Entertainment zet spellingtalent in de schaduw

Voor de zesentwintigste editie van het Groot Dictee kozen de producenten voor nóg meer amusement en nóg meer aandacht voor de prominenten. Op zaterdag 19 december zonden de publieke omroepen het resultaat uit.

Mark Beumer won de hoofdprijs, ex-aequowinnaar Bert De Kerpel bleef met lege handen achter.

Groot Dictee

Mark Beumer – links, samen met Bert De Kerpel de beste speller in 2015 – naast Frank Ketelaar en presentator Freek Braeckman

door JvHD

Het jaarlijkse spellingfeestje op tv verkeert volgens de producenten in zwaar weer. Voor de zesentwintigste editie kozen de producenten voor nóg meer amusement en nóg meer aandacht voor de willekeurige selectie bekende figuren uit de Vlaamse en Nederlandse media. Op zaterdag 19 december zonden de publieke omroepen het resultaat uit.

De geslaagde tekst van schrijfster Lieve Joris bood alle ruimte voor fouten. Daarvan werd gretig gebruikgemaakt: de vijftien topspellers uit Nederland scoorden in totaal 259 rode strepen, de Belgische cracks maakten er 271. In de beide prominentenvakken lag de verdeling heel anders: 489 fouten voor de BN’ers tegen 349 voor de Bekende Vlamingen. Bij elkaar opgeteld kwamen de Belgen beduidend beter uit de bus, met een gemiddelde van 21 fouten tegenover 24 stuks voor de Nederlanders. De eerste plaats werd netjes gedeeld door de Amsterdamse duurzaamheidsgoeroe Mark Beumer en Bert De Kerpel uit Wevelgem. Zij maakten elk elf fouten.

Geen prijs voor de beste speller
Maar de amusementbeluste tv-jongens vonden dat geen beloning waard. Er moest een extra ronde worden gespeeld, waarin de twee winnaars gezelschap kregen van de best scorende prominent uit hun ‘kamp’. Beumer werd gekoppeld aan scenarioschrijver Frank Ketelaar (18 fout), De Kerpel vormde een team met biochemicus en stand-upcomedian Bart Cannaerts (16 fout). De duo’s kregen een lijstje lastige woorden te spellen, waaronder caffè latte, F-16-piloot en gequeued. Omdat het Nederlandse tweetal daarin iets minder letters fout schreef, ging de hoofdprijs reglementair naar ‘Nederland’.

Freek Braeckman

Freek Braeckman

Tv-persoonlijkheid Freek Braeckman nam om onbekende redenen de plaats in van de charmante Martine Tanghe als copresentator naast Philip Freriks. Hij bracht het er uitstekend van af. Dankzij zijn heldere dictie waren ook typisch Vlaamse of juist typisch Hollandse begrippen als nonkel en hachee voor de meeste meeschrijvers prima te spellen. Afgaand op de reacties van thuisdeelnemers op de websites van Onze Taal en NTR was het zelfs een makkie deze keer. Menigeen maakte achteloos melding van hun superieure score: acht fout, drie fout, ja zelfs een een topper met slechts één misser. Een peiling onder dicteeveteranen wees echter uit dat het gemiddelde voor experts rond de zeven rode streepjes moet hebben gelegen.

Het is maar een spelletje
Zoals vermeld deden de prestaties van onbekende spellingkenners niet ter zake in de tv-show. De aandacht van de regisseur lag exclusief bij de genodigden, onder wie redacteuren die zich ginnegappend excuseerden voor hun tientallen fouten. Het is maar een spelletje, nietwaar? Tijdens de uitleg door de juryleden Ludo Permentier en Annemarie Jorritsma – die zelf jarenlang het Almeers Dictee voordroeg – werd hun score nog enigszins verzacht. Verscheidene begrippen, zoals linkmiegel, in( )kringelen en promiscuïteit( )bevorderende, bleken op meer dan één manier gespeld te mogen worden. Vreemde escapades in zo’n goed voorbereid dictee. Maar ach, het gaat om entertainment: this is tv, man.

25 reacties

  1. Grotendeels eens, Jeroen, maar niet met de tussenkop “Geen prijs voor de beste speller”. Dat was Mark Beumer, over het dictee en de finaleronde samen genomen. Hij heeft Die Pen verdiend.

