Oneens

Welke neologismen kunnen nog op verantwoorde wijze in een wedstrijddictee worden opgenomen? Vrijwel geen enkele, meent de ervaren dicteeschrijver Huib Boogert.

Huib Boogert

Auteur Huib Boogert

Welke neologismen kunnen nog op verantwoorde wijze in een wedstrijddictee worden opgenomen? Vrijwel geen enkele, meent de ervaren dicteeschrijver Huib Boogert. Nieuwe verzinsels en eigennamen leiden tot onnodige discussie en zouden daarom buiten de beoordeling moeten blijven.

door Huib Boogert

Ik ben het er niet mee eens. En ik blíjf het zeggen.

Het overkomt me bij dicteewedstrijden te vaak, dat de samensteller eigen regeltjes verzint. Dat hoort niet. Dat is achterhaalde alleenheerschappij.

Het dictee van Middelharnis (17.10.2013) is de aanleiding tot deze column. Nou ja, column. Noem het maar een noodkreet. In Middelharnis bleven na afloop twee vragen over: 1) mogen ‘nieuwe’ woorden en 2) mogen eigennamen? Wat mij betreft mogen ze altijd gebruikt worden, vrijheid blijheid, maar ze zouden buiten de beoordeling moeten blijven.  

Dicteesamensteller André Kastelein, overigens altijd goed voor voortreffelijke teksten, had de woorden ‘beyoncévlieg’ en ‘project X-feest’ ingevoegd. Zijn proargument: ze zijn vorig jaar door Van Dale aan de woordenlijst toegevoegd. Mijn tegenargument: het gaat hier om een woordenlijst voor abonnees, waarop vooral professionals geabonneerd zijn.

Op deze plaats heb ik mijn standpunt al eens eerder duidelijk gemaakt: dicteewoorden dienen ergens checkbaar te zijn. GB en vD zijn uitstekende referenties. Als de schrijfwijze van een woord in die gedrukte media niet raadpleegbaar is, moet de samensteller het woord niet gebruiken. Al was het alleen maar om oeverloze discussies te voorkomen over de vraag ‘Wie bepaalt wat goed is?’ of over de vraag ‘Waar kan ik onafhankelijk controleren, welke spellingfout ik heb gemaakt?

Nieuwsbrief
Maar het meest (onaangenaam) verrast was ik door de vraag naar de spelling van de woordgroep Van Dale-nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief is een niet openbaar toegankelijk medium. Je moet geabonneerd zijn. Ook hier geldt dus: moet je die naam dan willen gebruiken? En hoe moet je ’m dan schrijven?

We schrijven Dode Zeerollen en Middellandse Zeegebied zonder koppelteken (controleerbaar in GB en vD), maar Van Dale schrijft de naam van zijn eigen nieuwsbrief wél met een koppelteken, en dan nog op de meest onlogische plaats: Van Dale-nieuwsbrief. Zo fout als ‘t maar zijn kan….

Controleerbaar
Ik herhaal mijn eerder gedane pleidooi: dicteesamenstellers moeten géén eigennamen gebruiken of ze moeten die eigennamen buiten de jurybeoordeling houden. En nieuwe woorden zijn leuk, maar als ze nog niet in openbare bronnen controleerbaar zijn, horen ze niet thuis in wedstrijddictees. Kan een dicteesamensteller dat nou zelf niet verzinnen?

Uiteraard kalk ik dit allemaal neer uit welbegrepen eigenbelang. Als de drie genoemde woorden (Van Dale-nieuwsbrief, beyoncévlieg, project X-feest) niet in Middelharnis in het dictee hadden gestaan, zou ik slechts één fout gemaakt hebben. Alle andere deelnemers hadden er meer….

5 reacties

  1. Per e-mail berichtte Rein Leentfaar het volgende commentaar (let op, niet mijn visie dus!):
    ‘Natuurlijk ben ik het in principe met je eens, maar …

    Wat zijn wedstrijddictees? Er wordt plaatselijk een gezellig plaatselijk dictee georganiseerd en daar komen die idioten dan weer aangevlogen. Alleen wij vinden dat ze zich maar aan de door ons bedachte regels moeten houden. Waarom eigenlijk? Ze mogen hun eigen regels opstellen.
    In Sint-Oedenrode a.s. maandag heerst het Witte Boekje en de online-VD (sic!). Als ze zich wel aan ‘onze’ regels zouden houden, krijg je te allen tijde een shoot-out tussen een stel van die gekken met allemaal 0 fouten. […]

