Groot Dictee is de weg kwijt

Journalist en dictee-expert Huib Boogert gaf zijn ongezouten mening over het Groot Dictee van 2013 in de Telegraaf. Zijn artikel vindt u uiteraard – met toestemming van de krant – ook op deze site.

Huib Boogert

Auteur Huib Boogert

Journalist en dictee-expert Huib Boogert gaf zijn ongezouten mening over het Groot Dictee van 2013 in de Telegraaf. Lees nu ook hier de mening van een kenner.

door Huib Boogert

Minder wartaal en meer waartaal. Dát was de missie die Kees van Kooten zichzelf had opgelegd bij het opstellen van het Groot Dictee der Nederlandse taal. Zei hij voor de camera.
Het resultaat is intussen bekend. Zijn poging mislukte jammerlijk. De dicteetekst 2013 was het toppunt van doorgeslagen warrigheid. Het dictee als tv-vermaak ontspoorde. Van Kooten had een reeks moeilijke woorden uit een dictionaire geplukt en die aan elkaar geregen in een niet te volgen verband.  

Wie woensdag 18 december ’s avonds laat de pen neerlegde, en herlas wat hij had geschreven, zag een hoop onsamenhangende nonsens staan, zonder enige verhaallijn. Het ging nergens over. Het was een bespottelijke tekst. Ook de vernieuwende poging (‘Ik ga het allemaal anders doen’) om het dictee uit te breiden naar een gevarieerde taaltest leed schipbreuk. De manier waarop auteur en jury de verbreding van het dictee hadden uitgewerkt, ging óók aan warrigheid ten onder.

Bombardement
Sinds de oorspronkelijke dicteemaker Han van Gessel het tv-evenement gedagzegde, is het Groot Dictee niet meer het spel van de instinkertjes, dat in de huiskamer meegespeeld kan worden. Het is een soort oorlogsbombardement geworden, waartegen de deelnemer maar beter dekking kan zoeken. De achtereenvolgende auteurs van het dictee (Hemmerechts, Wolkers, Campert/Mulder, Komrij, Wieringa, Grunberg, Van Dis) hebben daaraan bijgedragen door teksten af te leveren met te veel zelfgemaakt Nederlands en te veel eigenzinnigheid. Alsof de rem eraf is, als je hét dictee mag schrijven.

Van Kooten spant echter de kroon. Hij ging van acquit met de kromme zin ‘Na koffiegedronken te hebben, begon het Groot Dictee’. Maar kan een Groot Dictee koffiedrinken? Naar aanleiding van de eerste zinnen mag men de vraag opwerpen, of je van een eenvoudige dicteedeelnemer kunt verwachten, dat hij weet hoe woorden als zeugmata, polysyndetons en anakoloeten worden gespeld. En hoe je quid pro quo moet schrijven. Dat is dicteevandalisme. Op een voetbalveld noemen ze dat ‘inkomen met gestrekt been’. Een wanvertoning.

Verhaspelingen
Niet alle kijkers-meeschrijvers hebben Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd. Daarom mag Van Kooten (die ik als taalgebruiker en taalvernieuwer toch hoog heb zitten) hier het verwijt van onnadenkendheid treffen. Dat geldt nog heviger voor de taaltoets die in het dictee verweven was. Daar was helemáál niet over nagedacht. Hoe zijn allerlei taalkundige fouten (voor het gemak aangeduid als ‘verhaspelingen’) objectief als goed of fout te beoordelen?

En hoe verliep de puntentelling eigenlijk? Wie ‘paranoïa’ schreef, maakte twee missers tegelijkertijd. Foute spelling en fout woord. Leverde dat twee rode streepjes op? En wie het niet-bestaande ‘zo dan’ los schreef en niet onderstreepte? Het was weer een spel zonder regels…. Het woord ‘gardekorps’ had ik vol overtuiging als fout onderstreept, omdat hier duidelijk ‘keurkorps’ of ‘elitekorps’ werd bedoeld. Toch was gardekorps correct. Jammer, dat jury en auteur niet even de woordenboeken hebben geraadpleegd: het woord bestáát in het Nederlands niet eens….
Hetzelfde geldt voor de woordgroep ‘de enige wapening’. Hier was duidelijk ‘het enige wapen’ bedoeld. Wapening zit immers in beton. Ik vond het een fout, ik onderstreepte dus. Ten onrechte, vonden jury en auteur. Deze voorbeelden geven aan dat ‘verhaspelingen’ niet objectief gejureerd kunnen worden. Je mag niet goed rekenen, wat fout is. Toch gebeurde dat. Het tv-dictee verzandt hier in de poging om alles tegelijkertijd te willen, zonder onderzoek vooraf naar de praktische uitvoerbaarheid. Nauwelijks over nagedacht….

Blauwe plek
Het Groot Dictee begint intussen de blauwe plek te worden van de decemberprogrammering. De NOS zou er goed aan doen, het dictee ‘terug te geven’ aan de kijker. Terugkeer naar de eenvoud is geboden. Vaderlandse auteurs kunnen misschien goede boeken schrijven, maar aan dictees vertillen ze zich. De NOS heeft zich ook dit jaar weer onnodig op sleeptouw laten nemen door een auteur, nu door Kees van Kooten. Ze zijn samen verdwaald. Het Groot Dictee is de weg kwijt.