  2. Inhoudelijk: ik blijf moeite houden met het verdict ‘merknaam’ van Elixir d’Anvers. Ik schrijf jenever ook niet met een hoofdletter. Elixir dus klein. Over breliaans valt ook wel een boom op te zetten. Voorts: veel te veel Vlaamse woorden die Nederlanders niet noodzakelijkerwijs behoeven te kennen: Kikongo, bomma, Elixir, breliaans. Omgekeerd gold dat voor de Vlamingen bij de woorden Mokum en linkmiegel. Maar toch. Overigens een heerlijk dictee met mooie vondsten, vooral ook in de nastoot.

  3. Huib,

    Inderdaad, de dicteetekst was misschien lichtjes in het voordeel van de Vlamingen. Maar mag ik opmerken dat dit op 26 dictees nog maar de tweede tekst was die werd geschreven door een Vlaming. Misschien hebben beide dames er regionale woorden in verwerkt en was dat bij de Nederlandse auteurs minder het geval.

    Het doet me deugd dat je inziet dat er ook typisch Nederlandse woorden in de tekst stonden. Toch wat minder eenzijdig dan die bijna-Belg uit Breskens (dixit Jeroen) die in zijn blog wel viermaal de Vlamingen bevoordeeld vond, maar stekeblind bleef voor Hollandse woorden als linkmiegel en krentjebrij waar ik nog nooit van had gehoord. Denken jullie echt dat wij alle Congolese talen kennen en jullie alle Nederlands-Indische en Surinaamse? Ik ben katholiek opgevoed, maar schreef – net als Pieter – drie fouten bij die lange naam van Maria. En vermoedelijk schreven Nederlanders uit historisch overwegend katholieke regio’s (bijv. het oosten van Zeeuws-Vlaanderen) die naam even fout als (strenge) protestanten. Ja, ik heb bij oudere mensen weleens Elixir d’Anvers gezien, maar schreef toch ook “elixir d’Anvers”; eigenlijk moest dat dan – naar het voorbeeld van de bij Vlamingen bekendere “filet d’anvers” – met een kleine a.
    Ja, ik ken Jacques Brel, maar schreef – zoals velen – “brelliaanse”. En is “Drs. P” niet veel moeilijker te schrijven dan “Brel”? Ik hou wel van ’s mans bekendste teksten wel, maar leerde zijn naam pas goed spellen toen er een dictee over hem ging.

    Enkele tientallen jaren geleden kwam ik nog Nederlanders tegen die dachten dat wij hier allemaal perfect tweetalig waren. Die tijd is gelukkig (bijna) voorbij, maar er is bij onze noorderburen precies nog werk aan de winkel om zich een realistisch beeld van Vlamingen te vormen, ook bij mensen die op nauwelijks 20 km van de Belgische grens wonen.

    En ten slotte: waarom zou Tripel Hop in Alkmaar (2015) wel een merknaam zijn, maar Elixir d’Anvers niet?

  4. Ik zou het niet beter kunnen verwoorden, Jan. Dat ‘voordeel voor de Vlamingen’ wil ik nog verder nuanceren met de toevoeging dat nagenoeg de hele vierde zin in het voordeel van de Nederlanders was, zoals ook Ludo Permentier terecht opmerkte.

  5. Brousse, Kikongo, bomma, Elixir d’Anvers, breliaans – Mokum, linkmiegel, hachee, gruttenpap, krentjebrij: 5-5. Gelijkspel. 🙂

  6. Drie van de vijf ‘Vlaamse’ woorden (+ Altijddurende Bijstand) niet in wdb., twee van de vijf Nederlandse, maar wat kun je fout doen aan gruttenpap en krentjebrij (al kende ik ze niet)? En daar ging het me om: of ze in de wdb. stonden of niet! Ook nonkel valt nog te melden (als BE).

  7. Blijft ook verrassend dat je de Duitse mansnaam Michel als ‘mie-chuhl’ uitspreekt …

  8. Jan en Pieter,
    Op het gevaar af, dat we in muizenissen vervallen: ik vind het gelijke spel van Pieter discutabel. Gruttenpap en krentjebrij zijn niet moeilijk. Dat valt gewoon op het gehoor neer te schrijven, evenals bijv. nonkel. Met bomma is dat anders (ik schreef bonma); dat moet je echt wéten. En daarin schieten we tekort in NL.
    En ja als er dan woorden gebruikt worden die nergens te verifiëren zijn (breliaans), dan vind ik het minder leuk worden.
    Waarom gaat bij de keuze van de dicteeauteur ‘bekend’ vóór ‘goed’? Laat de NPO het eens vragen aan de mensen rond http://www.dictees.nl….
    Goede kerst voor allen!
    Huib.