    Plaatselijke termen mogen van mij met mate (= arbitrair). Deelnemers kunnen zich dan onderscheiden door kennis te nemen van de website van de lokale gemeente, de heemkundekring, etc. Besteed ik toch bij elk dictee wel een paar uurtjes aan …

    In de ratings (zie blog) houd ik er wel rekening mee. Zo krijgen het Groot NRC-dictee en Sint-Oedenrode per definitie 1 ster (van de 5) wegens WB! En Middelharnis krijgt er 2 wegens die niet-woordenboekentermen. En zo is het kringetje rond: wat bij jou een ‘wedstrijddictee’ is, dat zijn bij mij dus de dictees met rating RDR 3, 4 of 5. Middelharnis is dus geen (echt) wedstrijddictee. Daar vinden we elkaar.

  2. Ik kan meegaan in jouw noodkreet, Huib, maar ik schaar mijzelf wel onder de rekkelijken. Voor een spellingliefhebber is het juist de kunst de principes die ten grondslag liggen aan de Leidraad zo goed mogelijk toe te passen. In het geval van de beyoncévlieg is er mijns inziens geen vuiltje aan de lucht. Een eigennaam die ter onderscheiding gebruikt wordt in een samenstelling, krijgt een kleine letter: harrypotterbrilletje, alzheimerpatiënt. Om een vlieg met ronde billen aan te duiden, gebruik je een befaamd achterwerk. Dat is niet alleen lollig, maar ook zo duidelijk als wat.

    Voor een jury is deze schrijfwijze wel degelijk te controleren via de oVD. Voor de dicteeschrijver is het een kwestie van nadenken. Leuk toch?

    Er is nog een reden waarom een woord als beyoncévlieg volgens mij prima in een dictee past. Wie goed wil spellen, moet veel lezen. Een behoorlijke algemene ontwikkeling en een gezonde belangstelling voor de wereld om je heen, dat zijn in mijn ogen onontbeerlijke eigenschappen voor de dicteeschrijver. Wie het project X-feest ontgaan is, heeft gewoon niet goed opgelet. En de spelling van dat fenomeen volgt gewoon de regels.

    Met plaatselijke termen ligt het anders. In het Rotterdams Stadsdictee kwam Feyenoord voorbij. Dat zal door de meesten wel correct gespeld zijn, maar wie weet dat de stadswijk Feijenoord een andere spelling behoeft? In Aalsmeer bleek een straat te liggen die 1e J.C. Mensingstraat heet. Terecht werd die eigenaardig gespelde straat niet meegeteld bij de beoordeling.

    Ik kan mij niet echt vinden in Leentfaars opvatting dat organisatoren hun eigen regels mogen opstellen. Het ligt voor de hand dat bij alle dictees het Groene Boekje als scheidsrechter fungeert, inclusief de Leidraad. Daarna is de Van Dale, ook de onlineversie, de baas. Zolang de spelling op die manier eenduidig controleerbaar is, lijkt er in mijn visie niets aan de hand.

