ludo Permentier cum suis. Zij hebben in de ogen van de dicteeauteur geen enkel begrip voor de jantjes-zonder-erg die al die ingewikkelde overwegingen van de Spellingcommissie toch nooit zullen vatten. Zelf aarzelde hij niet om zijn filippica te larderen met uitstapjes naar Grieks, Latijn en diverse neologismen uit De Telegraaf.

Tip voor de editie van 2015: laat de verongelijktheid thuis en geniet van de onverwachte zijweggetjes in de Nederlandse taal, inclusief die lastige spelling.

6 reacties

  1. Wie kaatst moet de bal verwachten! Maar niet wanneer er van
    een volslagen verkeerd standpunt uit wordt teruggeslagen.
    Mij moet van het hart dat ik geen spellinghater ben. Wel
    een fervent tegenstander van de groene spelling. Is het
    normaal dat nerds, of moet ik toch maar zeggen `frenetieke
    minnaars’ van de groene spelling’, een dictee tegenwoordig
    haast of helemaal foutloos kunnen maken en dat gerenommeerde
    hoogleraren 21 of meer fouten op hun conto kunnen schrijven,
    om van het aantal fouten van andere deelnemers maar te zwijgen?
    En dit dankzij de ingevoerde wijzigingen en `verfijnde’
    onderscheidingen! Gehoopt had ik bij de eerste
    spellingswijziging op een grootscheepse vereenvoudiging, dat
    de commissie met de overgrote massa van de door een dubieuze
    en aanvechtbare aanname van een ingeburgerde schrijfwijze
    onstane uitzonderingen korte metten zou maken. Zoals bv.
    met `lokaal’ tegenover `locatie’, met vakantie’ tegenover `vacant’.
    Of allemaal met een `c’, óf desnoods met een `k’. In plaats
    daarvan heeft de spellingscommissie van de Nederlandse
    Taalunie gezorgd voor een onvoorstelbare toename van
    uitzonderigen door haar omstreden aanpak van het gebruik van
    de tussen-n, door invoering van verschil in behandeling van
    samenstellingen en afleidingen en haar voorschriften inzake
    Griekse en Latijnse voorvoegsels en in het gebruik van
    hoofd- en kleine letters. En zo kan ik nog wel even
    doorgaan! Een van de verdere gevolgen is o.a. een oerwoud van
    apostroffen en koppeltekens. Waarom niet de eenvoudige
    regel heringevoerd: bij klinkerbotsing een trema! Om maar één
    voorbeeld slechts te noemen. Waarom kunstmatige
    constructies als `reïficatie’, reïncarnatie’ naast
    `re-integratie’ en `re-interpretatie’ gefabriceerd, zoals de
    commissie metterdaad heeft gedaan! Mag iemand dat een
    “belachelijk onderscheid in schrijfwijze” noemen?

    Ik voel mij door die spellingswijzigingen niet verongelijkt
    — “laat de verongelijktheid thuis”, zo luidt de
    denigrerende en tevens kwetsende tip — neen, ik ben er diep
    verontwaardigd over. Over deze `systeemconsequente’ en
    tegelijk `inburgeringsinconsequente’ spelling. Vandaar de
    allerminst vleiende verwijten. Vandaar ook de uitstapjes
    naar Grieks en Latijn, omdat bv. met de schrijfwijze van de
    niet in het dictee voorkomende `kredietcrisis’ een loopje
    wordt genomen met de etymologische herkomst van de
    samenstellende woorden, een van de fundamenten van de
    spelling van het Nederlands. Het uit het Latijn, dat
    praktisch geen `k’ kent, overgenomen `krediet’ krijgt een
    `k’ en het aan het Grieks’, dat geen `c’ kent, ontleende `crisis’ een `c’
    toegemeten. Andere, `losse’, voorbeelden daarvan zijn in
    het dictee verwerkt. Deze buitenissigheden van de huidige
    voorgeschreven spelling heb ik tastbaar willen maken, aan de
    kaak willen stellen. Dat is wat anders dan dat de auteur er
    alles aan heeft gedaan het plezier in het spellen voorgoed
    te vergallen. Dat is zelfs niet van toepassing op de gepresenteerde
    toelichting. Ongevraagd vertelde een jeugdige deelneemster mij
    dat ze van de hele avond de toelichting het leukste had gevonden!

    Wie de auteur en de opzet van het Kamper dictee
    respectievelijk als spellinghater die wars is van
    spellingvernieuwing en als spellingspleziervergalling
    typeert, heeft, eufemistisch gezegd, er maar bitter weinig
    van begrepen. Persoonlijk herken ik mij op mijn woede
    na in deze `recensie’ in ieder geval niet.

    Overigens sta ik in mijn afwijzing van de groene spelling
    niet alleen. Niet voor niets is het Genootschap Onze taal
    met de witte spelling gekomen. Kennelijk heeft de
    Nederlandse Taalunie haar hand overspeelt. Hier laat ik het
    maar bij.

    Kampen Leo Schelhaas

  2. Heer Schelhaas, Wat u schrijft is allemaal waar. Uw filippica treft doel. Echter, op één punt niet: ‘De auteur heeft er maar bitter weinig van begrepen’.
    Lees het verhaal met enige rust en afstand, en je ziet dat de tekst doorspekt is met luchtigheid. Zo moeten ook de door u gewraakte passages worden gelezen.
    Dat (volgens u) de Taalunie haar hand ‘heeft overspeelt’, vind ik prima, maar ik schrijf altijd ‘heeft overspeeld’. Met de -d- van domper. Met de -g- van glimlach mag van mij ook.

  3. Heer Boogert,

    Wat een blunder in de laatste zin. Sorry. Wat betreft het afstand nemen van het verhaal, welnu ik heb volgens de in militaire dienst verordonneerde periode drie dagen gewacht. Maar de gebruikte woorden als `spellinghater’, al is dat in de tekst zelf genuanceerd: `hij verafschuwt het Groene Boekje’, en `verongelijktheid’ gaan mij te ver. Evenals het` er alles aan gedaan heeft het plezier in spellen te vergallen’. Hoe luchtig verder de tekst ook van toonzetting is. zulke woorden blijven hangen!

  4. C’est le ton qui fait la musique. Zoals Leo Schelhaas zichzelf liever diep verontwaardigd noemt in plaats van verongelijkt, noem ik iemand spellinghater omdat dat zo lekker kort is in de kop van een verhaal. In mijn verslag van het dictee ga ik in op de aardige kanten – die waren er vele – en de minpunten – dat waren er twee. De tekst vond ik als dictee erg leuk, maar inhoudelijk en grammaticaal nogal zwak. En dat het gemopper op de Taalunie doorging tijdens de behandeling, wel, daarover heb ik mij al duidelijk genoeg uitgedrukt.

    Het gaat mij niet om de discussie op zichzelf. Die kan interessant genoeg zijn, al worden de argumenten wat sleets. Het gaat mij evenmin om de persoon die de discussie aanzwengelt. Leo Schelhaas lijkt mij een erudiete man, die donders goed weet waarover hij ’t heeft. Maar het voortdurende gefoeter op het Groene Boekje past niet op het Dictee van Kampen. Dat is alles.

    En inderdaad, ik vat de zaken zeer luchtig op. De wereld gaat niet ten onder aan fout gespelde woordjes, goddank.

  5. C’est le ton qui fait la musique. Dat was wat de rector mij voorhield, wanneer ik weer eens uit de klas verwijderd was. Het gebruik van spellinghater is verklaard. Over het gefoeter wordt ongelijk gedacht. Verder mag men over het dictee denken zoals men wil. Voor mij is hiermee de kous af.