  9. Och, steriele discussie vind ik. Een beetje dicteespecialist wordt mijns inziens verondersteld om vlotjes heen en weer te kunnen varen tussen beide taal- en cultuuroevers. Voor een modale deelnemer is het natuurlijk wel een ander verhaal. Laten we dus even in de Dikke Van Dale kijken.

    Krijgen het label Belgisch-Nederlands opgespeld:

    – met spellingprobleem: brousse – froufrou
    – zonder spellingprobleem: nonkel – bomma
    – bekend in NL in andere betekenis: kotelet

    Krijgen het label Nederlands-Nederlands:

    – met spellingprobleem: Mokum (mokum) – linkmiegels – hachee
    – bekend in BE in andere betekenis: karbonade

    Niet als lemma in de woordenboeken:

    – zou vooral bekend moeten zijn bij Belgen: Elixir d’Anvers, breliaans, Neerpelts
    – zou vooral bekend moeten zijn bij Nederlanders: gruttenpap, krentjebrij, Drs. P
    – zou vooral bekend moeten zijn bij rooms-katholieken: Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand
    – zou vooral bekend moeten zijn bij Congolezen: Kikongo

    Besluit: vrij evenwichtig, met een duidelijk voordeel voor Congolese praktiserende rooms-katholieke inwijkelingen die al eens vaker in Nederland gaan eten …

    PS: Een jaarlijks terugkerend minpunt is dat de 281.185 woorden uit de Dikke Van Dale (+ samenstellingen, afleidingen, enz.) niet blijken te volstaan om het Groot Dictee samen te stellen. Telkens weer duiken er woorden en woordgroepen op waarvan de schrijfwijze niet objectief bepaalbaar is en waar taal- en spellingspecialisten het maar niet over eens geraken. Maar misschien hoort dat ook bij het mediaspektakel?

    Prettig kerstfeest voor iedereen!

  10. Huib, Jan,

    Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom eraan getwijfeld wordt of het ‘Elixir d’Anvers’ of ‘elixir d’Anvers’ zou moeten zijn. M.i. (maar ik ben geen dicteespecialist) moet het met een hoofdletter, donorprincipe toch? Of begrijp ik het donorprincipe niet goed? Zie: http://www.elixirdanvers.be/
    Als ik kijk op die site, vind ik dat niet vergelijkbaar met gewoon een jenever, maar het is een speciaal product dat alleen door die firma wordt gedistilleerd, vergelijkbaar met ‘Grand Marnier’ of ‘Cointreau’. Of moet dat ook met kleine letters? Ik vind het ook niet vergelijkbaar met ‘filet d’anvers’ omdat dat een bepaalde bereidingswijze is van een stuk vlees.

  11. Stel, Riet, dat een distilleerderij haar creatie “Wagenings Water” noemt, ook op haar website met twee hoofdletters W. En stel dat dan in het vijfde Wagenings dictee (Vijfde Wagenings Dictee, zo je wilt) de zin “Hij nam een slok Wagenings Water/water” voorkomt, geldt dan het donorprincipe? Of kun je water in deze context ook gewoon als soortaanduiding beschouwen? Dat is m.i. de crux bij Elixir/elixir.

  12. Dat is een te gemeen voorbeeld van Pieter. ‘Grand Marnier’ met hoofdletters: niet in wdb., niet gelexicaliseerd, ‘cointreau’ met kleine letters, wel gelexicaliseerd in de wdb. (zie VD, lemma blackjack). Elixir d’Anvers is vooralsnog een merknaam, met hoofdletters. Op het moment dat die in de wdb. zou verschijnen, wordt het ‘elixir d’anvers’ (net als ‘filet d’anvers’). Ik verheug me op een slok ‘Eau de Wageningen’ (ik kies die als eigennaam), die na lexicalisering – dus minder lekker – ‘eau de wageningen’ zou worden net als eau des carmes (karmelietenwater) en eau de labbaraque (je weet wel, van die apotheker Labbaraque) …

  13. Pieter, ja, als je het zo stelt. Nu begrijp ik wat je bedoelt. Toch denk ik dat jij mogelijk ook even aan iets anders dan gewoon water zou denken als het in Wageningen zou voorkomen. Voor zover ik heb begrepen uit de website is Elixir d’Anvers een likeur die uitsluitend door de Beukelaer wordt gedistilleerd, nergens anders. Dus niet vergelijkbaar met bijv. een bordeaux, die in verschillende wijnhuizen gebotteld wordt. En daarom dacht ik dat je het volgens het donorprincipe moest schrijven. Ik heb het ook nog aan de Taalunie voorgelegd, ik ben benieuwd wat zij zeggen.