(Delen van deze tekst zijn eerder verschenen in De Telegraaf van 20.12.13)

6 reacties

  1. Het GDNT 2013
    Een dictee is (VD) een tekst die een leraar voorzegt en die de leerlingen moeten opschrijven, in ’t bijzonder als oefening in het correct spellen, verbuigen en vervoegen bij het onderwijs. Het laatste GDNT valt daarbij op drie fronten door de mand. Allereerst was het een vreselijke tekst. Die tekst is gewoon niet leuk: het is een opsomming van termen uit de neerlandistiek waar ik op zich van smul, maar waarvan de gemiddelde Nederlander als een hond geen brood van zal lusten. Laat men zich in Den Haag in de tweede plaats eens concentreren op de correcte spelling, waar het in een dictee vooral om gaat. Er zit daar een pedante jury, die nauwelijks voor haar taak berekend blijkt. Vanuit de dicteewereld is er genoeg kennis voorhanden … (en ook desgewenst nog steeds voor de troonrede …)

    Met een goed gerekend ‘onoirbaar’ in de voorronde is de lol er eigenlijk al af. En telkenjare zitten er weer grote en kleine blunder(tje)s in de tekst: koffiegedronken (los, te gek voor woorden), groot dictee (hier echt met kleine letters), bij onderwerp ‘media’ hoorde ‘reflecteerden’ en niet ‘reflecteerde’, ‘zozeer’ staat dan wel in GB maar ‘zo zeer’ is volgens VD een synoniem en ‘zo dan’ fout rekenen terwijl ‘zodan’ niet bestaat… En dan ten derde dat ‘stijlgedoe’: hoort niet in een dictee en er waren te veel discutabele zaken (de spelling is inmiddels wel voor 99% beregeld): het groot dictee dat koffiedrinkt (was nog wel leuk ook in de context van zin 1), en in vredesnaam: waarom alleen zin 4 t/m 8 en niet die (wel leuke) fout in zin 1 en die in zin 3 (irriteren wij ons)?, hoort of behoort, waarmee (echt fout?), begeestering (fout?), fetisj (velen kennen het woord niet eens …), wapening (wapen), ons inziens (echt fout?), inactieve activiteit (stijlbloempje i.p.v. fout?) en verre van (ver van?).

    Al met al, ik verlaag bij dezen de RDR-rating van het GDNT naar 3 sterren, en dan ben ik nog soepel. Alleen het megakarakter van dit ‘dictee’ zorgt nog voor een paar sterren …

  2. Mooi en interessant stuk van de heer Boogert.
    Drie opmerkingen:

    1. Ik vind het vreemd dat velen (ook de organisatoren en deelnemers van het meeschrijfdictee in Merelbeke, en ook in Kaprijke, waar ik heb meegedaan) niet hadden gehoord hoe de puntentelling zou verlopen. Ofwel was men, zoals ik, wat afgeleid door de opzichtig opgemaakte ogen van Inez Weski … Ik heb haar in ieder geval bij het toelichten van de spelregels duidelijk horen zeggen: één fout per woord. En dat gold naar verluidt des te meer voor de spel- en taalfouten in de laatste vier zinnen.

    2. Hoewel de Vlamingen weer wonnen, werden zij bij het dictee niet echt bevoordeeld: Vlaamse kranten meldden dat woorden als ‘Charivarius’ en ‘vurrukkulluk’ niet in de tekst hadden mogen voorkomen. Dat is voor Vlamingen totaal onbekend. Verder ook ‘campertiaans’, het (Nederlandse) Koningslied (mét hoofdletter) … Dit vind ik ook een aandachtspuntje voor de auteur van het volgende dictee. Ik hoop trouwens dat dat eindelijk nog eens een Vlaming mag zijn. Slechts één Vlaming kreeg tot nu toe die eer: Kristien Hemmerechts.

    3. Ondanks de vele kritiek waren er toch een aantal deelnemers die het dictee uitstekend gemaakt hadden en die het dus best doenbaar vonden. In Merelbeke had ‘een eenvoudige dicteedeelnemer’ slechts 10 fouten. Ene Jaak Hoedemakers uit Maaseik – bijna 87 jaar – had slechts 14 fouten. Een (ook beroepshalve) taalspecialist en vooral dicteekampioen uit Leiden maakte 9 fouten …

  3. Die scores zeggen mij niet zo veel. Dit jaar was het aantal fouten niet objectief vast te stellen.De spellingfouten zijn wel aan te wijzen, maar de taaltoetsfouten niet. In de zinnen 4-8 werd té veel goed gerekend wat fout was, en omgekeerd. Ik maakte zelf 6 spelfouten. Die andere ‘fouten’ heb ik niet eens geteld. Ik ga gepruts toch niet serieus nemen?

  4. Eens, en bijvoorbeeld in Merelbeke kende de jury de nieuwe regels niet (1 fout per punt) en voor bijvoorbeeld voorkeurs(s)pelling had men toch iemand mee naar de uitzending moeten laten kijken. Maar chapeau, hoor: dit jaar was het nakijken een dubbele hell of a job …

  5. En het is allemaal nog veel erger: in Taaladvies 0091 kun je lezen dat ‘behoort tot een van de’ zo langzamerhand ingeburgerd raakt en niet per se fout (meer) is: daarmee wordt het rijtje aanvechtbare zaken al(s)maar langer. Dat zo’n jury dit allemaal laat gebeuren …