  3. Ook ik heb me afgevraagd of ik het met Huibs ‘Oneens’ eens of oneens ben. Dat is nog best lastig. Ik voel wel met Huib mee dat het zeer doet als je woorden fout schrijft die je niet ‘had kunnen weten’, vooral als je daardoor naast de ereplaats grijpt. Maar ik vind Jeroens standpunt, dat je sommige nieuwe woorden die (nog) niet in de naslagwerken staan op basis van de gewone spellingprincipes goed moet kunnen schrijven, ook legitiem. Of op basis van algemene ontwikkeling. Of gewoon gezond verstand.
    Er is veel over gezegd, ook in Reins provocatieve verhaal, maar een paar dingen wil ik nog toevoegen. 1. Ik vind het argument dat je voor de oVD en de eVD moet betalen, en dat alleen professionals geabonneerd zijn, minder sterk dan het argument dat o- en eVD steeds veranderen. Immers, de pVD (de papieren Van Dale) moet je ook kopen. De 14e druk geldt, en de aanvullingen in e- en oVD worden in de 15e opgenomen, die dan gaat gelden. Dat ligt anders, vind ik, met de erratalijsten van het GB: errata zijn om iets recht te zetten, en dat is wezenlijk anders dan aanvullingen. 2. Wanneer ‘had je iets kunnen weten’? Als het in GB (2005) resp. VD (2005) staat, óf, als het daar niet in staat, als het uit de normale regels is af te leiden. Dat laatste geldt wel voor het feit dat de beyoncévlieg met een kleine b moet, maar je kunt het eerzame lieden niet euvel duiden als ze Beyoncé niet kennen. (Ik vind overigens de derrière van dat vliegje in het geheel niet op die van die juffrouw lijken.) 3. Er is nog een categorie woorden die niet in GB en VD staan en die er ook niet in zullen komen. Bestaan die dan niet? Mogen ze niet in een dictee voorkomen? Ik doel op normale samenstellingen, die niet in GB en VD staan omdat nu eenmaal niet álle samenstellingen in GB en VD kunnen staan. Mag het woord ‘dicteetijger’? Of ‘dicteenomade’? Niet in de boeken. En ook – het zit diep, taalquiz Alkmaar – ‘verkoopstunt’. Afgekeurd, niet in VD. 4. Het is, zei ik al, zuur als een dergelijke kwestie de einduitslag bepaalt. Ik maak voor mezelf altijd onderscheid tussen fouten waar ik ‘niks aan kon doen’, die ik me dan ook niet aanreken, en ‘echte’ fouten. Rein hanteert in zijn onnavolgbare analyses het begrip ‘vermijdbaar’ versus ‘niet-vermijdbaar’. 5. Dicteeorganisatoren mogen ook van mij op hun eigen feestje hun eigen regels stellen. Alleen kom ik dan misschien niet. Dat in Rooi het WB de norm is, is voor mij reden om thuis te blijven. Dat ik wel in Amsterdam aan het NRC-dictee meedeed, terwijl de NRC de witte spelling aanhangt, is omdat van tevoren gezegd was dat het WB werd gehanteerd, maar dat het voor het dictee geen verschil maakte. Al was daar toch discussie over …

  4. De argumenten (2) en (3) in de reactie van Pieter van Diepen berusten, als je ‘t mij vraagt, op hetzelfde principe: de woordenlijsten kunnen onmogelijk elke nieuwe samenstelling opnemen. Elke dag verzinnen taalgebruikers duizenden nieuwe woorden, vrijwel altijd door twee of meer bestaande woorden samen te koppelen. Het ‘argument’ dat verkoopstunt niet zou bestaan ‘omdat het niet in het grote boek staat’ is ten enen male onzinnig. Elke nieuwe samenstelling is immers oorspronkelijk. Boomgordijn en vliegtuigboekje staan beide niet in GB of VD, maar het zijn woorden die ik zomaar op een dag zou kunnen bezigen.

    En hetzelfde geldt dus voor beyoncévlieg. Ik ben het helemaal met Pieter eens dat lang niet ieder van ons bekend is met die mevrouw, laat staan van haar kwaliteiten en op welk vlak die dan wel liggen. Maar ik heb veel dictees meegeschreven waarin woorden gebruikt werden die mij volstrekt onbekend waren. Chaerofobie, bahuvrihi, frankipalen, zapotesaus, ik noem er maar enkele. Zeer belezen types hebben in die gevallen een voordeel, en terecht.

    Van mij mag zo’n neologisme dus best in een dictee. Zoals half Nederland hoofdschuddend antimakassartje afkeurde als een idioot woord – dat voor mij alleszins gebruikelijk was – zo mag ik grinniken om whatsappen. Maar ik moet het wel goed kunnen spellen.

  5. Heel plezierig dat er zo intensief met me wordt meegeleefd, en meegediscussieerd.

    De discussie schiet alle kanten op. Ja, dicteeorganisatoren mogen hun eigen regels stellen. En de oVD kan desgewenst -door abonnees- ter plekke gecheckt worden. Maar dat abonnement is niet voor iedereen weggelegd.

    Het argument van Pieter dat GB en VD tussentijds hun lemma’s weleens veranderen (zie lippizaner –> lipizzaner in GB) is een argument temeer voor mijn stelling, dat het opslaan van papieren GB of VD zou moeten volstaan. Maak het niet ingewikkelder dan het is.

    Men moet de jurering van wedstrijdictees transparant houden en vrijhouden van willekeur. Anders doe je de deelnemers onrecht.

    En dan heb ik het nog niet eens over jury’s die vergeten komma’s of vergeten aanhalingstekens fout rekenen…. Ongelooflijk.