  14. Rein, Waarom wordt ‘Elixir d’Anvers’ op het moment dat het in de wdb. zou verschijnen ‘elixir d’anvers’? Het product blijft hetzelfde. Daar kun je toch niet zomaar een soortnaam van maken? En ‘Eau de Wageningen’ zou de hoofdletters ook verliezen, terwijl in ‘côtes du Rhône’ de hoofdletter wel blijft staan. Raar toch?

  15. Ha Riet, daar heb je wel een punt, maar in VD staat duidelijk dat côtes du Rhône een van huis uit Franse term is en dat dit vernederlandst wordt tot rhônewijn (sic!) … Enfin, wat in de wdb. staat, ligt vast. Daarbuiten ‘doen we maar wat’, maar uitgangspunt blijft dat dranken in principe een kleine letter krijgen (zie de link van Jan …) maar merknamen behouden hun hoofdletter. Over Grand Marnier zou ik niet twijfelen bij een dictee, over cointreau wel: dat is immers zelf geen lemma en komt alleen sub lemma voor: voor sommige dicteereglementen is dat onvoldoende! Ooit was cointreau dus Cointreau en eau de labbaraque (eigennaam!) vast Eau de Labbaraque. En over 30 jaar schrijven ze vast: ooit was elixir d’anvers dus Elixir d’Anvers … De Taalunie gaat volgens mij zeggen dat het nu (!) nog (!) met hoofdletters moet, tenzij we het allemaal gaan drinken … Proost!

  16. Voor iedereen: ik zocht dus maar even op *anvers*: verrassend 1) aanverstorven (zie je de ‘anvers’?), 2) baanversterking (idem), 3) filet d’anvers (die had ik wel verwacht), 4) janverstramme (= janstramme, basterdvloek), en 5) rijbaanversmalling (rijba + anvers + malling). Binnen artikelen vond ik: 1) aya (= Koranvers, heb je ‘m?), 2) weer die baanversterking: sub lemma komt het woord ook voor in de vorm van het mv.), 3) weer die janstramme (Jan, God, straf me) met uiteraard verwijzing naar janverstramme, 4) weer die rijbaanversmalling (via het meervoud) en 5) zwaardvers: Ko­ran­vers, nl. soe­ra 9:5, dat be­veelt niet-mos­lims, m.n. veel­go­den­die­naars, te do­den.

  17. Rein, over ‘cointreau’ hoef je ook niet meer te twijfelen, want dat komt in oGB voor (cointreaus, cointreautje, cointreautjes). Zag ik ook pas later toen ik hier het bericht al had geschreven.

  18. Inderdaad, en naast cointreau ook nog be(e)renburg, martini, pernod, spa blauw en spa rood

  19. Jan, ik vroeg me af waarom je die haakjes in beerenburg had gezet, van zowel GB als VD geeft beerenburg.
    Toch kloppen die haakjes, want ik vond op het internet het volgende: Hendrik Beerenburg verkocht zijn kruidenmengsel niet alleen aan Amsterdamse stokerijen, maar ook aan passerende Friese schippers, die het drankje thuis in Friesland stookten. Al snel probeerden Friese stokers Beerenburgs mengsel te kopiëren. Omdat de naam Beerenburg beschermd was, gaven zij hun kruidenbitters een net iets anders gespelde naam als Berenburg of Beerenburgh.
    (o.a. hartevelt berenburg).

  20. Ik vind het allemaal maar heel onlogisch in elkaar zitten. Er zou een duidelijke regel moeten zijn. Een gewone ‘Jägermeister’ met hoofdletter, (niet GB of VD) maar ‘benedictine’ (beschermde naam van een fijne Franse likeur) krijgt een kleine letter omdat het in de VD opgenomen is. Waar is dat op gebaseerd? Absurd toch!

  21. GB zowel berenburg als beerenburg, allebei goed. De logica is dat dranken in het Nederlands een kleine letter krijgen (in principe …), alleen dranken die ‘VD nog niet gehaald hebben’ …) geven een probleem.